Het is eens iets anders…

Ik zit hier met een knoert van een blauw oog. Daarnet heb ik een logje uitgeveegd waar in dit werd verklaard. Gewist, beste lezer. Jullie worden in het ongewisse gelaten hoe dit is gebeurd en hoe Thomas Jefferson Pancake er nu uitziet.  Ook hoe hij gisteren met zonnebril op zijn klanten ontving terwijl het buiten zwaar bewolkt was.

Over welgeteld één week staan we weer klaar op het tarmac van Zaventem voor een vijfdaagse Porto. De weersvoorspellingen zien er fantastisch uit…

Tenminste toch voor de dag dat we er weer vertrekken :). Gaan we ons daar druk in maken? No way, José! We troosten ons met de weersvoorspellingen voor Brugge, diezelfde periode.

We zullen ons met volle teugen tegoed doen aan elkaar, aan de oude stad, aan het lekkere eten, de muziek, het feit dat we ons van niets moeten aantrekken.

Mijn weblog wordt ondertussen onderhouden door mijn nicht Flavie, die elke dag onze slaapkamer komt luchten en onze krokodillen komt eten geven. Ze krijken elk drie (diepvries)ratten per dag en een kop vers gezette koffie. De dieren krijgen ook regelmatig een heerlijke massage en hun tanden worden gepoetst door buurman Arsène (die met zijn blauwe fiets).

Op het vliegtuig mag enkel handbagage mee. Die zal onder andere bestaan uit voor elk vijf verse onderbroeken, vijf paar kousen en de noodzakelijke kledij om ginds niet al stinkend door de straten te lopen.

Ik breng naar traditie wat foto’s mee om deze weblog op te vrolijken. Vanaf tienduizend reacties op dit logje zul je ook een foto van mezelf zien in Portugese klederdracht (zonder pluimen dan, weliswaar).

En het zal vooral een weekje stil zijn in mijn reacties. Volgende week ‘business as usual’, maar vanaf zondag trek ik er de stekker uit.

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in filosofie | Tags: | 26 reacties

Moeders Koekjestrommel

Maanden geleden werd bovenstaande foto gepubliceerd in de reeks ‘Moeders Koekjestrommel’. Ik herinner me dat in sommige reacties de triestigheid in de blik van de jonge Thomas Pannenkoek was opgevallen.

Nochtans had ik uitgelegd in welke omstandigheden het beeld werd geschoten. Beeld je een klas in van een vijfentwintigtal zevenjarigen, netjes op een rij, wachtend tot de schoolfotograaf zijn ding kon doen. Thuis had ik instructies gekregen dat ik mooi moest kijken, want ‘foto’s kosten geld’. De ‘meester’ had er nog een schepje bovenop gedaan. Stress, dus. Ter plaatse had de fotograaf, of was het nu Bananne (de ‘perfect’ van de school) een klodder spuug in zijn handen gespuwd, en dit vieze goedje in mijn haar gesmeerd omdat die ‘rare kuif’ niet zou opvallen op de foto. De smeerlap!

De voorbije weken werd door mijn broers en ikzelf noodgedwongen gesnuisterd in de spulletjes van mijn moeder zaliger. Wat houden we, wat mag weg?

Af en toe hebben we zo iets gevonden waar we absoluut geen weet van hadden. Zo vond één van mijn broers onderstaande foto tussen een verzameling postkaarten die mijn moeder had aangelegd.

Dit stelt mezelf voor aan de leeftijd van schiet-me-dood ongeveer elf jaar. Een jong gastje mét kuif en sproeten in de achtertuin van mijn ouderlijk huis. Achter mij de tuinafscheiding met de buren, waar verse sparren werden geplant. Die heb ik weten groeien tot mastodonten die op duur niet meer te temmen waren. Ondergetekende was  verantwoordelijk voor het jaarlijks snoeien ervan. Niet machinaal zoals tegenwoordig, maar met de botte snoeischaar van ‘pepe’ zaliger. Zo’n vijftig lopende meter spar, alstublieft. Dank je wel.

Na mijn huwelijk werden deze uitgedolven en ter plekke verbrand. Groenophaling en containerparken bestonden toen nog niet.

Ik wist van deze foto helemaal niets af, en ben blij dat deze boven water is gekomen. Al is hij dan ‘uit de koekjestrommel gevallen’ en bijna per ongeluk terug in mijn bezit gekomen, deze foto wordt warm gekoesterd. Ook al omwille dat ik hooguit een twintigtal foto’s bezit die genomen werden tussen mijn nul en twintig jaar.

Leuk ook om die glimlach te zien. Toen die foto op onze Facebook terechtkwam door toedoen van die bewuste broer heb ik hem geantwoord dat die allicht zal zijn geschoten op het moment dat mijn drie broers ‘weer eens’ het onderspit hadden moeten delven na een spelletje manillen. Want zo gaat dit met mij, als ik een foto zie, dan borrelen de herinneringen naar boven als de bubbels bij het openen van een fles cava. Waar is de tijd dat we met z’n vieren het kaartspel ‘manillen’ speelden kort na de middag, terwijl mijn moeder een middagdutje deed om de rest van de dag door te komen?

Niets doet hier vermoeden dat dit ventje een zeer onzeker iemand was, die op school zeer ‘afwezig aanwezig’ was (als je begrijpt dat ik bedoel), met een eigenwaarde van ver onder het vriespunt. Nood aan voetballen om met andere kinderen spelen was er amper. Boeken lezen des te meer. Een ‘nerd avant la lettre’, dus.

Wreed als jongeren toen al waren, werd daar aardig misbruik van gemaakt door de klasgenoten. Zoals dit ook gebeurde met ‘de dikke’ van de klas, zo in de tijd van de boeken van Billie Turf (de auteur hiervan besefte allicht niet welk nefast gevolg zijn ‘grappige’ boeken kon hebben voor sommige kinderen).

Dat alles is verleden tijd. Die foto is niet genomen na het manillen met mijn broers, neen. Die werd wel genomen toen iemand me in de oren fluisterde dat met een beetje inspanning alles goed komt in het leven, en de tijd zou komen dat ik een fantastisch meisje zou leren kennen die mijn leven onderste boven zou keren.

“Echt waar?” had ik gefluisterd.

“Zeker weten!” had die stem gezegd…

Toen klikte iemand op het knopje bovenaan het fototoestel.

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 25 reacties

Een uitgeveegde generatie

Vorige zondag bezocht ik het graf van mijn ouders (vorig jaar nog enkel ‘mijn vader’) op het kerkhof van Sint Michiels. Het viel op tussen de andere zerken. Geen centimeter was vrij, alles stond vol met bloemen. Dicht tegen elkaar geperst, anders zou dit nooit zijn gelukt. Warm!

Na het bezoek aan die laatste rustplaats slenterde ik nog wat door de gangen van het kerkhof. Mijn concentratie spitste zich toe op de leeftijd van de afgestorvenen. Zoveel jonge mensen. Heel treffend ook te zien hoeveel mensen die ik van dichtbij heb meegemaakt onze wereld hebben verlaten. Onze huisarts, warme bakker, fietsenmaker, pastoor, vriendinnen van mijn moeder,… Dood en begraven, sommige zerken of urnengraven zelfs zonder bloemetje voor. Vergeten? Wie zal het zeggen.

Dan besefte ik nog eens dat de generatie voor mij helemaal uitgeveegd is. De volgende die het loodje moet leggen is de mijne. Een vijftal jaar geleden schreef ik nog in ons bescheiden bedrijfskrantje (waarvan ik Chinees vrijwilliger was om de redactie op mij te nemen) dat ik, mocht ik die dag sterven, dit zou doen met een voldaan gevoel. Het zou een troost zou zijn dat mijn leven goedgevuld was. Ik heb veel heb gereisd en op die manier veel meegemaakt, en ben omringd door prachtige mensen met wie ik heel gelukkige jaren heb beleefd.

Vandaag lijken die woorden me dikke zever. Ik wil verdorie nog lang leven in een zo goed mogelijke gezondheid, wil nog veel meemaken, wil mijn kleinkinderen zien opgroeien en volwassen worden. Wil misschien nog achterkleinkinderen meemaken en NOG meer reizen. Wil genieten van een mooi pensioen met R. aan mijn zijde.

Wil, wil, wil. Hadden we maar te kiezen. De zus van een schoonzus had al een tijd buikpijn, maar stelde het uit om naar de dokter te gaan. ‘Geen tijd’, weet je wel. Vandaag weet ze dat ze darmkanker heeft in een té ver gevorderd stadium om er nog iets aan te doen. ‘Drie weken, hooguit…’ was het verdicht van de dokter.

Het idee zelf binnen pakweg dertig jaar te zullen sterven maakt me bang, maar we kunnen er niet omheen. Gulzig genieten we van het leven, nu het nog kan. Nog meer dan vroeger kijken we uit naar opportuniteiten om te reizen, te genieten, te doen wat we graag doen. Onze manier van financieel beheer de voorbije jaren heeft ervoor gezorgd dat we dit kunnen doen zonder schuldgevoel, zonder financiële zorgen.

Sinds de heropstart na mijn zomervakantie lijkt het een wekelijks ritueel. Donderdagavond ben ik weer uitgeput van het werk thuisgekomen. Vier dagen uitgesproken stress, het kruipt in de kleren. Dit in combinatie met het opruimen van de woning van mijn moeder én het asap willen opruimen van onze eigen brol (zie logje van vorige zondag). De vermoeidheid was zo hevig dat ik gisteren vanop een parkeerplaats verkeerd schakelde en -boenk- in het groen terechtkwam. Niet veel aan de hand, schroefje los in de voorbumper. Geen tegenpartij bij betrokken. Behalve die struik die er een knie-blessure aan overhield.

“Ze maken ons zo zot, mijnheer…”, zong Raymond in een heel andere context.

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 46 reacties

Moeders Koekjestrommel

Wie ben jij, meisje van een jaar of negen, tien?

Hoe komt het dat jij per definitie werd uitverkoren om te mogen balletdansen? En dan nog in een pakje waarbij mijnheer pastoor in die tijd zevenhonderd kruistekens zou hebben gemaakt en je moeder een preek van jewelste zou gegeven hebben. De ‘onzedigheid’ druipt eraf.

Volgens dat ik mijn grootmoeder hoorde vertellen vroeger was er in haar jeugd absoluut geen tijd, laat staan geld, voor kinderen om zich met zoiets ‘ledig’ te houden. Werken, was zowat het enige dat telde. Werken om de dagtaak van moeder wat lichter te maken en ervoor te zorgen dat de zeven zussen en broertjes kledij, spijs en drank kregen.

Ik vond de foto tussen enkele andere die zeker werden gemaakt in het begin van de vorige eeuw. Dit beeld sprong eruit, alleen al omwille van het enorme contrast met de foto’s van dames gehuld in zwarte kledij, waarbij geen vierkante centimeter huid te zien bleek. Benen, armen en decolleté goed beschermd tegen het zicht van onzedige mannen.

Was balletdansen ook niet voorbestemd voor die happy few, kinderen geboren uit een welstellend gezin? Ik kan me echt niet voorstellen dat mijn grootouders een foto zouden sparen van een kind dat niet tot de familie behoort. Dus naar bijna absolute zekerheid is de juffrouw op de foto een effectief familielid.

“Misschien deed ze niet aan ballet, maar was het de fantasie van de fotograaf om haar zo in beeld te brengen!” hoor ik daar iemand luidop zeggen. Wie? Jij daar, met die blauwe blouse.

Ik zou dat laatste betwijfelen, zeker als ik zie hoe het meisje haar voeten in positie zet. Moet moordend zijn geweest, wetende dat het toch een tijdje duurde vooraleer in die tijd een foto op de gevoelige plaat werd gezet.

Misschien had ze gewoon een bijzonder talent, had iemand dit opgemerkt en had die persoon voor de nodige ‘sponsoring’ gezorgd om het kind de kans te geven haar talent te ontwikkelen.

Jammer…

Jammer dat ze het talent niet heeft overgedragen aan Thomas Jefferson Pancake, want die laatste heeft nooit hoge ogen gegooid als het erop aankwam om tijdens de turnles een opvallende prestatie neer te zetten. Of juist misschien wél, maar dan in de negatieve zin.

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 35 reacties

Fallen Angels

#MeToo hakt als een bijl door (vooral) het medialandschap. Mensen van wie het nooit werd vermoed krijgen klappen, al dan niet terecht. Wat gisteren als ‘nieuws dat ons pas bereikt’ werd vermeld in het Journaal verstomde half België.

Bart De Pauw, vast televisiegezicht op zondagavond, blijkt wat over de schreef te zijn gegaan in SMS-contacten met medewerkers en actrices. De man zelf beweert onterecht beschuldigd te zijn, de VRT-bonzen verdedigen zich met hand en tand en beweren dat het om honderden ongepaste sms-jes,.. gaat. De waarheid zal ergens in het midden liggen, zoals steeds.

Het is niet de eerste keer dat Vlaanderen zo’n succesvolle openbare figuur de grond inboort.

In 2012 kwam een het licht dat Walter Capiau, gevierd presentator op de nationale televisie en later op de VTM, kinderen zou hebben bepoteld in de jaren zestig van de vorige eeuw. De man had jarenlang zeer succesvolle programma’s met een hoog humorgehalte. In één dag tijd viel zijn reputatie aan diggelen, bijna vijftig jaar na de feiten. Pedofilie is niet goed te praten, echt niet. Kinderen mag je hun onschuld niet afnemen, blijf er met je poten af. Maar iemand die een ander vermoordt kan tien jaar later al terug gewoon weer in vrijheid worden gesteld, een nieuwe kans krijgen. Voer om over na te denken.

Nog zo’n geval… Ook in het jaar 2012 kwam uit dat gevierd presentator Jos Gheysen jarenlang zijn assistente Ireen Houben seksueel zou hebben misbruikt. Ook Gheysen was voordien heel populair, ook zijn reputatie viel in een paar uur in diggelen.  Twee jaar later werd hij naar zijn laatste rustplaats gedragen.

Wat in die drie gevallen gebeurd zou zijn, als de geruchten kloppen, is totaal niet goed te praten. Niet voor Jan-met-de-pet, ook niet voor mediamensen die willens nillens een voorbeeldfunctie hebben in de maatschappij.

Jammer dat de VRT op zo’n manier omgegaan is met het dossier De Pauw. Wat sereen had kunnen gebeuren wordt al meer dan vierentwintig uur wijd uitgesmeerd in de pers. Veel mensen, de ‘simpelaars’ voorop, hebben er in online reacties weer hun eigen mening over, terwijl ze absoluut niet weten hoe de vork echt in de steel zit.

Wat mij het meest ontgoochelt is het feit dat we nooit weten hoe mensen echt in elkaar zitten. De drie personen die ik hier opnoemden vond (en vind ik nog steeds) super sympathiek, super bekwaam.

Ik ben geneigd om die mensen, maar ook de ‘gewone’ mensen die af en toe een (pekel)zonde uitrichten, een tweede, een derde kans te geven. Mét de nodige verontschuldigingen tegenover de mensen die ze pijn hebben berokkend, mét de nodige boetes als het nodig is. Wie wil sterven als ‘de man die ooit zijn poten niet van kinderen kon houden’, ‘de man die elk levend wezen met borsten lastig viel’, ‘de man die zijn medewerkster bleef lastigvallen’?

Vergeven, een tweede kans geven, met de grond gelijk maken, levend begraven,… Nodig? Ik weet het niet, ik weet het echt niet…

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 44 reacties

Tien kaartjes al ondertussen…

Sinds ettelijke maanden is de weegschaal in het containerpark van Brugge defect. Een leuk gevolg hiervan is ieder z’n afval gratis kwijt kan in de containers, zelfs lui van buiten onze stadsgrenzen. Gevolg: containers puilen vaak uit en ze kunnen niet vlug genoeg ledige aanvoeren.

Welke verliespost moet dit niet zijn voor Stad Brugge? Hoe moeilijk kan het zijn om die weegschaal te laten repareren? Bijna een Belgenmop…

Mij hoor je niet klagen. Met het leeghalen van de woning van mijn moeder zaliger hebben we heel wat spullen gevonden die niet in vuilniszakken terecht konden en voor niemand  nuttig kunnen zijn. Zaken die je ook niet kwijtraakt in een kringloopwinkel. Wat doe je dan? Sledge hammer-gewijs werden sommige versleten kasten bijvoorbeeld herleid tot planken die zelfs pasten in een bescheiden stadsautootje als onze I20. Met als resultaat dat de auto na de verschillende ritten toch wat beschadigd is aan de binnenkant – gelukkig is hij niet meer zo nieuw…

Eén van mijn broers en ikzelf zijn ondertussen geroutineerd sloper geworden. Met één welgemikte klop op de harde grond slagen we er bijvoorbeeld in om een stoel compleet naar de filistijnen te helpen. Denk dus driemaal na vooraleer je Thomas Pannenkoek uitnodigt om iets bij jullie thuis te komen drinken.

Ondertussen liggen al tien ticketjes in mijn auto van ritjes die ik maakte met een propvol geladen wagen. Negen voor spullen van mijn moeder, ééntje voor dingetjes van onszelf.

Want ja, als je dan bezig met opruimen bent denk je ineens: ‘potverdorie, ik gooi hier dingen weg die in een betere staat zijn dan brol die bij ons op zolder ligt’. Dan begon ik ook maar aan de eigen zolder om te voorkomen dat onze kinderen later zouden moeten opdraaien voor onze ‘spaarzin’.

En zo gebeurt al eens dat op maandagmorgen, in het pikdonker, ietsje over halfzeven, een man met ontbrekende haardos maar een des te groter reukorgaan een stapel dozen ‘oud papier’ buitenzet om ‘u’ tegen te zeggen. Compact geklasseerd in drie rijen naast en drie rijen voor elkaar, om de mannen van de afhaaldienst de moed niet te ontnemen. Voor mij een extra rit naar het containerpark uitgespaard…

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 56 reacties

Moeders Koekjestrommel

In de wetenschap dat in het filmrolletjes-tijdperk zuinig werd omgegaan in het nemen van foto’s, moet toegegeven worden dat destijds relatief veel foto’s van mijn ouders werden genomen.

Heel vaak in dezelfde pose, arm in arm en met verliefde blik. Levenslang samen blijven met dezelfde partner lijkt vandaag geen issue meer. De beslissing om uit elkaar te gaan lijkt voor velen tegenwoordig niet zwaarder te wegen dan de keuze welke volgende auto wordt gekocht.

Veel heeft te maken met het feit dat de rechten van de vrouw vandaag gelijk zijn aan die van de man. Of toch min of meer. Voor sommigen onder u ben ik met mijn negenenvijftig een oude man, maar toch is het in mijn ogen nog niet zo lang geleden dat een generatiegenote van mij meemaakte dat haar ouders destijds de studies van de zonen veel belangrijker vonden dan die van de enige dochter, zij dus. Belangrijker, want de zonen moesten een gezin stichten en onderhouden. De dochter moest maar zien dat ze huwde met iemand met een mooi inkomen.

Het koppel bovenaan dit logje, mijn ouders dus, waren hetzelfde lot beschoren. Mijn moeder had vier jaar langer dan mijn vader school mogen lopen, maar toch moest zij haar werk opgeven toen met een regelmaat van ‘om de twee en een half jaar’ een nakomeling naar buiten floepte. Heel zeker zal dit af en toe voor ruis in de relatie hebben gezorgd, want de afhankelijkheid van de man in een relatie van die generatie was enorm. Echtscheiden? Ja, en wat daarna? Waar kon je heen als vrouw? En een man was vaak te lomp om zich iets van het huishouden aan te trekken. Die kon bij wijze van spreken amper een ei bakken en kon vaak de boven- van de onderkant van een borstel niet onderscheiden.

Koppels waren dus gedoemd om voor altijd samen te blijven. In goede en slechte dagen, in voor- en tegenspoed.  En vaak leefden mensen op die manier totaal naast elkaar, was er geen spatje ‘liefde’ meer te bespeuren. Ik zeg niet dat dit bij mijn ouders het geval was (mijn vader is trouwens veel te vroeg gestorven – hij was amper 55), maar er zijn voorbeelden genoeg die illustreren hoe het sommige oudere koppels vergaat…

Zo was ik enkele jaren terug aan het helpen schilderen bij een vriend. Zijn vader en schoonvader kregen ook een verfborstel in de handen, en tussenin werd al eens gestopt om een glaasje geestrijk vocht naar binnen te gieten. Schoonvader had het over zijn vrouw. “Als je jong bent zijn meisjes mooi, maar uiteindelijk worden ze toch allemaal oud en lelijk, en zagen ze verschrikkelijk, is het niet zo, O. ?” Waarop hij zijn beklag deed hoe het er in zijn huishouden aan toe gaat.

Maar laat ik positief afsluiten. Het koppeltje van hierboven was op het moment dat de foto werd geschoten zeer gelukkig samen. Ze waren niet beschaamd om die liefde openlijk te tonen aan de buitenwereld tot kort voordat het noodlot toesloeg.

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 38 reacties