Moeders Koekjestrommel

Herinner u het eerste logje over Moeders Koekjestrommel. Ik had het over een blikken koekjesdoos die volgestapeld lag met (oude) foto’s van mijn moeder en die ik eens mocht lenen om alles in te scannen.

We zijn tien maanden later. Moeder is niet meer onder ons. Haar woning oogt alsmaar meer leeg. Haar ziel neemt langzaam afscheid van de plaats waar ze zo lang heeft gewoond.

In een hoekje van een kamer staat een stapel foto’s om ‘u’ tegen te zeggen. Een veelvoud van die ‘koekjestrommel’. Een paar duizend plaatjes, ook van heel lang vervlogen tijden. Samen met één van mijn broers heb ik een zwak voor die zaken, duidelijk geërfd van mijn moeder, die er maar geen afscheid kon van nemen.

Veel van die beelden zijn afgedrukt met een sjabloon van een postkaart op de ommezijde. Het beeld van nonkel Jules en tante Irma kon op die manier met de post bezorgd worden aan neef Omer die twee dorpen verder woonde.

Probleem is dan te onderscheiden wat echt foto’s waren, en welke eigenlijk postkaarten zijn. Die van hierboven is, zeker te zien aan de boodschap onderaan, een postkaart. Een hele mooie vind ik, of ligt het aan de melige bui die me momenteel overvalt?

De foto hierboven is ook met postkaart-afdruk achteraan, maar is duidelijk niet bedoeld om in één of andere krantenwinkel als kaart te kopen op te verzenden. De mensen op de foto zijn allicht héél verre familieleden. Het beeld is genomen in 1918, kort na de bevrijding.

Heel leuke dingen ook, zoals bovenstaande foto waarin ik duidelijk een winkel herken uit de Brugse Langestraat. Enkele weken geleden waren we nog op wandel en nam ik volgende foto:

Honderd jaar later. Kleur versus zwart-wit. Dezelfde winkel, met nog steeds dezelfde raampjes met onderverdelingen boven de etalage.

Helaas bijna heb ik nog slechts twee maand te gaan vooraleer mijn jaarchallenge met als onderwerp Moeders Koekjestrommel ten einde loopt. Met het nieuwe materiaal dat ik nu heb, kan nog jaren worden verder gedaan. Is dit een goed idee? Misschien niet echt.

Ondertussen ben ik naarstig al die foto’s aan het inscannen. Want die worden straks verdeeld en misschien zie ik ze nooit meer terug…

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in filosofie | Tags: , | 11 reacties

Indian Summer

Het fenomeen dat we de laatste dagen mogen meemaken heet ‘Indian Summer’. Heerlijk, zo’n nazomertje.

Fantastisch om op zo’n moment de handen uit de mouwen te steken om de tuin op z’n winters te zetten. Haag nog eens strak geschoren, tuinhuis opgeruimd, meubeltjes binnen. Nog een ‘laatste’ wandeling dit jaar in de zon. Terrasje doen, mensjes kijken.

Nadien zal nog de herinnering resten aan de zomer van 2017 die veel te vlug voorbij is gevlogen. We hebben het gevoel iets langer kunnen vasthouden met onze Gran Canaria-reis.

Over een zestal weken trekken we er nog eens op uit voor een citytrip naar Porto. Reisbureau Pannenkoek heeft de smaak beet om uitjes op te zoeken per vliegtuig die niet echt duurder kosten dan de auto of trein te nemen richting een paar honderd kilometer verder. Slecht voor het milieu, zullen sommigen opperen. Klopt, maar ik ben negenenvijftig en de klok van mijn leven tikt verder zonder medelijden. Zullen we nog kunnen reizen over tien, vijftien, twintig jaar? We leven nu, hebben geen zorg meer voor de kinderen en kunnen het ons permitteren.

En nu nog wat genieten van onze nazomer…

(Dubbel)klik gerust eens op de foto’s om ze te vergroten / deze geven je Indian Summer gevoel nog een extra boostje… Wie Thomas Pannenkoek terugvindt op één van die foto’s krijgt als prijs een stuk warme appeltaart, door mij aan huis geleverd!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 44 reacties

Moeders Koekjestrommel

Ik heb mijn grootvader aan moeders kant nooit gezien met haar op zijn schedel.

Toch niet met een haardos waarvoor een kam nodig was. Hij had nog zo’n smal strookje resthaar, waarvoor hij allicht nooit naar de kapper moest. “Welnu, pepe ik ben je voorbeeld aan het volgen!” Mijn schedelbegroeiing wordt dunner en dunner. Elke week ga ik zelf voorzichtig met de tondeuse over mijn schedel en laat van wat nog rest een zestal millimeter staan. ‘Keeping up appearances’, iets in die zin.

Het fotootje van hierboven heb ik een hele tijd vastgeklemd gehouden tussen duim en wijsvinger, om toch absoluut geen afdrukken na te laten op het kleinood. Het kon een huwelijksfoto zijn ergens in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Geen bruid in het wit, ik denk dat dit toen enkel voorbestemd was voor de hele rijken, als die gewoonte al bestond.

De jongedame op de foto kon wel eens mijn grootmoeder zijn, zo was mijn eerste indruk. Ook haar heb ik nooit gekend in haar jonge jaren, maar ze heeft er zeker trekken van. De man aan haar zijde kan ook wel de veel jongere versie geweest zijn van ‘pépé’ V., de enorm trotse man met bijna militaire discipline. Rug recht, heel voorzichtig de hand vasthoudend van zijn geliefde. Of, bij nader toezicht, zij die zijn hand vasthoudt. Ook al omdat het waarschijnlijk ‘moest’ van de fotograaf. De achtergrond zeer wazig, zoals het toen de gewoonte was.

Hun kledij oogt zeer ‘sjiek’. Duidelijk een teken van: ‘Mensen, kijk, we hebben die rotte eerste wereldoorlog overleefd, we leven weer!’. Konden ze toen al vermoeden dat niet zo heel veel later een tweede wereldoorlog zich zou aandienen, met dezelfde vijand als toen?

Misschien maar best dat ze het toen nog niet wisten, want dit gebeuren zou hun ganse verdere leven tekenen, én dat van hun kinderen. Toen zij én mijn ouders later vertelden en klaagden over wat ze meemaakten in die oorlog dachten we vaak van ‘zijn ze daar weer met hun oorlog?’.  Het woord ‘trauma’ of hoe zo’n vreselijke jaren een mens tekenen voor de rest van hun leven was ons toen als kind niet duidelijk.

Sorry !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 26 reacties

Respect !

Ik schreef het al in een vroeger logje. We hebben al wat spulletjes van moeder verkocht op tweedehands-sites. Een TV, koelkast, microgolf,.. dingetjes als dit. Maar echt in haar kasten en laden rommelen deden we tot voor kort nog niet. Waarom? Ik weet niet, als kind mochten we dit niet doen en ook: het voelt echt heel raar aan om te snuffelen in haar zaken.

Nochtans: vroeger, toen we nog thuis woonden, snuffelde zij graag in onze zaken, maar dan nog. Wij zijn opgevoed in een tijd waar veel minder vrijheden waren dan vandaag het geval is, en we kenden onze grenzen.

Drie maand na haar overlijden vonden we dat het stilletjes tijd werd dat we aan de ‘grote opruim’ begonnen. Kasten en lades werden leeggemaakt. Zaken die echt niet meer konden gebruikt worden verdwenen in vuilniszakken. Eerst met veel twijfelen en tegenzin, maar uiteindelijk besef je dat je niet alles kan houden.

Soms vind je zaken, zonder in detail te treden, die dingen verklaren uit onze jeugd. Zaken waarover in die tijd niet gesproken werd, en die voor altijd een geheim zouden zijn gebleven had moeder deze bijvoorbeeld weggegooid. Het lijkt alsof ze bewust  zaken heeft achtergelaten opdat we ze effectief zouden zien, zouden lezen. En dat vind ik mooi, echt mooi. Konden ze vroeger niet besproken worden, dan kwamen we dit nu toch aan de weet. Ergernissen van vroeger worden op die manier serieus gezalfd (of hoe moet ik het uitdrukken?).

En ook die zaken verdwijnen versnipperd in de vuilniszakken, maar blijven gebeiteld in ons geheugen. Of toch alvast in het mijne.

Ergens diep in een kast verstopt vonden we bijvoorbeeld het schriftje van mijn moeder waaruit twee fragmentjes in dit logje werden geplakt. Het is een liederen-schriftje dat mijn moeder geschreven had in het jaar 1943. Toen was ze dertien, en het land zat middenin de tweede wereldoorlog. Sorry voor de slechte kwaliteit van de foto’s, ze zijn genomen met mijn mobieltje en die camera stelt niks voor. Wat opvalt is het prachtige handschrift dat ze toen had, en dat ze behield tot een paar jaar voor haar dood. Toen eiste artrose zijn tol, en ging het schrijven moeilijker en moeilijker.

Er staan leuke liedjes in dit schrift die wij als kind ook leerden op school. Ook onbekende, zoals het stukje ‘In ’t woud, dat ze noteerde op 12 oktober 1943 (net geen 74 jaar geleden).

Het is zoo aangenaam in ’t bosch
bij zomerdag op ’t malsche mos
te luisteren naar het vogelkoor
het zingt en het klinkt en al maar door
wiet-wiet van hier
tier-lier van daar
wiet-wiet tier-lier
wel vijftig paar
en luisteren moet ge naar dat lied
dat uit die honderd kelen schiet

Ik zou nog vier bladzijden kunnen vol schrijven van de mooie dingen die ik terugvond aan geschreven teksten van haar, ook genoteerd op latere leeftijd. Dit in de wetenschap dat ik nooit geweten heb dat ze het schrijven in zich had, dat in haar een zeer groot talent is verloren gegaan.

Verplicht snuffelen in het gerief van je moeder zaliger is niet prettig, maar kan toch helpen in het rouwproces. Denk absoluut niet dat dit proces is afgelopen na drie maand, integendeel. Dagelijks spoken gedachten door mijn hoofd die met haar te maken hebben. Leuke dingetjes, ook minder prettige zaken. Het is en blijft mijn moeder die er vandaag niet meer is.

Misschien nog een klein woordje rond onderstaand tekstje, dat achterin het schriftje met liederen was genoteerd en dat tot nadenken stemt. Een dertienjarige moet tijdens de oorlog per kind de voorraad bijhouden van de koeken die uitgedeeld werden. Vandaag hebben we de luxe dat elk kind koeken kan vreten tot hij/zij er ‘slekkevet’ van wordt, toen was het vechten voor een koekje…

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 53 reacties

Moeders Koekjestrommel

“Wat een grote man,” zal jullie eerste idee zijn bij het bekijken van deze foto. Niet alles is wat het lijkt, dat lees je verder wel.

Wie prijkt hierop? De figuur met stofjas is mijn vader. Hij zou niet hebben kunnen lachen met het pseudoniem Pannenkoek (toen werd pannenkoek trouwens nog zonder tussen-n geschreven) en heette A. B.. Verleden tijd, omdat de man ondertussen ook al ongeveer zesendertig jaar gestorven is. Op zijn arm draagt hij enigszins onwennig zijn oudste zoon en tevens mijn oudste broer, F.

Bijna niet te geloven dat hij toen ongeveer drieëndertig jaar jonger was dan mijn eigen huidige leeftijd.

Laatst had ik het nog bij een logje van Narda over de psychologische link die we vaak leggen bij de ‘ouderdom’ van geliefden die ondertussen zijn gestorven. Mijn eigen vader is nooit 56 geworden – zolang ik jonger was dan zijn sterfdatum keek ik angstig uit naar de dag dat ik zelf die leeftijd zou krijgen, als dit al het geval zou zijn. Waarom eigenlijk? Puur psychologie, want niets wees erop dat ik voor die leeftijd het tijdelijke met het eeuwige zou wisselen.

Hier poseert papa A. voor de rij koterijen van hun toenmalige woning in de Spoorwegstraat van Brugge. Nummer vijfendertig, om precies te zijn. De naam komt je bekend voor? Inderdaad, in het begin van mijn jaarchallenge Moeders Koekjestrommel nam ik je mee naar de ouderlijke woonst van mijn moeder, die in dezelfde straat woonde.

Zelf zie ik het niet altijd, maar volgens ingewijden lijk ik fysisch nogal sterk op mijn vader, meer dan mijn drie broers (die meer het uitzicht en de proporties van mijn moeder meekregen).

Mijn vader was ruim tien centimeter ‘korter’ dan ik. Op de foto ziet hij er een reus uit, maar dat zal komen doordat de deurtjes van de koterijen zeer laag waren. Zelf zou ik zonder op een stoel te staan kunnen een kijkje nemen in de dakgoot :).

Het grappige is ook dat ik met mijn 180 centimeter (eigenlijk 179 sinds een ruggenwervel het nodig vond in te deuken na een val) de grootste van de vier broers Pannenkoek ben. Op zich is dit nog niet reusachtig, zeker als je de grootte van de huidige jongeren bekijkt, maar het is mooi meegenomen dat mijn broers (letterlijk) naar me moeten opkijken :).

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 45 reacties

Achtenveertig

Dames, heren
Pruikenhuis
huizenpruik
nummer
achtenveertig
beschermd
Tour
la
main

afgebladderde verf
witte
verf
blauw
raam

Dames
Heren
Prui
kenhuis

Kruipenhuis

Langestraat
lange
straat

Brugge

 

 

Geplaatst in filosofie | 30 reacties

Wroet van coleire

‘Wroet van coleire’ heb ik donderdagavond mijn fiets in de garage geparkeerd.

Sinds enkele maanden wordt met de fiets naar het werk gereden in plaats van met onze rode bolide. Waar in het begin nog de voorwaarde was ‘als het mooi weer is’, gebeurt dit nu ook als de hemelsluizen zich openen, het zo hard waard dat mijn toupet de lucht in vliegt of als andere natuurelementen stokken in de wielen steken.

 

De voldoening is groot. Frisse lucht, de gedachten op een rijtje kunnen zetten, wat beweging,… Meer nog: als ik dan toch eens de auto moet nemen omdat een opleiding of vergadering roept, dan slaak ik een zucht van tegenzin.

Donderdag had ik er dus wel even de pest in. Gewoon omwille van het gedrag van andere (gemotoriseerde) bestuurders, die de fiets eerder zien als een leuke prooi voor onderweg.

Zo reed ik een stukje langs de Damse Vaart op een mooi maar smal aangelegd fietspad, toen een motor (die normaalgezien daar niet mag rijden) luid toeterend teken maakte dat hij mij wou passeren. Tijdens het inhaalmanoeuvre werd ik net niet in de vaart geduwd. Ik overdrijf niet, een paar centimeters scheelde het of ik had niet alleen een natte broek, maar mijn hele lijf inclusief fiets lag in het koude water.

Op de terugweg nog zo’n verhaal. Een auto was net geparkeerd toen ik er met mijn fiets wou voorbij rijden. De chauffeur opende plots zijn deur zonder kijken. Best dat ik nog een beetje reflexen heb, anders was ik -knal- in zijn deur gereden met alle gevolgen van dien. Vooral de lichamelijke gevolgen zouden ernstig geweest zijn. Ik schrok, hoe zou je zelf zijn, en liet een ‘godverdomme!’ ontsnappen. Normaal gezien vloek ik nooit, maar de nastress van het werk doet soms deze regel vergeten. En weet je wat? De chauffeur van die auto begon mij dan nog uit te kafferen ook. Hallo? Wie was hier in fout? Ik keek in het mannetje zijn ogen met een priemende blik, en zei geen woord. Dat hij verdorie ter plekke in zijn broek scheet voor mijn part en er voor de rest van de dag mee moest rond lopen. Belachelijke vent!

Ik was nog geen vijfhonderd meter verder of een vrouwelijke chauffeur die duidelijk aan het dromen was achter haar stuur haalde een manoeuvre uit waarbij ze ineens hard op haar rem moest staan of Thomas Pannenkoek was nu zaliger. Om dan nog te spreken over de man in zijn grijze Golf die in achteruit zijn parkeerplaats verliet en nog net kon remmen of ik plakte aan zijn achterbumper.

Mensen auto- of motormobilisten (mooie naam, hé!), alstublieft, je hebt ogen in jullie kop gekregen, gebruik ze alstublieft. Precies door die vier gevaarlijke verkeerssituaties op één dag tijd was ik dus strontvies. Of wacht, het waren er in feite vijf. Een autobus met vrouwelijke chauffeur blokkeerde ’s morgens nog het fietspad omdat een andere auto verkeerd geparkeerd stond. Toen ik haar teken deed en ze even opkeek van haar mobieltje met een heel domme blik, vroeg ik op ze wat opzij kon rijden zodat ik door kon.

“Moe’k em upploaien, misschien?” vroeg ze me in het Algemeen Beschaafd Brugs. “Neen, maar je kunt wel even achteruit rijden, zodat de fietsers door kunnen,” antwoordde ik. “Onnoazeloare godverdomme,” was haar antwoord. Dank je wel, en leve De Lijn.

Mijn vrouw had vorige week ook zo’n leuk dingetje voor toen ze met haar fiets naar het werk reed. Ze nam haar voorrang op een fietsoversteekplaats, en een automobilist begon haar uit te kafferen. Toen ze vriendelijk zei dat ze gewoon maar het verkeersreglement volgde, kreeg ze de (niet) koosjesnaam ‘HOER!’ naar het hoofd geslingerd. OK, we noemen elkaar ‘hoer’ tegenwoordig. Hoe netjes, hoe beleefd, hoe vernederend potverdorie. Leuke mensen hier in Brugge…

Er zijn mensen die de repliek zullen geven dat er ook fietsers zijn die gevaarlijk doen op de weg. Klopt, die zijn er ook, maar laat dit chauffeurs niet weerhouden om toch uit hun doppen te kijken en verkeersregels toe te passen in plaats van cowboy te spelen.

 

(de foto’s bij dit logje zijn een test die ik op de autoloze zondag deed met de lens voor onze Nikon, die net tweedehands was aangekocht. Eindelijk kunnen onze Brugse standbeeldhelden nu eens van ietsje dichter worden bekeken. Je ziet bovenaan de schilder Jan Van Eyck, en onderaan de Brugse helden van de Gulden Sporenslag: Jan Breydel en Pieter De Coninck)

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 47 reacties