Groeiend verlangen…

Eergisteren werd bloed van me afgetapt. Drie emmers, om precies te zijn.

Met een wreedaardige blik zat de dokter naast me. Ik zat/lag/hing op een onderzoekstafel, waar vooraf twee meter keukenrol werd over gelegd. ‘Gebruikt’ blijkbaar, wat hier en daar waren er vale plekken op.

“Rustig blijven. Paul,” zei ze, terwijl ze klaar stond met een spuit om ‘u’ tegen te zeggen. Zeker een halve meter lang was die, met een diameter van ongeveer vijftien centimeter. Haar blik stond op op ‘Dracula’. Bloed droop van haar tanden, terwijl ze probeerde een lachje te produceren. Die tanden, of toch de resterende, waren niet om aan te zien. Aan haar armen hing een soort gestold lichaamsvocht, wat ik niet onmiddellijk kon thuiswijzen. Achter in haar hals zag ik, door het vogelperspectief van het moment, zeker vijf kneuzingen, ondertussen grijsblauw geworden.

“Je zult een klein prikje voelen…”

Het leek wel alsof mijn laatste moment was aangebroken. Een hevige pijnscheut schokte door mijn hele lijf terwijl de naald zich in de binnenkant van mijn rechter arm boorde. Het lukte blijkbaar niet meteen. Tussen duim en wijsvinger nam ze de ondertussen bloot liggende ader beet en rekte die zo ver open tot het ijzerwerk van haar spuit kon beginnen tanken.

Ik ben een man, en mocht niet toegeven aan die pijn. Instinctief vloeiden een paar dikke tranen uit mijn ogen, maar ik hield de tanden op elkaar en keek recht in de ogen van de dokter. Of probeerde dit toch, want haar blik was gefixeerd op mijn arm.

Het bloed begon te lopen. Tegelijkertijd leek het wel alsof mijn fut wegvloeide. Drie emmers dus werden gevuld terwijl ze, overmatig spuug producerend, opsomde welke onderzoeken er allemaal op zouden worden gedaan. ‘Ting ting ting’, dacht ik. Ken je het geluid van bij het tanken in het benzinestation? Hoe meer ‘ting’, hoe meer geld van je rekening wordt gehaald.

Het was toch een drietal jaar geleden, bij het vorige medisch onderzoek in mijn bedrijf, dat nog eens bloed werd afgenomen. Na de nare tijding van vorige week dat een familielid chemo krijgt om zijn leukemie aan te pakken, wou ik toch zekerheid wat mij betreft. Ik wil het nog een tijdje uitzingen op deze planeet, weet je wel.

Nog twee weken en Bibi gaat met verlof. Daar is het ‘groeiend verlangen’ in de titel van dit logje om te doen.

(Ondertussen al veel respons gehad op de verkoop van de spulletjes van mijn moeder zaliger. Jammer dat we sommige ‘antieken’ zaken zelf niet kunnen opstellen thuis…)

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 37 reacties

Moeders Koekjestrommel

Het is misschien raar om je ‘mevrouw’ te noemen, want ontegensprekelijk ben je familie van me.

Wat me het meest in je opvalt, is de lichte asymmetrie van je ogen. Ik heb dit ook, zelfs op dezelfde manier als bij jou. Mijn drie broers hebben dit niet. Jammer dat het een zwart-wit foto is, het zou interessant om weten zijn of je ook blauwe ogen hebt.

Mag ik je feliciteren met de keuze van het kleedje dat je aantrok voor deze foto. Echt een mooi kledingstuk, dat perfect aansluit bij de mooie vormen van je slanke lichaam. Meer nog, voor zover ik kennis heb van de mode zou dit kleedje vandaag, anno 2017, nog steeds modieus zijn.

Je kijkt wat mysterieus op dit beeld. Niet de blik die voortkomt uit het ‘lach eens naar het vogeltje’-commando, een houding die bij de meeste portretfoto’s werd toegepast. Neen, je doet wel een poging om de mondhoeken even, heel lichtjes, op te tillen, maar daar blijft het bij. Je blik is mysterieus, en doet die van de Mona Lisa in de schaduw verdwijnen. Jij bént de Mona Lisa, maar dan de versie van Sint Michiels of Zarren. Ik gok op Sint Michiels, want uit wat ik tot vandaag heb gezien van foto’s van de dorpsfotograaf van Zarren kan ik niet afleiden dat hij ook zo’n prachtige plaatjes van mensen in zo’n stijlvolle kleren kon  vastleggen.

Misschien verraadt die foto ook je gevoel van ‘zal het hier nog lang duren?’. Dit gevoel is me heel bekend, ondergetekende kan ook niet stilzitten, en zeker niet bij het poseren.

De kans is bijna onbestaande dat je vandaag nog leeft. Anders was ik graag eens, samen met mijn schat, bij jou op bezoek geweest om wat met elkaar te praten. Of omgekeerd natuurlijk, onze deur staat altijd voor je open.

Misschien kun je vanuit de sferen waar je nu vertoeft een reactie achterlaten onder dit logje, waardoor ik meer van je te weten kom?

Uit nieuwsgierigheid heb ik je zwart-wit-foto wat ingekleurd via een online proefprogramma. Zo zie je er al wat frisser uit, hoewel de kleurgenerator schrik had om ook de plaats onder je borst in te kleuren. Waarschijnlijk heeft de fotograaf destijds een ‘truc’ uitgehaald en op die plaats een correctie toegepast. Op niet echt een fantastische manier, want je ziet echt dat er gefoefeld werd. Je ziet ook aan je rechterarm dat er een ‘lijntje’ loopt.

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 55 reacties

En dat terwijl…

Voorbijgevlogen is die week, maar het tempo mag wat mij betreft toch wat gezapiger. Slecht voor het hart, wat ik je brom.

Ondertussen zijn we langzaam begonnen met afscheid nemen van de spulletjes van moeder zaliger. Eén ervan is het ouderwetse fitness-toestel dat je op de foto ziet.

Hoe lang is het niet geleden dat ik mijn moeder zag zitten voor dit ‘kraam’? De uren die ze daarop heeft gewerkt zijn waarschijnlijk niet te tellen. De kleren die ze ermee heeft gemaakt evenmin. De jeugd van vandaag kan zich allicht niet inbeelden dat de naaimachine (want dat is het, uiteraard) werd aangedreven door het pedaal dat je onderaan ziet. Via een riem wordt de techniek aangedreven en schiet de rikketik in gang.

Versleten lakens werden zakdoeken. Een lap stof van een paar meter veranderde in geen tijd in een kleedje voor haar. Hemden met een gat in de elleboog veranderden in hemden met korte mouwen. Toen de rits in de broek in voege kwam (voordien waren het knopen, voor wie dit niet wist) gingen die er in een wip uit en werden die vervangen. Dan ging het deurtje dicht en verminderde het meubel met de helft in volume.

Die machine is zeer mooi om naar te kijken, borrelt bij mij heel wat herinneringen op, maar is een curiosum dat geen van ons, vier broers, in huis kwijt kan. Dus wordt die verkocht. En dat doet raar. Beetje bij beetje ‘geef’ je op die manier een stukje van je moeder weg. Weggeven, want wat het emotioneel voor je waard is, krijg je er absoluut niet voor terug.

Zo gaat dat ook met haar salon, eetplaats, slaapkamer, televisie,… Het leven gaat verder, jawel, maar het afscheid blijft duren.

En dat terwijl vorige week dinsdag een omslag met donkere boord in onze brievenbus viel. Een buurman van achtenveertig is gestorven. Hersentumor. En dat terwijl ook het nieuws binnenkwam dat een heel dicht familielid aan de chemo is begonnen.

Het stopt verdorie niet. Het stopt verdorie echt niet!

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 44 reacties

Moeders Koekjestrommel

Het nest waar mijn vader opgroeide telde twee meisjes. Twee totaal verschillende karakters, twee verschillende looks. De ene wat aan de zure kant. Altijd klagen en zagen, een tikkeltje jaloers, nooit tevreden. De andere een mooi meisje, later prachtige vrouw. Altijd meegaand, ze zag in alles de positieve kanten, was een tante om ‘u’ tegen te zeggen.

Die laatste waakte als een lieve zus over haar broers. Zat iets scheef, dan was zij het die de koe (meestal de stier) bij de horens vatte en onderhandelde om alles weer goed te maken voordat het escaleerde. Ook al was ze jonger dan de rest van het nest.

Op een dag, ze was toen voorin de zeventig, werd ze dood teruggevonden op haar koertje. Ze was nooit ernstig ziek geweest, een autopsie wees uit dat ze aan haar hart was bezweken. Het is een ziekte die de Pannenkoek-familie terroriseert, iets wat mezelf ongerust maakt als mijn tikker weer eens zottigheden doet.

Die zaterdag werd ze ook begraven. Haar resterende broers hadden het zeer moeilijk met haar overlijden. In de gemeente waar ze woonde was het gebruikelijk dat de hele familieboom bij het verlaten van de kerk de aanwezigen begroet. Het gezin, maar ook de nonkels en tantes.

Nonkel G. (die van op de foto bovenaan) ontbrak. Zoals mijn meeste lezers weten ben ik een snelwandelaar. Toen ik bijna als eerste toekwam in de gelegenheid waar de rouwmaaltijd zou worden genomen zag ik nonkel G. zitten. Een frisse pint voor zijn neus, de ogen bloeddoorlopen, met een lege blik voor zich kijkend. Mijn groet beantwoordde hij met een stille grom. Hij miste zijn zus nu al verschrikkelijk, zo was duidelijk.

Toen ik die foto uit mijn moeders koekjestrommel viste, viel het op hoe hard zijn oudste zoon op die leeftijd leek op zijn vader. Hoe verschrikkelijk hard hij erop leek. Twee druppels water. Niet meer, niet minder.

Vorig jaar is G. gestorven. Hartafwijking. Als er nog iets bestaat na dit leven, zal hij zeker als eerste zijn moeder hebben opgezocht, om nadien met zijn zus A. te gaan dollen. Ben ik zeker van.  En zal hij als plaaggeest zijn eeuwige leven verderzetten, want plagen kon hij als de beste. Hij was niet voor niets onze meest geliefde nonkel.

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 25 reacties

Maar in godsnaam toch, Pannenkoek… ???

’t Is goed, ik zal het zelf zeggen. “Maar in godsnaam toch, Pannenkoek, welke foto is dit nu weer?”

Hewel, het is heel simpel. Dit is een foto van een bescheiden uitwerpsel van een dier. Allicht van een hond. Voor de drol ligt een komma, en rechtsboven schijnt de donkere maan.  Waarom ligt de komma voor de drol, en niet erna? Het projectiel is blijkbaar met een harde knal naar beneden gekomen, want het beton is ervan gebarsten. Observatie, ben ik goed in.

Het gebeurt wel vaker dat ik op reis met de camera rond mijn nek loop in pakweg een winkelstraat. Mijn lieve dame kijkt dan gretig naar de etalages, terwijl ikzelf daar absoluut geen interesse in heb. Dan kijk ik rond. Boven me, achter me, naast me, soms dus ook onder me. En dan zie ik bijvoorbeeld zo’n lieflijk drolletje liggen, klaar tot er iemand in trapt. Maar eerst een fotootje nemen, natuurlijk.

Wie neemt nu een foto van een drol? Alvast de genaamde Thomas Jefferson Pancake, ook gekend als Pol Patat. Of als Jeremy Fuddler, omwille van zijn steeds maar groeiende kletskop. Wat is het doel van de foto?

Misschien om ooit te gebruiken op mijn blog. Je kent het wel. Tien seconden staren naar een foto en retteketet. Fantasie laten werken en ‘start!’. Zo gaat het meestal met mijn logjes.

Ik zie het drolletje voor me, en mijn hersenen geven commando aan mijn vingers om iets neer te typen. Er is amper tijd om na te denken. Reden: de turbosnelheid waarmee mijn vingers hun weg zoeken tussen de toetsen. Ik zie de voorbijgangers in de straat vreemd in mijn richting kijken. Welke gestoorde neemt zulke foto’s? Een Belg, zeker? Meer specifiek: een Vlaming. Nog specifieker: een West-Vlaming. Eén uit Brugge, uit de Rechte Bananenstraat nummer 34. Wonende vlak naast de beenhouwer (‘slager’ in Nederland – Vlamingen houwen, Hollanders slaan). Wil de bel gebruiken, want de deur  doet het niet.

Brugge is gekend voor zijn heerlijke pralines. Bruine dingetjes die smelten in de mond. Een drolletje is ook een bruin dingetje, maar smelt het in de mond? Even proberen dan maar, de volgende keer?

Hou op, Pannenkoek. Selecteer, zoals heel vaak, dit lapje tekst en schop het in één keer richting Deletegem. En pieker niet zo over de werkweek die komt. Over het feit dat je, vier vijfden werkende, volgende week toch vijf dagen moet werken en je alleen de job van drie mensen moet doen. Verlof, weet je wel. Mensen nemen vakantie, en jij blijft achter. Deze keer toch, want over vier weken is het aan jou.

Weg dat gepieker. Denk aan de foto van een drolletje,  bijvoorbeeld. Beeld je in dat twintig seconden nadat je dit beeld op de gevoelige plaat legde een man er recht in trapt en hij daarna een klasserestaurant binnenstapt, waar hij quasi direct weer buiten stapt omdat hij vindt dat er een kwalijk geurtje hangt. “Fabienne, ejje hie da ook herookn? Mo stienken in da kot, do ho kik nie hon eten, wei!”. West-Vlaams, I love it.

Flauwe fantasie, ik weet het, maar het verzet de gedachten. Deleten, dus. Of weet je wat? Ik laat dit tekstje gewoon staan.

Of…

Of……

Of………….

Zou de foto toch met een bepaalde bedoeling zijn gemaakt? Met Pannenkoek weet je trouwens maar nooit. Zou hij tijdens de wandeling in de winkelstraat toch een verband hebben gelegd met iets aanverwant, iets gelijkaardig, op een bord dat honderd meter voordien op het voetpad stond?

Wie zal het zeggen…

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 56 reacties

Moeders Koekjestrommel

Een vrolijk kind dat huppelt op de spoorweg, zo was mijn eerste idee.

Tot ik het piepkleine fotootje eens van dichter bekeek, en zag dat er helemaal geen sporen te zien zijn.  Wat je ziet is de typische ‘lochting’ van de jaren dertig van de vorige eeuw. Mensen hadden een tuin, en gebruikten die grotendeels om te voorzien in hun primaire levensbehoeften.

De ‘bonenstaken’ staan rechtop, aan beide zijden van het tuinpad. Misschien zijn het geen bonen, maar is het tabak. Was in die tijd ook zo’n ‘primaire’ levensbehoefte, want een man die niet rookte was gewoon geen vent. Zelf ben ik dan ook geen vent, want behalve ooit eens een sigaartje van mijn vader ‘stelen’ om stiekem eens te proeven op het toilet heb ik nooit gerookt. Mijn vader en alle drie mijn broers wel.

Na weer lang nadenken werd me duidelijk wie het olijke kind was. Ik schreef al eens over de meter van mijn moeder, een dame die eigenlijk geen familie was. Toen op de doop van mijn moeder de bedoelde meter niet kwam opdagen, stond zij recht in de kerk en bood zich aan als vrijwilligster om de taak van meter op zich te nemen.

Die dame had twee dochters. Eén ervan is later mijn eigen meter geworden. Haar zus had, wat men noemde in die tijd, een ‘klompvoetje’. Vandaag zou zoiets chirurgisch kunnen worden aangepast, destijds liet men dit gewoon zoals het was. Als je goed naar de voeten van het kindje op de foto kijkt, zie je één voetje dat inderdaad wat ‘hangt’.

Zij moet Maria zijn geweest, een meisje dat, toen ze dame werd, slechts één doel had in haar leven: het geven. Ze kreeg een invalidenuitkering, maar was op haar gelukkigst als ze iedereen cadeautjes kon geven. Een formidabel mens was ze. Helaas ondertussen ook al een twintigtal jaar overleden.

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 33 reacties

“Reset”

Vakantie voor heel veel mensen. Ongelooflijk rustig, overal (in het verkeer). Rond zeven uur ’s ochtends kun je letterlijk in je bloot gat op de Brugse Ring gaan wandelen, niemand zal het merken.

Voor ons is het nog aftellen naar dat verlof. Nog vijf weken, om precies te zijn. Onze reis is geboekt, en nadien nog wat finegetuned.  Het verblijf nog wat romantischer gemaakt, ook voor nadien een hotelletje geboekt in Diegem waar we onze auto kunnen achterlaten, en nog eens kunnen uitslapen als we midden in de nacht landen op de tarmac van Zaventem. Mooi aanbod park, fly and sleep, waar we gretig gebruik van maken. En ondertussen maken dat ons ‘paleis’ tijdens onze afwezigheid goed bewaakt wordt, je weet maar nooit.

Want misbruik en gevaar voor diefstal loert overal, ook al blijkt op het eerste zicht dat er niet veel te stelen valt. Zo merkte ik bij ontvangst van de afrekening van mijn kredietkaart dat plots een negental ‘vreemde’ transacties stonden vermeld. Aankopen bij één of andere muziekstore (Pannenkoek, muziek aankopen??), een aankoop bij een obscure site uit Engeland en enkele kleinere postjes bij H&M Online. Qué?

Bij zo’n misbruik moet in België dan een procedure opgestart worden waar je via mijnkaart.be een elektronische aangifte doet. Zo ingewikkeld dat een ‘simpele’ medemens het na vijf minuten zal opgeven. De bewuste dienst is niet via mail te bereiken. Eéns het dossier elektronisch doorgegeven kun je contact nemen via de telefoon. De eerste keer hing ik vijfendertig minuten (!!) aan de telefoon voordat ik iemand hoorde. Dit met een wachtmuziekje dat tergend zagend was. Dan nog krijg je een antwoord dat uitgaven zullen teruggeboekt worden ‘onder voorbehoud’ (om de spanning er nog wat in te houden).

Ondertussen kunnen we wel genieten van de prachtigste zomer die we kregen in jaren. Door mijn overplaatsing op het werk, heb ik nu de luxe om op fietsafstand van mijn werkplaats te wonen. ’s Morgens al fluitend naar het werk, genietend van de geboorte van een nieuwe dag. ’s Avonds een spurtje inzettend naar huis. Zààlig, toch?

Om nadien, als we het beiden zien zitten een terrasje te doen op één van de ons vertrouwde locaties, genietend van het voorbij cruisende volk. “Moet je die zien, met zijn hondje…”, bijvoorbeeld. Of ietsje verder. Onlangs nog naar Lissewege gereden voor de jaarlijkse beeldententoonstelling. Prachtig, gewoon, dit dorp is onbeschrijfelijk mooi en gezellig.

Ik heb het gevoel dat mijn ‘reset’-knop is ingeduwd na de recente gebeurtenissen.

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: | 62 reacties