Drieëntwintig jaar sparen in een wip tenietgedaan!

(even een fotootje hergebruiken, als je het mij toestaat)

Ernst nu. Je leest het al in de titel: drieëntwintig jaar hebben we gespaard. Drieëntwintig jaar! Eerst met ons vieren. Een jaar of tien, en toen waren we nog met z’n drie. Onze jongste bleef nog een viertal jaar en toen is ook hij vertrokken en vergaarden we nog met zijn tweetjes.

Even dapper als voorheen, dat wel. Maar met twee kun je nooit zoveel sparen als met vier.

Er waren de voorbije twee jaar momentjes waarop we ons afvroegen of het niet genoeg was geweest nu. Onze voorraad groeide maar aan, tot een niveau waarbij velen jaloers op ons werden. Want ja, we zijn nogal ‘open’ als dit onderwerp wordt aangesneden. Op familiefeestjes bijvoorbeeld, of die zeldzame momenten waarop de postbode bij ons een bad wil nemen en hij ondertussen conversatie probeert te voeren. Bij zo’n onderonsjes raakt men al vlug zonder onderwerp, en dan is het altijd handig een reserve-item te kunnen aansnijden.

Vrijdag werd het ons teveel. Herinner u de woorden van Paul Vanden Boeynants ergens in de jaren tachtig: ‘Trop is te veel en te veel is trop’. Een stomme uitspraak, maar het blijft de man achtervolgen tot lang na zijn dood. Mijn schat ging naar het toilet voor een grote boodschap (jawel, ook mooie mensen moeten af en toe eens ‘gaan’), en het stonk al vooraleer ze de eerste bolus had gelegd. Dan heb ik Quicke maar gebeld, de gekende Brugse ruimdienst.

Onze septische put is nu leeg. We zijn honderdtwintig Euro armer. Bijna drieëntwintig jaar sparen voor niks geweest. Een hele generatie, eigenlijk. Toen was ik vijfendertig, had ik nog haar op mijn kop, was ik nog jong. Toch in vergelijking met mijn huidige leeftijd. De volgende keer dat men onze put komt ruimen ben ik tweeëntachtig. Zullen we hier nog wonen, meer nog, zal ik nog leven?

Best dat we geen glazen bol hebben, ik mag er niet aan denken dat we op voorhand zouden weten wanneer ons laatste uur is geslagen…

Lekker, hé !

Advertenties
Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 56 reacties

De vijftig wonderlijkste uitvindingen volgens Thomas Jefferson Pancake

Ik herinner me nog levendig de klas van het eerste leerjaar in het toenmalige Sint Lodewijkscollege in de Brugse binnenstad.

We zaten in de klas in stofjas in ‘koppelbanken’, waar ons een gezel werd toegewezen waar we het ganse schooljaar naast moesten zitten. Als je pech had dat het een zeur was, dan was het niet anders. De eerste woordjes in ons ‘kladschrift’ mochten we met potlood schrijven, maar zodra het ernstig werd kwam die pen eraan te pas. Klinkt simpel, maar was het niet. Er was een penhouder, en daar moest die verd… pen worden in geschoven. Ik vond een voorbeeldje op het internet, maar in realiteit was die veel minder luxueus…

De ‘meester’ kwam regelmatig rond in de klas met zijn fles inkt. Zorgvuldig vulde hij dan het potje dat in onze bank was ingewerkt.

Ik zeg u: dit was echt smeerlapperij. Als je iets te veel inkt op je vork op de pen nam mocht je er donder op zeggen of je kreeg een vlek op het blad die je dan moest deppen met vloeipapier. Bij mij werd de vlek er alleen maar groter door. Ieder had een blad vloeipapier in zijn ‘lessenaar’ zitten die op den duur zodanig donkerblauw werd dat die onbruikbaar was. Maar we zouden en moesten die pen blijven gebruiken, ook al had je al dat geknoei niet als je schreef met een potlood.

Als je dan proper aan het schrijven was, maar je gebruikte je linkerhand in plaats van de rechter, kwam de ‘meester’ nog eens langs, maar dan om met een regel op je vingers te kloppen waarbij je kneukels rood werden. Geen medelijden met linkshandigen: iedereen moést met de rechterhand schrijven. Een paar jaar terug moest ik testen doen bij een dokter, waarbij ze doodleuk vertelde dat ik ‘van geboorte’ linkshandig ben. Dank je wel, meester Bode!

Zo’n zelfde straffende lat werd gebruikt tot en met mijn middelbare studies, toen een leraar Duits het lekker vond om af en toe iemand naar voor te roepen om een test af te leggen op de naamvallen. Die moest dan zijn handen op de leuning van een stoel houden, en kreeg bij elke fout op z’n kneukels getikt. Pedagogiek had toen andere regels en normen dan vandaag. Die bewuste leraar is enkele jaren later in een ernstige depressie terechtgekomen en stond nooit meer voor de klas. Misschien ging hier wel een klacht van ouders aan vooraf, het zou me niet verwonderen en de man verdiende niet beter.

Het schrijven met de pen bleef in voege tot en met mijn vijfde leraar. In het zesde was er een progressieve leraar die ook de balpen toestond. Wie wou mocht met de pen verder schrijven (zo waren er heel weinig, dat spreekt), maar bij mij is die vlekbezorger toen verbannen voor de rest van mijn schooltijd. Mijn moeder juichte dit toe, want had minder werk aan de was.

Met die in inkt te dopen pennen verdwenen ook de stofjassen in de klas.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Balpen

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 57 reacties

Naar jaarlijkse traditie geen zin in nieuwjaarskussen, zeker niet in een gordijn van stoom

De eerste week van het nieuwe jaar zit erop. Dinsdag was de eerste werkdag. Ik ben zo’n saaie mens die het ontziet als de pest om collega’s te kussen bij de nieuwjaarswensen. Dit jaar heb ik het (weer) meesterlijk kunnen ontwijken door de dames op voorhand te verwittigen dat ik zoiets niet doe. Dit werd aardig geaccepteerd. Iedereen gaf een beleefde handdruk en een nieuwjaarswens. Fijn zo! Kussen doe je met je geliefde, elkaar op de wang kussen doe je (als het dan echt moet) enkel met mensen die je echt graag hebt. Stom om collega’s met nieuwjaar drie kussen te geven, en elkaar daags nadien in het haar te zitten…

Vrijdagavond waren we gevraagd voor een etentje op locatie door een collega van de vestiging waar ik tot vorig jaar werkte. Ze is een jaartje jonger dan ik, maar mag nu al met pensioen. Heeft te maken met het feit dat ze al meer gewerkte jaren op haar teller staan heeft. Het is haar van harte gegund. Leuk ook dat de ‘ploeg van toen’ nog steeds aan me denkt, het deed meer dan deugd om hen nog eens ‘in actie’ te zien op hun gekende losse manier met ruimte zat voor zwanzen en humor.

’s Namiddags was het strontweer. Echt weer, zei mijn schat, om eens de sauna op te zoeken. Voor mij alleen dan, want helaas is zij er niet echt een fan van. Het was een heerlijk weerzien met de sauna van Bloso Blankenberge. Een gezellige drukte ook waar (oudere) mensen blijkbaar op geregelde tijdstippen afspreken voor een paar uurtjes ontspanning. Grappig om mensen in adams- of evapak te zien die elkaar de beste wensen overmaken. “En een goede gezondheid, want is dit niet het aller belangrijkste?” “Ja, hoor, absoluut!”.

De jongedame van een jaar of vijfentwintig die met haar moeder op bezoek was in de sauna leek niet zo gelukkig. Ze zat als een standbeeld op de houten bank van de 80° warme cabine en keek strak voor zich uit. Misschien zat er een haar in de boter in haar relatie met de zeventwintigjarige zoon van de huisdokter van haar parochie. Mijn fantasie werkt ook bij hoge temperaturen. Een heer van rond de zeventig zweette als een rund en maakte teken aan zijn vrouw dat hij het hok wenste te verlaten. Vier billen stapten uit de deur.  Even later stapten ze bijna polonaise-gewijs het trapje af en wandelden door het tunneltje met ijswater. Liever zij dan ik, geef mij dan maar een frisse douche nadien.

Het stoombad was weer eens zalig, wat mij betreft met stip het leukste van heel die sauna-instelling. Een mooie, ruime kamer met sterrenhemel en een waar stoomgordijn. Je ziet amper iemand zitten. Opletten dus met de waterslang als je probeert een plekje op de stenen bank schoon te spuiten of je geeft iemand een ongewenste douche op een plaats waar hij of zij het liever niet heeft. Maar dit gebeurde niet, en ik ging rustig zitten en bewonderde de flikkerende sterrenhemel door de mist. Heerlijk.

Zo’n wellness-pauze in de winter, gecombineerd met het idee dat de dagen stilletjes aan wat langer worden, heerlijk! Het gevoel is er dat de lente niet zo heel lang meer op zich zal laten wachten. Onze reis start al over twee maand. De valiezen staan net nog niet klaar…

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , | 67 reacties

De vijftig wonderlijkste uitvindingen volgens Thomas Jefferson Pancake

Fasten your seatbelts, we zijn vertrokken!

Wat kunnen we verwachten? Elke week krijgen jullie een eigen fotootje van het ‘ding’ in kwestie, telkens op dezelfde locatie. Meer bepaald in ons parapluboompje dat serieus heeft afgezien van de vorst het vorige voorjaar. Je zult het boompje zien evolueren met de seizoenen. Hopelijk krijgt het mooie botten, bladeren en dito uitlopers. Ik zie jullie verbazing op het gezicht: over deze uitdaging is nagedacht.

Als eerste fotomodel start ik waar het idee is ontsproten, en neem ik de wc-rol mee. Wees gerust: dit is het enige sanitaire object uit het jaarlijstje.

Wie staat vandaag stil bij het waauw-gehalte van een rol toiletpapier? Bijna niemand vrees ik, en toch… het is niet altijd zo geweest, dames en heren. Ik stam van het tijdperk waar  elke frank moest worden omgedraaid vooraleer die uit te geven. In gezinnen met veel kinderen, waar alleen vader instond voor het binnenhalen van het maandbudget moest wel op de kleintjes worden gelet. Mijn père bijvoorbeeld verkocht met zijn VW Camionette onder andere groeten en fruit bij een dagelijkse ronde aan huis.

Ook toen deed men z’n best om de artikelen zo mooi mogelijk aan te prijzen. Zo werd in een bak sinaasappelen ongeveer een kwart van de vruchten ingepakt in een papiertje, de zijkanten mooi ‘geknoopt’. Ik vond hiervan nog een plaatje op het internet:

Mijn vader ging zijn verse artikelen dagelijks om ongeveer zes uur ’s morgens ophalen aan de groentemarkt van Sint Pieters, waar enkel zelfstandigen kunnen inkopen doen. Thuisgekomen was één van de kleine taakjes voor ons, kinderen, om die sinaasappelen uit te pakken en de papiertjes netjes glad te strijken. Die werden dan gebruikt om… jawel, de opening tussen onze hammen te vegen na de grote boodschap. Een tweede reden voor het uitpakken van die vruchten was het feit dat onder dat papiertje af en toe een rotte vrucht zat. Mijn vader wou absoluut voorkomen dat die aan een klant zou worden verkocht met alle klachten van dien.

Wij waren verwend. Niet iedereen had de luxe zijn reet te vegen aan kleurrijk papier. Bij mijn grootmoeder ging het er minder luxueus aan toe. Zij nam wekelijks haar aardappelmesje om oud krantenpapier in gelijke reepjes te snijden, en een aan koordje te bevestigen op een haak in het kleinste kamertje.

Zowel voor haar als voor bij ons thuis was het een ongelooflijke uitvinding dat, in begin van de jaren zestig van de vorige eeuw, de eerste aankoop gebeurde van een rol toiletpapier. Het scheelde niet veel of die werd met tromgeroffel binnengehaald.

Toen hadden we nog niets om dat papier aan te bevestigen (later pas kwam de toiletrolhouder op de markt). Hoe grappig (achteraf gezien toch) was de preek die we toen kregen dat we heel zuinig moesten zijn met dat papier. Meer nog, in het begin was er zowel een voorraad inpakpapier van appelsienen als een rol toiletpapier. Moeder en het bezoek mochten de rol gebruiken, wij moesten voortdoen met de -zeg maar- artisanale variant. Ik voelde me een dief toen ik op een keer toch mijn Nutella-resten verwijderde met een paar blaadjes van die rol. Samen met die keer dat ik één van mijn vaders sigaartjes meenam om de smaak van het roken te ervaren en die keer dat ik een seksboekje van mijn oudste broer vond op een onverwachte plaats was dit één van de spannendste momenten uit mijn jeugd.

Wie meer wil lezen over de geschiedenis van het toiletpapier volgt eens onderstaand linkje…

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-toiletpapier

Een interessant weetje: Thomas Jefferson Pancake gebruikt toiletpapier van de Aldi. ” ’t is nie dier, ’t is nie dier, ’t is mo vo j’en ol”, zoals het klinkt in een West Vlaams liedje gebaseerd op Jinglebells. Het merk Sublimo heeft zijn naam niet gestolen. Drieëndertig cent voor een rol, en ik ben er nog nooit door geschoten! De voorraad die je ziet op de foto hieronder is de werkelijke in onze garage. 9 x 4 = 36 rollen plus de voorraad bij onze toiletpotten zelf. Dus zo’n veertig rollen. Als Trump ooit op de grote knop in zijn Oval Office duwt kunnen we ons perfect in huis opsluiten en hebben we genoeg voorraad voor zeker een jaar ver!

Zo, de kop is eraf. Volgende week hangt een nieuw voorwerp in het boompje…

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 60 reacties

De vijftig wonderlijkste uitvindingen volgens Thomas Jefferson Pancake

 

Het idee van mijn nieuwe ‘jaaruitdaging’ is ontstaan toen ik een tijdje geleden op het toilet zat om mijn grote behoefte tot een goed eind te brengen. Zo’n toiletbezoek is voor mij altijd een meditatief moment. Terwijl de saucijzen aan een gezapig tempo mijn achterdeur verlieten keek ik door het bruine rookgordijn en was dankbaar voor het moment. Niet zozeer omwille van de mooie oogst die ik op die bewuste dag weer mocht produceren, maar meer onder de indruk van de omstandigheden waarop het gebeurde.

Voor ons, ‘beschaafde’ mensen van ergens begin de eenentwintigste eeuw, lijkt alles wat rond ons gebeurt ‘normaal’. Ik merk het bijvoorbeeld als mijn kleinkind begint te swipen op de smartphone van zijn moeder. Dan denk ik ‘jongen, besef je in godsnaam hoeveel denkwerk aan de bron ligt van wat je daar in handen houdt?’ Hij zal het niet beseffen, want het is ‘normaal’ dat zoiets bestaat. De laatste maanden zit ik wel vaker na te denken over wat allemaal in mijn (bijna) zestigjarig leven is veranderd, is uitgevonden, het ons leven een stuk makkelijker heeft gemaakt. Vrijdag nog kocht ik een vervanger voor onze stofzuigrobot die het had begeven. Ongelooflijk toch? Je zet de stoelen aan de kant, verwijdert alles van de grond en laat het beestje maar lopen.

En zo ver moet ik zelfs niet eens nadenken, het gaat hem vaak om heel kleine dingetjes, ook uit de tijd voordat ik uit de bloemkool ben gekropen.

Ik zat dus op een moderne porseleinen pot met afsluitbaar deksel te kakken in een verlichte én verluchte plaats onder de trap in onze hall. Rond me een pak ‘uitvindingen’ die mijn actie gemakkelijker maakten. Weet je dat de man op de afbeelding boven dit logje dit allemaal niet had? Als hij een grote behoefte had, moest hij gaan schuilen achter het struikgewas. Moest hij zijn anus vrijmaken zodat hij kon laten vallen wat klaar zat, om nadien zijn reet te vegen met een eikenblad of (o, griezel!) met de palm van zijn hand.

Het komende jaar probeer jullie te verwonderen over de kleine dingetjes die ons leven van vandaag comfortabeler of plezanter maken. Na 31 december zullen jij (én jij, daar achteraan) er met veel meer respect naar kijken. Uitvlooiingen door grote wetenschappers maar ook door Jan met de Fluim, de gekende dorpsgek. Verwacht geen wetenschappelijke uitdiepingen, maar eerder wat flauw gezever op z’n Pannenkoeks. Een fotootje met wat randgezever. Meer moet dat niet zijn in het leven.

Het zou tof zijn mochten jullie die reis het komende jaar met me willen meebeleven.

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 65 reacties

De laatste uren gaan in…

Morgen zitten we in een nieuw kalenderjaar. Op verschillende weblogs zag ik een terugblik over het voorbije jaar. Tijd om ook eens achterom te kijken…

Startend in januari met de wetenschap dat de ziekte van mijn moeder steeds maar ernstiger begon te worden. Haar huisarts had in juni een voorspelling gemaakt van ‘misschien nog zes maand’ – die tijd was ondertussen overschreden. Het zouden nog zes extra maanden zorg worden. De laatste paar weken waren heel heftig, vooral toen het mentaal niet meer ging en moeder tegen alles en iedereen in opstand kwam. Ieder van ons broers probeerde op zijn manier te helpen, niet meer dan normaal als het om je moeder gaat.

Op werkvlak was er ook een grote wijziging. Veranderen van vestiging, overstap van een klein gemoedelijk team naar een veel groter geheel waar elk voor zichzelf moet opkomen. Een jaar met een ongezien vlugge evolutie in wetgeving en werkprocessen. Stress is er nog steeds ten overvloede, maar dit wordt gezalfd door de wetenschap dat ik slechts nog twee jaar en vier maand te werken heb en nadien mag genieten van mijn pensioen.

Op gezondheidsvlak eindelijk komaf kunnen maken met de pillen tegen een verhoogde bloeddruk. Een andere manier van eten (zoutarm) en nog meer proberen te bewegen. Dat lijkt te lukken. Enkel in het dokterskabinet blijft die bloeddruk hoog. De stress van het moment, blijkt wel vaker voor te komen bij patiënten.

Op financieel vlak heb ik op 3 maart in de Lidl een doos wastabletten kunnen kopen met dertig procent korting. Dit scheelde toch weer een pak in de besteding van ons huishoudbudget.

Gereisd. Zoals je weet, onze passie. Geen verre reis gemaakt dit jaar, maar toch een weekje Bulgarije, vier dagen Zeeland, twee weken Gran Canaria en vijf dagen Porto. Al bij al best veel gezien de situatie de eerste jaarhelft, maar compensatie was nodig.

Stoelgang. Mooie jaarproductie, zoals steeds schitterende kwaliteit. Van de geur ervan kun je parfums kopen in de betere speciaalzaak.

En ja, naar het schijnt heb ik weer geblogd dit jaar. Straks zal ik een volle vijf jaar aan één stuk bloggen op WordPress. Record, want zo lang hield ik het nog nooit vol. Tot vorig jaar was het leuk de bezoekcijfers te zien stijgen. Was toen te wijten aan de reisfoto’s die ik had gepost en becommentarieerd. Vanaf toen kon het niet anders dan bergaf gaan.

Dàcht ik toen, maar blijkbaar ben ik gedurende 2017 nog iets meer door jullie bezocht geweest dan het jaar voordien. De grafiek toont nog steeds een trapje naar boven. Niet dat ik zo erg wakker lig van die cijfers (die bekijk ik misschien een paar keer per jaar), maar toch doet dit deugd. Die statistieken zijn niets in vergelijking met die van de grote bloggers onder ons, weet ik wel, maar ik schrijf ook slechts twee keer per week. Hartelijk dank voor jullie trouw!

Nu op naar 2018. Wat het volgend jaar wordt? We zien wel. In ieder geval brei ik er zeker nog een vol jaar aan. Zelfde principe. Eén postje op zaterdag met mijn jaarchallenge (info volgt heel binnenkort) en één postje op zondag waar ik wat zever, los uit de pols. En ik kom jullie zo vaak mogelijk opzoeken.

Een prettig uiteinde gewenst, en we klinken samen op een voorspoedig jaar 2018 !

Paul

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 44 reacties

Moeders Koekjestrommel – slot

Oma,

Als ik me niet vergis ben jij de grootmoeder van mijn vader. Heb ik het juist? Je kunt hier niet meer op antwoorden, want ondertussen heb je al lang het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Samen met mijn eigen moeder, die nog leefde toen ik deze ‘challenge’ begon. Bij de start van dit jaarthema wist ik 99% zeker dat zij het eind van dit kalenderjaar niet zou halen. Al hoopt een mens toch steeds van wel. Toch zolang alles draagbaar blijft. Op vijfentwintig juni heeft ze ons verlaten, dagelijks is ze nog in mijn gedachten. Dat ze ruste in vrede.

Gelukkig dat we nog tijd gekregen hebben om veel met elkaar (uit) te praten. Gelukkig maar dat herinneringen en beelden overblijven als souvenir.

Ergens zijn we allemaal onlosmakelijk verbonden met onze voorouders, die een voor ons onbekend leven hebben geleid. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat we als mens in feite niks betekenen. We komen ter wereld, krijsen alles bij elkaar, schijten onze pampers vol en hopen op een gelukkig leven tussen de andere mensen. De één krijgt meer kansen dan de ander, de één heeft meer geluk dan de ander, absoluut. Op het eind van dit leven schijten we weer pampers vol, en keren we terug naar onze oorsprong. Ashes to ashes, dust to dust, shit to shit. Klinkt ‘zwart’, maar zo is het éénmaal. Een verschil met jouw tijd is dat velen  onder ons wél de (financiële) middelen en de tijd hebben om naast ‘werken’ ook te ontspannen, een reisje te maken, ons iets extra te permitteren. Bij jou lukte dit niet. Werken, werken en elke cent omkeren, zo was het ongeveer.

Of we nu het resultaat zijn van de vrijpartij tussen simpele werkmensen of we hebben blauw bloed, eigenlijk maakt het allemaal niks uit. Iedereen leeft ‘in dienst van’. In dienst van de bazen waarvoor we werken, in dienst van de personen waarvoor we moeten/mogen zorgen of werken, in dienst van ons kapitaal.

Ik ben blij dat jij er bent geweest, want door jou ben ik hier. Jij hebt een jeugd gekend die waarschijnlijk, correctie, die heel zeker veel harder was dan de mijne. Als vrouw werd je als ‘ondergeschikt’ beschouwd, als huismoeder werd je met een pak werk opgezadeld en de katholieke kerk beval een pak regeltjes die je moest indachtig zijn. En dat in een periode waar het woord ‘luxe’ nog moest uitgevonden worden.

Ik mocht neuzen in moeders koekjestrommel en vond een pak herinneringen terug. Het was een genoegen om in mijn eigen geschiedenis te delven. Wees gerust, ik heb de meest ‘delicate’ zaken voor mezelf gehouden. Elke familie heeft zijn zwarte(re) bladzijden en niet iedereen hoeft alles te weten. Het was heel leuk jullie in het moderne medium ‘internet’ te hijsen. Had ik dit niet gedaan, dan waren jij en de mensen die achter jou kwamen gewoon verdwenen in de anonimiteit.

Jammer dat we elkaar nooit hebben gesproken. Je achterkleinzoon is een ‘rare’, hij houdt van een kwinkslag en van plagen. Hij heeft het juk van zich afgeschud van een zoon die moest ‘zwieggen as de groate mensen klappen’. Hij heeft lief en hij ziet de wereld door zijn eigenzinnige bril. We hebben het heel goed hier, oma. Ook onze kinderen en kleinkind. Je zou er trots op geweest zijn.

Ik ben gelukkig met mijn vrouw, met mijn kinderen, met het leven dat ik mag leiden. Ik doe en laat wat ik wil en wat ik kan. Ik heb een handvol echte vrienden, en weinig vijanden. Ik ben zeker dat, als er iets na dit leven bestaat, jij met een moedergevoel over ons waakt. En als er niks bestaat na dit leven, dan heb ik heel zeker iets in mijn genen meegekregen waardoor ik kan onderscheiden wat belangrijk is in dit leven, wat alles zin geeft.

Met wat geluk word ik volgend jaar zestig. De generatie voor de mijne is bijna helemaal uitgeveegd. Het besef groeit dat ik de volgende ben die over een onbekend aantal maanden/jaren een lijkwade aangemeten krijg. Dat boezemt me angst in. Tegelijkertijd ben ik meer dan ooit overtuigd om elke dag te leven alsof het de laatste is. Te genieten zolang het kan. Alles mee te pikken waar we kans toe krijgen. Te zorgen voor de mensen om me heen vooraleer er voor mij moet gezorgd worden.

Daarom wacht ik nog liever wat om naar jou terug te keren. Voorzie in het Walhalla een stoel voor me met een scheetkussen, als je wil, zodat ik een goeie indruk maak bij het binnenkomen.

Bedankt, oma.

(Jullie bedankt om deze challenge een volledig jaar met me te volgen – dikke merci! / Sommigen namen ook de handschoen en maakten zelf één of meerdere logjes in dit thema – ook heel erg bedankt / De slagroom op de taart kwam er toen vrijdag spontaan een kaartje in m’n thuisbrievenbus terechtkwam in het thema van de koekjestrommel – een regelmatige volgster van me (met als bijberoep privé-detective) heeft me op die manier bijzonder aangenaam verrast…)

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 44 reacties