Thomas Verhofstadt, of de gruwel van een konijnenspleet

De laatste week heb ik wat last gehad van mijn voorgevel. Alles heeft te maken met een oud bereid konijntje dat nog in onze diepvries zat. Op een lui moment had ik geen zin om eten te maken, deed dan maar dit dier in een glazen kom warmde het op in de microgolf. Lekker? Absoluut.

Alleen was het een dier met overal beentjes. Het was niet moeilijk om de meeste ervan te ontwijken, maar bij ééntje lukte dit niet. Resultaat is dat van één van mijn voorste konijnentanden een stuk afbrak.

Welk gevoel dit gaf? Gruwel, echt gruwel. Ik moest denken aan één van mijn buurvrouwen. Een vriendelijke dame, dat wel, maar ze verzorgt zich eerder slecht. Als ze spreekt kun je in haar mond hier en daar een tand ontwaren, als bewijs van dat ze ooit een gebit heeft gehad. Bij haar (nog steeds) inwonende zoon hetzelfde verhaal. Tand eruit? Geen probleem, weer eentje minder om te moeten poetsen.

Ik voelde met mijn tong langs de opening die was ontstaan in mijn mond, en voelde een gat waar een tientonner kon door rijden, met aan elke zijde een majorette van de Koolkerkse pingpongclub. Het voelde haarscherp aan, mijn tong werd bijna in twee gereten.

Bang stapte ik naar de spiegel op de gang. Ik hield angstig mijn lip omhoog en zag een spleet die deed herinneren aan een ex Belgische premier die een tijdje geleden onze staatshuishouding naar de filistijnen heeft geholpen en nadien naar de Europese politiek is gevlucht om als liberaal frontman ten aanval te trekken tegen iedereen die een mening heeft.

“Help!” riep ik, voorzichtig articulerend uit vrees dat ook de rest van mijn tanden zou uitvallen. Het gebeurde net op goede vrijdag, op een moment dat geen enkele tandarts bereikbaar was. Dit betekende dat vrijdag, zaterdag, zondag én maandag geen afspraak kon worden gemaakt. We gaan op één mei voor een weekje op reis. Zou ik voor die datum een consultatie bij mijn tandarts kunnen versieren?

De goden waren met mij. Op dinsdagmorgen kon ik de assistente van de tandarts bereiken. Normaal gezien krijg ik daar geen afspraak binnen de maand, maar gezien mijn voorgevel gehavend was, lukte het voor vrijdag, eergisteren dus.

“Oei,” zei de tandartse toen ik op de stoel ging liggen. Ze nam meteen haar gerei beet en begon aan het klusje.

Met resultaat. Hier zit voor u een totaal gerestaureerde Thomas Pannenkoek, die weer vrij kan lachen zonder zijn hand voor z’n mond te houden.

Dank je wel.


							
Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 46 reacties

Moeders Koekjestrommel

Een bijna profetische foto, deze. Mijn moeder met haar jonger zusje.

Vandaag, naar schatting tachtig jaar later, zijn zij nog de enige twee overblijvende van het gezin B. Hun vader is al vijftig jaar ‘wijlen’, hun moeder ongeveer veertig jaar. Hun broer en twee van hun zussen zijn al een tijdje gestorven.

Die jongere zus van mijn moeder woont nu nog in het landelijke Zarren, waar ze na haar huwelijk naartoe is getrokken met haar echtgenoot zaliger. Zo kon ze op een boogscheut wonen van haar andere zus, die gehuwd was met een broer van mijn vader. Ingewikkeld?

Voor de buitenstaander wel. Mijn vader had zijn lief gevonden in Brugge. Op een fietstocht (Zarren-Brugge) naar zijn verovering had zijn broer hem vergezeld, en slaagde erin de zus van mijn moeder te charmeren. Mijn moeder besloot in het ‘beschaafde’ Brugge te blijven, terwijl haar zus haar man volgde naar het plattelandsdorp Zarren. Het jongere zusje van mijn moeder leerde iemand kennen van de streek (Brugge), maar besloot ook de uitdaging aan te gaan om in Zarren te gaan leven.

Blijft ingewikkeld? Misschien wel.

Die jongere zus is ook niet meer goed te been en haar gedachten staan niet meer helemaal netjes op een rijtje. Zelf rijdt ze niet met de wagen, maar ze laat geen kans voorbij gaan om zich door één van haar dochters te laten voeren naar het ziekenhuis in Brugge, waar ze elkaar telkens op een zeer ontroerende manier in de armen vliegen. Ze weten dat voor geen van beiden de tocht op deze wereld nog lang zal duren.

Het is warm om te beseffen dat zussen aan elkaar  blijft hangen, ook al wonen ze geografisch toch een stukje uit elkaar. Ook al hebben ze elk hun leven geleefd met aparte problemen en kansen. Ook al voelen wij, kinderen van de twee zussen, niet echt ‘verwantschap’ met de neven en nichten onderling.

Twee meisjes die arm in arm op een bank zitten bij de fotograaf. Elk met een identiek kleedje aan, gebreid door mijn grootmoeder. Zo’n ‘portret’ was duur in die tijd, maar mijn oma stond erop om regelmatig zo’n studioportret te laten nemen. Zelfs al kostte het haar de boterhammen uit haar mond.

Profetisch omdat het lijkt alsof de tijd tachtig jaar is blijven stilstaan, en ze vandaag nog steeds in elkaar geklikt op de bank naast elkaar zitten, en dit over -pakweg- een jaar zullen blijven doen als ze niet meer onder ons zijn, maar ergens -voor wie erin gelooft- in een plek waar ze rust en pijnloosheid hebben teruggevonden en ons af en toe eens zullen komen bezoeken. Op momenten waar we fantastisch gelukkig zullen zijn en even zullen denken van ‘was m. hier maar nog en kon ze dit maar meemaken’. Of eerder momenten waarop een traan onbewaakt langs onze wang loopt en we denken aan de tijd waar m. er was en een pleister in vijf seconden een wonde bedekte, het bloed stelpte en we weer verder speelden.

Een compliment voor de fotograaf, want ik vind de momentopname prachtig. De sfeerschepping ook, nog wat aangewakkerd door het lichteffect van de tand des tijds, die het beeld wat extra flair heeft gegeven.

Hoe toepasselijk, het lied van hieronder…

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 35 reacties

Sorry, het is mijn schuld…

Jullie hadden met zijn allen een heerlijk en zonnig paasweekend gewenst. Thomas Pannenkoek himself heeft hier stokken voor gestoken. Het komt doordat  ik per sé vrijdag onze regenput moest leegtrekken, om die nadien door een gespecialiseerde firma te laten schoonspuiten aan de binnenkant.

Het ‘verhaal’ begint eigenlijk al 22 jaar geleden, toen we onze woning lieten bouwen. De bouwfirma heeft toen onze waterafvoer aangesloten aan de stedelijke riolering.

Wat bleek na de eerste hevige neerslag? Welnu, het water dat wij naar de riolering hadden gestuwd kwam vrolijk terug en wel in onze regenput. Moet erbij vermeld worden dat de stank vreselijk was? Onze was werd gedaan met regenwater. Als we nadien in de Brugse binnenstad wandelden stonken we als de pest. Mensen op terrasjes vluchtten naar binnen, en af toe haalde een dame een busje deo uit de handtas om ons te besproeien.

Om een heel lang verhaal kort te maken: we hebben het stadsbestuur enkele keren aangeschreven (ook nadat een ploeg van een andere politieke strekking de touwtjes in handen nam), maar dit bleek vruchteloos. Volgens ons waren fouten gemaakt bij het aanleggen van de riolering en ook bij de verkaveling naast onze wijk, die (ruim) een meter hoger dan de onze werd aangelegd. (Vuil) water zoekt altijd zijn weg naar het laagste punt, wij deelden van de brokken.

Eind vorig jaar nog kwam een team van vier ingenieurs onaangekondigd aanbellen thuis na mijn laatste klacht. Ik was niet thuis, nogal intimiderend voor mijn vrouw die mocht aanhoren dat het ‘mijn’ fout was dat de aansluiting op de riolering ‘verkeerd’ was gebeurd. “Hallo?”, die stenen pijpen werden door de straatwerkers geïnstalleerd, onze aannemer deed gewoon de aansluiting met PVC buizen.

Als burger trek je allicht meestal aan het kortste eind bij het indienen van een klacht tegen de overheid. De betreffende dienst kreeg een mailtje van me met de opmerking dat hun optreden niet echt was gesmaakt en de vraag hoe we ‘het probleem’ nu eindelijk konden oplossen. Een vriendelijke dame (die bestaan dus ook) diende me van antwoord met de tip een bijkomende terugslagklep te laten steken dicht bij de riolering.

Dit geschiedde dus. Het grapje, waarbij de oprit moest worden opgebroken, kostte ons zo’n 1800 Euro (is al een heel mooie reis). Ik kuiste de dakgoten nog eens uit, trok de regenput leeg met een pompje en een firma uit de buurt daalde neer in de put om alles proper te spuiten. Zelf deed ik dit in het verleden ook al enkele keren, maar zo grondig als die mannen dit doen kan ik het niet.

En daardoor, beste lezer, moést het wel beginnen regenen. Eén van onze toiletten werkt op regenwater (de andere op koffie) en we kunnen toch niet blijven onze behoefte doen tussen de preiplanten?

Maar beloofd: in de loop van de komende weken komt de zon er weer door.

(hopen maar dat onze investering loont)

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 66 reacties

Ontsnapping voor een weekje

Lezers die mij al een tijdje volgen weten dat we er in maart normaalgezien de stekker uit trekken, en een verre reis maken. Dit jaar niet. Mijn moeder is al een tijd terminaal ziek, en we willen het risico niet lopen dat ‘het’ gebeurt als we er niet bij zijn.

Toen mijn schoonvader anderhalf jaar geleden overleed, werd ik met de neus op de feiten gedrukt dat het leven gewoon verdergaat als iemand sterft. De man stierf in mijn aanwezigheid. Na zijn laatste adem baarden twee verpleegsters hem op terwijl mijn schat en haar moeder in een belendend zaaltje wachtten op de familie die druppelsgewijs zou toekomen om afscheid te nemen. Zelf stond ik op de gang, want het zien sterven van iemand moest ik alleen verwerken. Een kwartiertje later kwamen die twee verpleegsters weer uit de kamer. Vrolijk, lachend, gezellig keuvelend. Vond ik raar, want net hadden ze een overledene gewassen en opgebaard… Raar en niet raar, want ‘Het leven gaat gewoon verder’ dacht ik dan. Een paar verdiepingen hoger zal allicht rond die tijd iemand geboren zijn, onze Joseph was gestorven.

Sinds begin juli 2016 staat ons leven in het teken van het afscheid van mijn moeder. Minstens drie keer per week ga ik op bezoek als ze thuis is. Nu ze weer in het ziekenhuis vertoeft ga ik quasi elke dag. Vraagt tijd, maar ik voel dat het zo hoort. Op het werk in mijn nieuwe functie is het moordend druk. Privé hebben we wat renovaties gedaan, wat ook weegt. Noem mij een mietje, maar het elastiek staat even op springen, ook die van mijn vrouw.

Mijn vrouw drong al een tijdje aan om toch een reisje te boeken, al was het maar voor een week. Ik hield de boot af. Ons verlof werd uitgesteld van maart naar mei, want ‘dan zijn we weer twee maand verder en is ‘het’ misschien gebeurd. Vreselijk, zo te moeten aftellen naar iemands overlijden.

Is haar lijden ondertussen aan het eindpunt gekomen? Zou kunnen. Net zoals het mogelijk is dat ze het nog zes maand of een jaar volhoudt. De moeder van een collega van me kreeg hetzelfde te horen als zij: een levenskans van ongeveer zes maand. Twee jaar later is die dame gestorven.

Vorig weekend hebben we de knoop doorgehakt en een reisje geboekt van een weekje Bulgarije. Als ondertussen niets dringend gebeurt vertrekken we op één mei, en landen een weekje later terug op Oostende. Even de batterijen opladen.

Het voelt raar aan dat we die beslissing hebben genomen, nog steeds. Af en toe vraag ik me af ‘wat hebben we nu gedaan?’.

Mijn vrouw sprak er over met de behandelende specialist van mijn moeder. “Doen!” zei die overtuigend, “vertrek absoluut op reis, want morgen kan er ook plots iets met jullie gebeuren en dan…”.

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 59 reacties

Moeders Koekjestrommel

Nog eens nam ik met mijn onschuldige ‘kinderhand’ een foto uit het archief van moeder Pannenkoek.

Mijn eerste reactie was: “Wa is mich da??” Wie in godsnaam staat op deze foto? Welke ‘fotograaf’ vond het nodig om die, laat ik het voorzichtig uitdrukken, volslanke dame op die manier voor de eeuwigheid vast te leggen. En dat nog terwijl ze een koe innig omhelst.

Van mijn familie van Brugge kan het bezwaarlijk komen. Ik denk eerder in de richting van de Pannenkoek-clan uit Zarren. Misschien werd de foto op een zondag genomen, want ‘tante Zulma’ (om de dame toch een naam te geven) had blijkbaar haar zondagse kleedje aan. Een leuke handtas ook. Wat aan de kleine kant, maar dat zal gewoon de tijdsgeest zijn geweest.

Moderne (jonge)dames hebben vuilnisbakken handtassen waar heel wat gerief moet worden in weggestoken. Zakdoekjes, de GSM, portefeuille, de huissleutels… Wie weet stoppen ze er ook een hamer en beitel in. Nog nooit heb ik de handtas van mijn vrouw gecheckt. In de tijd van tante Zulma was de portefeuille en een zakdoekje voldoende. Een poederdoos misschien ook en wat lipstick. Of het kunstgebit,…

Wat opvalt op deze foto dat geen van de twee fotomodellen geïnteresseerd is in de fotograaf. De koe kijkt weg, tante Zulma ook. Een David Hamilton zal de fotograaf in kwestie nooit worden, tenzij hij wat bijlessen volgt bij Toontje Klakke, de dorpsonderwijzer van Zarren.

Mocht ik zo’n foto krijgen, ik zou vriendelijk dankjewel zeggen, maar hij zou toch niet verdwijnen in mijn koekjestrommel. Wat ben je daarmee?

Tante Zulma zal allicht al lang gestorven zijn. Ik schat haar op deze foto tussen de 45 en de 50 jaar, en denk dat de foto rond 1955 is genomen. Dan zou ze ondertussen al een heel tijdje de honderd voorbij zijn, gesteld dat ze toch nog zou in leven zijn.  Het is nog twijfelachtiger dat de koe in kwestie nog zou in leven zijn.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 41 reacties

Lentekriebels

Vandaag komt hoog bezoek naar Brugge. Dina (van de weblog ‘Perdebytjie se nes’) komt met haar zoon op bezoek. Ik volg haar site nog niet heel lang, maar heb enorm veel bewondering voor de foto’s die ze publiceert van wilde dieren in Zuid Afrika en de verhalen die ze erbij verzint.

Helaas hebben we familiale verplichtingen die al een hele tijd zijn afgesproken, anders zou ik voor één keer mijn ‘angst’ om medebloggers in real life te ontmoeten hebben aan de kant geschoven om kennis te maken en hen wat in Brugge te gidsen.

Leve het op voorhand plannen van logjes. Dit bijvoorbeeld tik ik in op zaterdag in de vooravond. We hebben net genoten van een heerlijk (half) dagje buiten. Vanmorgen heb ik gewerkt. Zoals jullie weten ben ik opdraaier van toiletpapierrollen bij een concurrent van Popla. ‘Koning, Keizer, Admiraal’, jawel. Neem van mij aan dat dit afstompend werk is. Na de zevenhonderddrieëndertigste rol heb je het wel gehad. En elke rol het aantal velletjes natellen, echt waar, ik krijg er het schijt van.

Die uurtjes in de zon hebben echt deugd gedaan. De tuin had ik de voorbije week al aangepakt. Het gras ligt er gemillimeterd bij. Mieren kunnen boven de grassprietjes uit kijken. Of het onkruid, want echt ‘gras’ of ‘pelouse’ kun je onze tuin niet noemen. Onkruid woedt welig, onze tuin zit vol met paardebloemen, madeliefjes, klaver en hutspotkruid. Alles wordt afgereden met de grasmachine, want met een schaar blijft het maar duren.

Gelukkig zie ik dat onze catalpa’s de winter hebben overleefd. De boompjes staan er nu het tweede jaar. In een overdreven herfst-opruimbui had ze ze gesnoeid in oktober van vorig jaar. Onze Menck had het even later over het ideaal snoeiseizoen voor die boompjes, en dit bleek -oesje!- maart te zijn. “Wat nu?” vroeg ik hem. Hij raadde aan het snoeisel er opnieuw aan te plakken Hij zei dat we moesten bidden voor een zachte winter, dat dit dan wel in orde zou komen. En zo geschiedt dus. De eerste botjes komen hun kop opsteken, het komt dik in orde.

Beide boompjes doen het goed. God save the queen.

Meer nog. Diezelfde oktoberperiode van vorig jaar plantte ik voor de lol twee ajuinen in mijn lieve dame haar moestuintje, en die staan nu ook fier te wachten op hun bloemetjes. Binnenkort kan ik dus kilo’s ajuinen verdelen onder mijn lezers. Om nadien een CD op te nemen met protgeluiden, natuurlijk. Je weet dat een consumptie van ajuin kan leiden tot petomaangeluiden, daar maken we dan beter het beste van.

Vandaag ben ik er niet echt om te reageren, ik haal morgenavond wel de schade in. Als het geen te mooi weer is, natuurlijk, want als de zon schijnt is Thomas Pannenkoek zelden of nooit achter zijn pc-klavier te vinden.

Geniet van de mooie lentedag!

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 42 reacties

Moeders Koekjestrommel

Mocht het mensje weten dat ze ooit op het Internet zou verschijnen, ze had zeker haar zondags kleedje aangetrokken voor de foto.

L., ofte de oma aan de Pannenkoek-kant van mijn familie. Een zalige vrouw, een unicum dat deze foto kon genomen worden terwijl ze buiten op een stoel zat.

Stilzitten was sowieso haar ding niet. Werken, werken, werken in het huishouden. Elk knopje blonk, elke schoen werd (veel te veel) gepoetst, de zes kinderen waren netjes gekleed met de middelen die ze hadden. Van de duiven trok ze zich niks aan, dat was de verantwoordelijkheid van ‘petje’, de man met de snor, de eeuwige klak en de grijze stofjas.

Een tuin zoals wij die kennen was er niet. De woning stond op zo’n veertig meter van de straat verwijderd, het land dat ervoor lag was volledig ingenomen door eigen kweek van groente en hier en daar een fruitboompje. Achter de woning een klein koertje met ‘koten’. Konijnen en kippen voelden zich er thuis, toch tot op de dag dat ze in de pot verdwenen.

De dame was diep gelovig, en daarmee bedoel ik echt enorm gebonden aan al wat zich rond de Kerk afspeelde. Ze kende haar bijbel van voor naar achter en omgekeerd. De weinige keren dat we op bezoek gingen (Zarren was héél ver, zo’n dertig kilometer, stel je voor…) kregen we bij het aankomen een hartelijke hand, en bij het vertrekken een kruisje op ons voorhoofd. ‘Tsjeensenbewoareje’ klonk het dan, of de West-Vlaamse vorm van ‘God Zegene en Beware je’. Tsjeensenbewoareje, net zoals ook mijn vader ons elke avond zei voordat we gingen slapen.

Het gaf een gevoel van veiligheid om op die manier afscheid te kunnen nemen of te kunnen gaan slapen.

Een braver en vromer mens als ‘metje L.’ heb ik verder in mijn leven nooit meer ontmoet. De dame is ondertussen al ongeveer vijfenveertig jaar zaliger. Haar stoffelijke resten zullen niet meer rusten op het gemeentelijk kerkhof van Zarren. Ik ben trots dat ik wat van haar genen heb geërfd, en ze op die manier een stukje in mij verder leeft.

“Tsjeensenbewoare je, metje!”

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 42 reacties