En toen ging ze van ons heen…

Een uur of vijf geleden is mijn moeder onwel geworden op haar kamer.

Ze kreeg nog de beste zorgen toebedeeld van het verplegend personeel, maar het mocht niet meer baten.

Mama Suzanne is niet meer.

Ze moet niet meer afzien, ze krijgt eindelijk wat rust. Klopt allemaal, maar nu is dit nog zeer moeilijk te plaatsen.

(uit respect laat ik de reacties open op dit logje / ik weet dat jullie allemaal meeleven, excuseer dat ik op deze reactie geen antwoord kan tikken – alvast dank voor jullie medeleven !!)

 

 

Geplaatst in filosofie | 36 reacties

Drie dagen Zeeland, beter dan een broodje narigheid !

Vorige week las ik een verslagje van een medeblogger over het uitje waarop haar man haar had getrakteerd voor haar verjaardag. ‘Ha!’ dacht ik toen, ‘wij hebben dit nog tegoed, want over een paar dagen is het onze beurt’.

Het is een jaarlijkse traditie dat we rond de laatste week  van juni een uitje plannen richting Zeeland. Waarom precies daar? Het is gewoon op en top ‘vakantiegevoel’ dichtbij huis. Zeker als het weer een beetje meevalt, en ook dit jaar waren de goden ons welgezind. Het is ook rond de periode waarop mijn schat verjaart, en dat vieren we dan graag.

We vonden via Booking.com een leuk hotel op de markt van Zierikzee. Ik had de zaak al een tijdje in de mot. Mijn guilty pleasure is om bij uitjes het internet af te schuimen naar koopjes. Twee dagen voor afreis boekte ik en zag dat het hotel met 43%  korting stond. Leuk meegenomen…

Even traditioneel bij dit Zeeland-uitje is onze eerste stop aan het strand van Neeltje Jans. Mijn vaste lezers weten dat we bij strandbezoek onze (op de meeste plaatsen lelijke) Belgische kust laten links liggen. We wippen liever even over de Hollandse grens naar onze favoriete stranden van Nieuwvliet of Groede, een plaats waar dhr en mevrouw Bruggebeek  ook fan van zijn, maar me er liever niet zouden ontmoeten. Ik begrijp dat het lastig is een medeblogger in badpak of, zoals ze zelf suggereert, in nog minder te ontmoeten, maar er zijn oplossingen.

Vrijdag zag ik in een Middelburgse winkel iets hangen om dergelijke gênante situaties te vermijden. Die mankini zou echt niet veel plaats in nemen achter m’n oren. Misschien zelfs in een neusgat. Ik heb er geen aangeschaft, want de kleur stond me niet aan. Het model eigenlijk ook niet.

In Neeltje Jans genoten we fantastisch van de zalige zon en de rust. Echt: als je spreekt van een paradijselijk strand, dan is dit het wel. Ondertussen weten we hoe we makkelijk onze auto kwijt kunnen, en van daaruit is het een kwartier stappen. Jammer dat er geen nutsvoorzieningen zijn geïnstalleerd. Zo ligt ter hoogte van de vierde duin links om kwart over negen, precies op zeven meter van het middelpunt een plasje van mijn makelij. Ik heb er een klein blauw vlaggetje naast geplant, zodat u verwittigd bent.

Na het laven van de dorstigen (onszelf, in dit geval) zijn we naar Zierikzee gereden. Het verkeer in Nederland is fantastisch in vergelijking met dat bij ons in Vlaanderen. Bestuurders lijken duizend keer meer gedisciplineerd en de wegen rijden heel vlotjes.
Het weer was tropisch. Vanop een bruggetje, vlak naast een bordje ‘verboden te duiken’ waren een aantal kinderen aan het… duiken.

In het hotel werden we heel aangenaam ontvangen en kregen een mooie kamer met zicht op de prachtige markt. Zo’n prachtig zicht dat we er meteen mosselen hebben gegeten met een lekker glaasje wijn erbij. Wel werd zeer profijtig geschonken in die glazen. Twee keer nippen en weg was het alcoholische vocht… Zei de dienster nog tegen mij: “Dorst, mijnheer?” Ik had een antwoord klaar, maar slikte dit in. Hollandermoppen klinken altijd beter in België, nietwaar?

Heerlijk stadje, Zierikzee. Heel ongedwongen. Zelfs mannen met een overdreven geschapen neus (zoals die van ondergetekende) worden niet scheef bekeken. Komt misschien omdat de inlanders zichzelf ook niet te ernstig opnemen. Zaken met namen als ‘De Gekroonde Suikerbiet’ (of nog gekker) zijn schering en inslag.

Welke bijvoorbeeld? Wel, nog een voorbeeldje…

Leuke bordjes ook…

‘Zonder dollen, onze Patrick legt de geurigste drollen”

Enige sportiviteit en uithoudingsvermogen is toch wel gewenst aldaar. We zijn de eerste dag een zevental keer door bovenstaand steegje gelopen, en telkens maakten we er een vrijpartijtje van. Een accommodatie moet gebruikt worden waarvoor die dient. Op de duur hadden we last van stramme spieren, maar dat hadden we er graag voor over.

Er stond een auto naast geparkeerd met deze sticker op. Tja, wat hiervan te denken?

We hebben de avond afgesloten met wat ‘terrassen’ in een nabij gelegen restaurantje, waar iets guller met de wijn werd geschonken.

Een meeuw vergezelde ons, en bleef halsstarrig op wacht in de hoop iets te krijgen. We bestelden geen hapje bij de wijn, want de Vlaamse klassiekers kende men er niet. Bitterballen, mini loempia’s en anders smeerlapperij, dat wel, maar we bedankten hier feestelijk voor. Beste Hollanders, wat is verkeerd met een olijfje, een stukje kaas,… of iets hartigs bij een glaasje?

’s Anderendaags heb ik speciaal voor de kijkcijfers van deze weblog mijn leven geriskeerd. Ik hing als een zot uit het raam van ons hotel om bovenstaande foto van de markt te nemen. Eén verkeerde beweging en ik donderde twee verdiepingen naar beneden. Camera kapot, stel je voor!

Uiteraard gingen we die markt gaan bekijken – we moesten maar door de voordeur stappen en we waren er. Eén van de eerste kraampjes die opviel was een fruitstandje met aardbeien. ‘Heerlijk, Hollandse aardbeien’ dacht ik nu weer. Tot ik dichterbij ging kijken.

Iemand zal in zijn vuistje lachen bij het zien van de foto hierboven. Aardbeien uit Hoogstraten, en dat in een uithoek van Holland. Hoe komen ze erbij? Maar, eerlijk is eerlijk, toch wel een bewijs dat die vruchten uit de buurt van Antwerpen toch wel naam hebben gemaakt.

Voor onze trip had ik een telefoontje gekregen van de burgemeester van Zierikzee, of toch van iemand die zich ervoor uitgaf. “We zijn vereerd het koppel Pannenkoek te mogen ontvangen – bewijs ervan zul je zien in een etalage van een bekende zaak op de markt!” Ik had daar geen geloof aan gehecht, maar zie welke aankondiging ik er las? Tof, echt waar.

We hadden verder geen tijd te verliezen, en zetten koers naar Renesse, voor een flinke wandeling langs de kustlijn. Bij aankomst zagen we in een winkel een foto die recht uit Moeders Koekjestrommel kon zijn gekomen. Nice!

Die kustwandeling hadden we vorig jaar ook gedaan, waren we heel tevreden over. Vanaf de eerste stranduitbating drie kilometer stappen naar links. Ondertussen de zeehonden gadeslaand die op een zeebank lagen te gapen naar de toeristen. Donderdag stond er een zeer strakke wind tegen, waardoor het zand door onze huid sneed, want we wilden en zouden volhouden tot aan het eind. Die gratis peeling was meegenomen.

De beloning was navenant. Tussen een paar lage duintjes zag ik kans ons strandtentje op te zetten, waardoor we nog eens van een paradijselijk uitzicht konden genieten. Echt zo goed als in the middle of nowhere, bijna geen mens te zien. Dichter bij de natuur kun je jezelf niet voelen. Je ziet in de verte mannetjes lopen in zwarte windjassen. De lozers verdorie, echt mietjes!

Deze pannenkoek vond het schitterend om de wind te trotseren en nog een mooie extra wandeling te maken, tegen wind langs het water.

En wie was daar weer toen ik terugkwam? De meeuw van de avond voordien, jawel. Hij vroeg of ik een vuurtje had. Toen ik antwoordde dat ik niet rookte nam hij de vleugels.

Ik raapte eerst tien, nadien twintig, tot… schelpjes voor ons kleinkind W. Slechte foto van mijn mobieltje, I know (’s avonds genomen op de kamer).

Tot het begon te donderen in de verte, en mijn lieverd en ikzelf ons boeltje pakken voor de terugweg naar waar we het strand waren op gestapt. Met de wind in de rug nu, waardoor ook onze ruggen werden gezandstraald.

Nog een lekker terrasje in Renesse zelf, gevlucht voor de striemende regen (die even vlug weer ophield), en terug naar Zierikzee. Ik moest trouwens de groeten doen van de inwoners van Renesse…

Ik ken wel een paar van mijn lezers die dit kaartje zullen appreciëren omwille van het mooie gebouwtje bovenaan links.

In Zierikzee hebben we genoten van een heerlijke noordzeekreeft, die voordat hij in de pot verdween nog eens aan ons werd getoond. Hij keek met zijn schrale oogjes strijdvaardig in die van mij. Zijn scharen waren dichtgekleefd. Zielig zicht toch eigenlijk…

We hebben geen tijd meer genomen voor Thee in de Thomas.

Ook niet voor een broodje narigheid dat we konden bestellen op het terrasje waar we ’s avonds vertoefden. Wie vindt die broodjesnamen toch uit? Jullie Hollanders vinden dit misschien een normale benaming, bij ons klinkt dit hilarisch. Als ik de ingrediënten ervan bekijk kan ik me bij die naam wel iets voorstellen. Iets van Rettekettettekettet…

Net als trouwens de benaming van een winkeltje dat we ontmoetten toen we ’s anderendaags door het centrum van Middelburg wandelden.

Mag ik dit bijzonder grappig vinden? Dank je wel.

Net als het zicht van die immense hond die met zijn vuile kont op de tafel van een bistro zat te wachten op Godot. Geestig maar vies, toch? Ik beeldde  me met mijn ziekelijke fantasie in hoe dit dier vochtige scheten liet op tafel (misschien een ‘broodje narigheid’ gegeten, wie zal het zeggen?), waarna een verliefd koppeltje er romantisch zou gaan eten, toevallig een frietje op tafel zou laten vallen, het dan maar gewoon oprapen en in hun mond zouden stoppen.

Ik stop met gekke foto’s uit mijn Zeeland-collectie van dit jaar te pikken. Stel je voor dat jullie denken dat ik een gestoord iemand ben…

Het was héééérlijk, echt waar. Laat die regen nu maar komen (als het niet te lang duurt)!

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 24 reacties

Moeders Koekjestrommel

Zie ze daar staan voor hun schoorsteen, zo fier als een pauw. Nonkel M. en tante M. De olielamp, de koperen ketel, de lege fles wijn op de grond. Daar haalde Guus Meeuwis een stukje van zijn tekst ‘het is een nacht’ (denk ik 🙂 ): “Op de vloer ligt een lege fles wijn
en kledingstukken die van jou of mij kunnen zijn”.

M&M? Ja, toevallig. Wisten zij nog niet, want de snoepjes bestonden nog niet. Toen waren er van die ‘spekken die bluuv’n plakken in de zakken’, snoep die in een blikken doos werd gedaan en na een week aan elkaar klitte door de plakkerige suiker.

Ze waren op het moment van de fotoshoot vijftig jaar gehuwd, een unicum in die tijd. We spreken hier over de jaren zeventig van de vorige eeuw. Eigenlijk was het een groot-oom en een groot-tante van me. Zij was de zus van mijn opa van Sint Michiels, en hij kwam uit Parijs. Enfin, dat laatste was een eeuwig woordgrapje van hem, want zijn familienaam was Van Parys. Het was ook zo’n koppel van: ‘zie je de een, dan zie je de ander’. Ze waren altijd samen, leken wel een Siamese tweeling. Met dat verschil dat ze fysiek wel een beetje verschilden.

Nonkel was elektrieker van opleiding, en de familie had het geweten. Toestel kapot? Verlichting op te hangen? Zekering gesprongen en niet meer te herstellen? Nonkel M. ging het fiksen. Mét de nodige humor, want waar hij aangekondigd binnenkwam begonnen de mondhoeken al een uur op voorhand naar boven te krullen.

Tante was meer een voorbeeld van een klagende en krakende kar. Zoals je weet lopen die het langst – bij haar was het niet anders.  Super vriendelijk, daar niet van, maar altijd had ze wel iets aan haar lichaam om over te klagen. Uiteindelijk is ze stokoud gestorven in een rusthuis. Mijn moeder kwam er heel vaak op bezoek, tuffend met haar Solex, de straat terroriserend door middenin te gaan rijden en zich niks aan te trekken van het overige verkeer. Vandaag zou dit niet meer lukken…

Nonkel M. kreeg iets aan zijn hart en verliet stilletjes zijn aardse leven. Niet zonder er vooraf voor te zorgen dat de zekeringen met koperdraadje verdwenen uit onze woningen. Er kwamen nu automatische zekeringen die je zonder probleem kon rechtzetten al er eens eentje sprong.

“Dood ben ik pas als je me bent vergeten”. Van wie komt deze levenswijsheid opnieuw? Ik ben te lui om het te gaan opzoeken, maar er zit een grote waarheid in deze spreuk. Er zijn heel wat mensen die niet meer onder ons zijn en die heel regelmatig in mijn gedachten terugkomen. Die blijven me herinneren aan het feit dat we echt van elke dag het mooiste moeten maken, dat ons aardse bestaan tijdelijk is en vlug voorbijvliegt…

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 41 reacties

Verleiden, verleed, verleden

Met trage doch regelmatige pas slofte ze door de gang, steunend op haar rollator. Bij elke kamerdeur even pauzerend en binnen loerend of ze eventueel iemand zag zitten.

“Het is een gepensioneerd nonnetje,” zei mijn moeder vorige week nog: “Ze is verward in haar bovenkamer en heeft elke dag wel iets waarnaar ze op zoek is. Gisteren nog zocht ze haar broer…”

Ik rondde mijn bezoek bij moeder af en verliet haar kamer. Om de hoek stond het nonnetje, laat ik haar Prudence noemen, op wacht.

“Dag mijnheer!” zei ze vriendelijk

“Dag mevrouw,” antwoordde ik. De tijd dat een kloosterzuster met ‘eerwaarde huppeldepup’ moest aangesproken worden ligt al een tijdje achter ons.

“Mijnheer… ?”

“Ja, mevrouw…”

“… Amai, mijnheer, jij bent groot, …én slank!”

Haar ogen glunderden bij deze zin. Ze bekeek me bewonderend aan van top tot teen, inclusief een vleug verliefdheid.
Gisteren nog had ze me ook aangesproken, en vroeg ze naar mijn leeftijd. “58, op weg naar mijn 59” had ik geantwoord. “Maar ik ben ook al 64 hoor!” zei ze toen. ‘De deugniet, de leugenaar’, dacht ik toen. Ze is zeker een eind over de tachtig…

“Een meter tachtig, mijnheer?” ging ze verder.

“Een centimeter kleiner,” zei ik naar waarheid.

“Je ziet wel dat ik goed kan raden, hé?” klonk uit haar mond. Haar ogen boorden zich in de mijne en bleven op modus ‘verliefd’ staan. Ze rechtte haar licht gebochelde rug zo goed als kon. Ik kon een flauwe glimlach niet onderdrukken, en stapte naar de lift.

Thuisgekomen heb ik die avances opgebiecht aan mijn deerne. Ze vermoedt geen concurrentie, gelukkig maar. Integendeel, ze kon er hartelijk mee lachen en concludeerde dat de echte gevoelens van het nonnetje naar buiten moesten komen na een lang en vroom leven. Het zijn ook maar mensen…

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 64 reacties

Moeders Koekjestrommel

‘Photoshop avant la lettre’?

Deze vond ik ergens onderaan de koekjestrommel. Een beetje versleten, met half opgekrulde zijkanten, netjes bijgeknipt na het inscannen.

De foto stelt R. voor, mijn grootvader aan vaders kant. Geboren en getogen in Zarren. Het type dat in zijn hele leven amper dit boerendorp heeft verlaten, of het moet voor bijvoorbeeld het huwelijk van zijn oudste zoon zijn geweest. Als hij het al heeft bijgewoond, want in die tijd was geen sprake van een auto. Alles moest met het openbaar vervoer worden afgelegd. Na het feest recht naar huis, want het woord ‘hotel’ stond niet in zijn woordenboek. Was ook niet weggelegd voor ‘de werkmensch’. Grote kans dat R. en zijn fantastische vrouw L. dan maar gewoon zijn thuisgebleven en niet van dat ‘feest’ hebben genoten.

Om terug te keren naar de foto. Ik ken mijn ‘petje’ enkel van de enkele momenten dat we hem opzochten, en hij samen met mijn ‘metje’ in de kleine donkere huiskamer zat. Een (sorry, petje) klein ventje, licht gebocheld, in een grijszwarte stofjas. De man zal wel ergens een zondagse broek en jas hebben gehad om (zolang het ging) op zondag naar de kerk te gaan, maar veel zal die niet zijn gebruikt.

Op de foto valt op dat de jas, het hemd en het dasje precies niet echt zijn. Het lijkt alsof de fotograaf inderdaad Photoshopgewijs ‘iets’ heeft bijgetekend of een sjabloon heeft gebruikt om het beeld zo af te werken. Zelfs de pet lijkt niet echt. Het lijkt alsof een UFO een scheve landing heeft gemaakt op het hoofd van R. Zelfs het gordijntje achteraan lijkt verdacht.

Het is ongeveer vijfenveertig jaar geleden dat ik petje R. nog eens de hand heb geschud, en me daarna stilletjes op een stoel terugtrok. Gewoon praten met hem was geen optie, dit was weggelegd voor mijn vader, die dit dan nog op een zeer eerbiedige manier moest doen…

 

 

Geplaatst in filosofie | 41 reacties

Veertig jaar geleden…

… of hoe een kleine reactie op een logje een stroom aan herinneringen kan ophalen.

Koen had het over een treinmoment, waarop hij passagiers diverse vormen van lectuur zag lezen. Onder andere een blinde man die een braille-tijdschrift las.

Ik kreeg een flashback naar de helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ik was zeventien, bijna achttien en verveelde me thuis als de pest. Het is te zeggen: mijn ouders waren zelfstandig en werkten bijna 16/24, er was altijd werk thuis, maar potverdikke, ik had soms ook zin om eens iets anders te doen dan dat. Een mens is maar één keer jong.

‘Uitgaan’ was geen optie. Zoals ik vroeger al schreef mochten we pas uitgaan als we afgestudeerd waren, voor mij betekende dit aan mijn twintig- eenentwintigste. Gezien toen nog geen gemengd onderwijs bestond en ik geen zussen had, betekende dit dat ik pas dan echt wist welke fantastische ‘uitvinding’ een meisje was. Had ik mijn schat maar wat vroeger ontmoet…

Gelukkig kon ik me voor mijn ouders als jongere verstoppen achter het moeten studeren. Ongelooflijk hoe hard ik dit moest doen :). Veel tijd bracht ik door in de bibliotheek, waar boeken en tijdschriften werden verslonden en (voor de schijn) wat studiegerichte werken werden meegebracht naar huis om mijn kennis verder aan te scherpen. Maar mens toch, wat waren dat saaie boeken. Bwah. Geen haar op mijn toen nog begroeide schedel die eraan dacht om die door te nemen. Mijn studierichting zat totaal verkeerd, maar ik zat in een trein die niet meer te stoppen was, of ik moest ermee ophouden en gaan werken.

Hoe het precies gebeurde weet ik niet meer, maar ik kwam aan de weet dat vrijwilligers zich konden aanmelden om leesboeken over te typen in braille. Dit had wat mij betreft verschillende voordelen. Op die manier kun je lezen met (over)schrijven combineren, een nieuwe vaardigheid wordt aangeleerd en vooral: ik kon iets doen voor een beperking (toen mocht je nog handicap zeggen) die ik de meest vreselijke vind die bestaat. Stel je voor dat je morgen niets meer ziet van al het moois rond je, dat je op de tast naar het toilet moet of je in de chaos van het verkeer moet begeven…

Ondergetekende toog met zijn gammele fiets naar een instelling (Licht en Liefde)  in Brugge en meldde zich aan. De verwelkoming was hartelijk. Ik koos het dikste boek van de plank, kreeg enkele pakken braille-papier mee en het obligate machientje. En, uiteraard, een klein cursusje met uitleg van de brailletekens, hoe de vingers te plaatsen op het klavier,…

Het was hard doorbijten om het brailleschrijven aan te leren. Dactylo kende ik, meer nog, ik was snelheidskampioen op school (mag ik voor één keer stoefen?). Steno zat me in de vingers (bestaat dit nog tegenwoordig?), dus moést ik voor mezelf de nieuwe vaardigheid aankunnen. De eerste dagen was het afzien, want als ik iets doe moet het vooral vooruit gaan. Hier ging dit niet. En vooral: wat je intikt is zo moeilijk te controleren. Als je iets typt kun je de tekst nalezen en in een wip weet je of er fouten in staan. Hier moet letter per letter worden gecheckt met naast je het braille-alfabet en geloof me: dit is niet evident.

Een paar maand gingen voorbij, en stilaan raakten mijn huisgenoten gewoon aan het monotone geluid van de toetsen die letters sloegen in het speciale papier. Aan de linkse kant van mijn bureau lagen blanco bladen, aan de rechterkant de veel dikkere afgewerkte bladzijden.

Toen kwamen de examens van het laatste jaar gevaarlijk dichterbij, en moest ik eindelijk beginnen studeren. Het werd een of-of-verhaal. Voor mij was het niet mogelijk de twee te combineren. Studeren en braille typen als ‘ontspanning’. Nee, dit zou faliekant aflopen.

Met enige tegenzin pakte ik de afgewerkte bladzijden voorzichtig in, en trok ermee naar de Langerei in Brugge, waar het instituut voor blinden was gevestigd. Ik voelde mij een loser, een beetje een opgever. En het was jammer voor mijn blinde medemens dat ze met dat halve boek bleven zitten. Toch werd ik hartelijk onthaald in het instituut. Men bedankte mij voor de moeite, en vroeg gewoon aan welke bladzijde ik zat.

In die periode ‘experimenteerde’ ik af en toe met het (goedkope) fototoestel van mijn ouders. Zwart-wit filmpjes, dat spreekt, die andere (in kleur) waren te duur. Op de kamer, die ik moest delen met mijn jongere broer, stond mijn ‘bureau’. Een oude ‘lavabo’-kast van mijn oma zaliger. En daarop stond het machientje… Die foto moést nog ergens te vinden zijn en werd teruggevonden in een album dat ik toen bijhield.

De tijd van toen…

(ik vond een website waar zwart wit foto’s naar kleur kunnen worden omgezet / heb ik gebruikt voor een paar foto’s uit Moeders Koekestrommel, maar probeerde ik ook eens voor bovenstaand plaatje)

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 42 reacties

Moeders Koekjestrommel

Een klasfoto van mijn moeder, in volle actie tijdens de turnles.

Ik kan me voorstellen dat de juffrouw die je links ziet misschien wel een paar bladzijden straf heeft gekregen, want ze draagt haar reguliere witte turnpantoffels niet.

Er zijn toch een paar (in mijn ogen) komische zaken die opvallen in dit beeld. Om te beginnen dragen de jongedames hun normale kledij. Een uur hossen en nadien bezweet terug op de schoolbanken gaan zitten, een lekker reukje producerend. Ik zag onlangs een klas lopen langs de Brugse Vesten tijdens hun les L.O. In de tijd van mijn moeder (en ook in die van mij, helaas) bestond gemengd onderwijs nog niet in de katholieke scholen. Nu gelukkig wel. Ik zag de groep lopen, meisjes en jongens door elkaar. De jongens in een soort bermuda, de meisjes in shortjes waarvan ik me kan voorstellen dat ik, klasgenoot zijnde, wel zou zorgen om zo dicht mogelijk bij hen te kunnen lopen. Waauw, met andere woorden. Helaas is het ook zo dat tegenwoordig veel meisjes niet meer zo erg kijken naar hun gewicht. In mijn tijd achtervolgde de dikkerd van de klas (in elke klas zat wel één zo iemand) al puffend en blazend de rest op een halve kilometer, vandaag de dag vormen minder slanke jongeren een mooi clubje achteraan. Jammer…

Grappig op de foto is hoe de meisjes gedisciplineerd voet tegen voet staan. Wat is de functie hiervan? Hun houding is per rij ook verschillend. Misschien doen ze wel een dansje op een hitje van de forty’s.

Zie je hen al turnen op bovenstaand punkliedje?

En nu jullie !!! Spring in die lange rok, doe een wit bloesje aan, witte turnpantoffeltjes en laat je gaan (graag fotoverslag op jullie eigen weblog).

“You never know dear how much I love you / please don’t take my sunshine away!”

 

Geplaatst in filosofie | Tags: | 46 reacties