Een korte break

m1

Elke laatste week van november is heilig, wat ons betreft. Het had op werkgebied een belangrijke week kunnen zijn, maar niks van dat. Alles moest wijken voor het uitje met mijn partner in crime.

m3

Elk jaar proberen we dan een paar dagen te vluchten. Dit keer was de bestemming Mons, en vond ik op Tinternet een leuk hotel dat kon dienen vals uitvalsbasis van onze vlucht uit de realiteit. Echt een aanrader, zeker als je via booking.com een koopje kunt doen.

Bergen is een kleine provinciehoofdstad, nog kleiner dan ons eigen Brugge. Er rijden met de auto is geen kattenpis, zeker als je weet dat het merendeel van de straten éénrichtingsverkeer is en je voordat je het weet weer in een andere lus rijdt die je naar kweetniewaar leidt.

m4

We hebben gewandeld, genoten, bewonderd, gelachen, gedronken, ge-nogvalallest. Lekker weertje, koud maar zeer zonnig. Tegen koude kun je jezelf makkelijk wapenen. Dikke jas, muts op de kletskop en een paar dikke handschoenen.

Weer eens onze kennis van het Frans oefenen, ook. Er ligt heel wat stof op, maar op den duur vond ik mijn accent mooier dan dat van die Franstaligen.  Dat af en toe eens moet worden gezocht naar een woord of een hele zin maakte niks uit, overal werden we begrepen, maakten ze ons toch wijs.

En mag bij zo’n gelegenheid eens gezondigd worden tegen een gezonde voedingsstijl? Natuurlijk mag zo’n feestje met een lekkere diner worden aangevuld.

m2

Helaas beschikte het restaurant niet over borden, en werden de leipannen van het dak gesleurd om ons eten op te dienen. Heel attent van die mensen, want we zagen dat de inlanders met hun handen uit één pot aten. Wat men toch allemaal niet over heeft voor toeristen!

m6

Ook mooie wandelingen gemaakt in de natuur, dat zal wel zijn.

m5

Zelfs een poging gedaan om een scheepslift te bezoeken, waarvan R. op een site voor toeristische info had gezien dat die open was. ‘Santé, mijn ratje’, want dit was dus niet het geval. Na een hele wandeling te voet kwamen we aan de toegangsdeur waarop stond dat de site pas weer opent op één april.

Maar niet geklaagd, ook van die wandeling hadden we kunnen genieten.

m7

Enfin, het zit er weer op. Wat het volgend jaar wordt, is afwachten…

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 44 reacties

De Thomas Pannenkoek Reisfotochallenge – aflevering 45

a1

Nog eentje uit onze Gambia-reis 2013.

Ik vertelde al dat we logeerden in het enige hotel van de (oude) hoofdstad Banjul. Aan de ingang van het hotel stonden enkele ‘gidsen’, die een officiële badge droegen. Hun voornaamste taak bestond erin om blanke toeristen te begeleiden in hun wandeling door de oude stad. Met zo’n gids ernaast zouden we niet lastiggevallen worden door Gambianen die ‘business’ wilden doen of geld zouden bedelen.

Voor zo’n stadswandeling hadden we nooit gebruikt gemaakt van die gidsen. Ja, we werden af en toe lastiggevallen, maar konden ons uit de slag werken. Ons enige wapen was luisteren naar die mensen, respect tonen en af en toe wat humor gebruiken. Mijn humor bleek redelijk te matchen met wat die mensen grappig vonden.

Er was één groot probleem, en dat was het feit dat we niet echt excursies konden boeken. De dag van onze aankomst hadden we bezoek gekregen van een host van de reisorganisatie, maar de prijs die ze vroegen voor zo’n uitstap was zodanig duur dat we hem lieten vertrekken zonder iets te hebben verkocht.

Ik schreef al over de trip die we hadden gemaakt naar het Slaveneiland. Herinner u de gammele boot waar we als vluchtelingen werden ingepropt. Die excursie hadden we ‘geboekt’ via één van de gidsen aan de ingang van het hotel. Een tweede uitstap was die naar een natuurpark.

De gids liet een ‘taxi’ voorrijden. Op de parking naast het hotel stonden tientallen (in Europa afgedankte) oude Mercedessen, waarvan elke chauffeur de hoop had toch minstens één ritje per dag te mogen doen om toch iets van inkomen te hebben. Het tragische is dat zeker drie vierden van die mensen niet aan de bak raakten. We stapten in de taxi, waar meteen opviel dat van het dashboard niet veel meer overschoot. In de zetels was duidelijk gesneden met een mes – de vulling kwam eruit. De banden waren zo kaal als mijn kletskop, en elke keer dat de chauffeur een andere versnelling nam kraakte het enorm. Na tweehonderd meter stopten we aan een zeer primitief tankstation, waarbij de chauffeur eiste dat ik meteen een aantal Dalasi uit mijn zak toverde om zijn tank een beetje bij te vullen.

We reden tot een paar honderd meter voor de ingang van het Bijilo Forest Park. Daar stond politie, en de taxichauffeur wist maar al te goed dat hij een bekeuring zou krijgen voor zijn voertuig. Een taxilicentie had hij allicht ook niet. Voor ons geen probleem…

De ‘gids’ hield zich serieus op de achtergrond, want bij ons twijfels begon te doen krijgen over de badge die hij droeg. Zijn uitleg bij het park was indrukwekkend. Zinnen als ‘dit daar is een hoge boom’, ‘op die tak zie je aan aap zitten’, ‘honderd meter verder zie je een bocht’ waren schering en inslag. Veel bijgeleerd hebben we niet, maar uiteraard hebben we wel genoten van het uitzicht en de sfeer.

En ja, af en toe eens een aap die in mijn nek sprong. Gelukkig deponeerde hij er geen excreties (ik checkte mijn rugzak – niets daarvan terug te vinden!).

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , , | 33 reacties

Geringd voor het leven

a1

Weer eens geef ik een stukje van mezelf bloot. Hierboven zie je de binnenkant van mijn linkerhand. De foto werd daarnet genomen met mijn mobieltje. Vier maand geleden zou het niet mogelijk geweest zijn dit beeld te vereeuwigen.

De aandachtige kijker zal rechtsonder iets hebben zien blinken. Een trouwring? Jawel, een trouwring. Mijn vrouw en ikzelf hebben zo’n dingetje uitgewisseld op 29 november 1980, bijna precies 36 jaar geleden dus. We zaten op een stoel, naast elkaar, vooraan de parochiekerk van Sint Michiels in Brugge. Die misviering was voor ons eigenlijk niet meer dan een formaliteit. Tegenwoordig wordt daar een voorbereiding voor gedaan die enorm veel werk vraagt, bij ons was het anders. Het enige wat we de toenmalige pastoor hadden gevraagd was of hij een paar nummers wou spelen op zijn kerkorgel. Man, wat kon die man prachtig orgelspelen.

Een paar weken voor de mis moesten we bij de pastoor komen voor een gesprekje. Hij zei dat hij direct in de mot had dat wij elkaar zeer graag zagen (zei hij misschien altijd bij zo’n gesprek🙂 ). Niettegenstaande hij geen ervaringsdeskundige was, zei hij dat het huwelijk een reis is met rechte paden, maar ook met gevaarlijke bochten. Dat het af en toe eens zou stuiven in onze relatie, maar dat we één ding niet mochten vergeten. We mochten onze ruzies niet te lang laten aanslepen. “Maak die zo vlug mogelijk goed, want het leven is  kort…”.

En toen zaten we voor hem in de kerk. Veel aandacht hadden we niet voor het gebeuren rond ons. Wij, vaak in elkaars ogen kijkend. Lachend ook, misschien ongepast voor in een kerk. Van wat gezegd werd herinner ik me niets meer, wel de twee keer dat de pastoor effectief op het middenpad stapte en naar boven steeg om twee schitterende nummers te brengen op zijn orgel. We deden elkaar onze trouwring om en stapten naar buiten. Geen rijst op ons hoofd, wel sneeuw. R. in haar mooie witte trouwkleed met sneeuw op haar sexy kapsel. Wat voelde ik me gelukkig.

De jaren vlogen voorbij. In de plaats van streepjes trekken bij elke huwelijksverjaardag kwam er af en toe een kilootje bij. Niet bij R., wel bij mij. Zo’n zeven kilo in 36 jaar. Niet extreem veel, maar toch teveel om die ring aan mijn vinger te blijven houden. Die spande op den duur zo erg, dat mijn ringvinger er bijna moest afgezaagd worden om het kleinood eens af te doen. Op een dag, zo’n tien jaar geleden, wreef ik mijn ringvinger in met een overvloed aan Dreft, en kreeg zo de ring met veel moeite los.

Vier maand geleden ongeveer kwam R. thuis met één van de kookboeken van Pascale Naessens. Je voelt hem al komen? Inderdaad. Vorige week stond ik op de weegschaal en zag ik dat de teller vier kilogram lager stond.

Tijd om de lade te openen waar ik de ring had verstopt, en hoog tijd om de ring weer rond mijn vinger te schuiven. Dit lukte perfect…

Juist op tijd om begin volgende week onze trouwverjaardag te vieren met een uitje van een paar dagen. We blijven dit keer in het binnenland, in een klein stadje ‘Bergen’ genaamd. ‘Mons’ voor de inwoners. We zullen er genieten. Het hotelletje is een verbouwd kerkje, waarin veel aandacht werd geschonken aan het behoud van de antieke elementen van de vroegere bestemming. Misschien, als we ons goed concentreren, horen we wel een priester orgel spelen. Dan zullen we luisteren, hand in hand, onze ogen gesloten. Zullen we ze toch weer openen, in elkaars ogen kijken en lachen naar elkaar. En zullen we weten dat we misschien nog momenten zullen kennen waar het servies in het rond vliegt, maar dat zo’n moment niet blijft duren. Dat we iets onbetaalbaar hebben dat moet gekoesterd worden.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 69 reacties

De Thomas Pannenkoek Reisfotochallenge 2016 – aflevering 44

D vergitsis

Kreta, 2009 of zoiets.

We hadden veel te lang in de zon gewandeld, die zaterdag op onze reis in Kreta. Voelden ons lui en loom, hadden geen zin om nog grote maneuvers te doen. Hadden we honger? Neen, ‘honger’ is een luxeprobleem. Ik hoorde het een Hollandse vader die dag nog zeggen tegen zijn dochtertje.

“Rientje,” zo zei hij, “honger heb je niet, want je hebt vanmorgen pas ontbeten. ‘Trek’ heb je misschien wel, maar dat is iets helemaal anders.”

Toen vond ik dit een zeer filosofische benadering, zelfs al ging het in een conversatie tussen een papa van dertig en zijn dochtertje van pakweg zes. Ik heb in mijn leven nog nooit honger gehad, en weet dat er mensen zijn op andere plaatsen van onze planeet die dit wel hebben. Maar wat kunnen wij, kleine garnalen, hieraan verhelpen?

Ik wijk af. We hadden dus geen honger, maar wel geweldige trek. Zeker toen we dat overdekte terras voorbij stapten, waar het heerlijk rook naar geroosterde octopus. Velen halen hiervoor hun neus op, maar wij zijn er stapelgek op. Dan heb ik het niet over die calorierijke en vettige gefrituurde inktvisringen (die vaak met octopus worden verward), maar effectief over de geroosterde poten van de octopus met van die kleine ringetjes op. Toch als alle afval er zorgvuldig is van verwijderd, als ze goed zijn bereid, maar is dit niet zo met elk soort voedsel?

“Wat drink je erbij?” had de kelner ons gevraagd, maar dan in het Engels. Dit omdat wij, zowel kelner als klant, deze taal min of meer beheersten. Had hij bijvoorbeeld Grieks of Zweeds gesproken, dan zou ik er de fouten niet hebben kunnen uithalen.

“Wat stel je voor?” kaatste ik de vraag terug, want er lag nergens een prijslijst met de mogelijke opties.

“Octopus en een Grieks slaatje vooraf? Dan zou ik jullie een wit wijntje durven aanraden. Elk een glas, of heb je liever een fles?”

Zijn correcte commerciële en pragmatische benadering stond me wel aan, en ja, waarom niet direct een hele fles? Onze auto stond tenslotte in Brugge, op meer dan tweeduizend kilometer. Je denkt toch niet dat ik speciaal naar huis zou stappen om mijn dame naar het hotel te voeren? Zou nogal belachelijk zijn. Bovendien was de prijs zo goedkoop dat we in België slechts elk een glas zouden krijgen voor die hele fles.

Hij bracht ons het bestelde, zoals je ziet op de foto hierboven. ‘Vergitsis’ als merk. Een plastic-fles dan nog, van diezelfde soort waar ze bij ons azijn in doen. Mijn idee: zoiets serveer je niet, en als je die dan toch op tafel zet, giet ze dan in een karaf…

De naam bleek echt gekozen van een West-Vlaming. ‘Vergit’ is bij ons dialect voor ‘vergeet’. Vergeet dus maar dat dit lekkere wijn zou zijn. Ze smaakte echt als rioolwater met alcohol. We dronken die uit, meer uit beleefdheid (en omwille van onze dorst, sorry, omwille van onze ‘trek’ in wijn), maar hebben er geen grote souvenir aan overgehouden. Behalve misschien dan die koppijn ’s anderendaags. De octopus zelf was wel fantastisch lekker, dat maakte één en ander toch goed.

(de foto is heel flou, mijn excuses hiervoor, maar het lag aan het nuttigen van de wijn…)

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , , | 21 reacties

Alleen maar omdat ik in hun ogen een beetje anders was…

AAA1

Ik las vorige week donderdag een zeer aangrijpend artikel van Marion, een jongedame die ik al een drietal jaar lees op WordPress. Het stukje gaat over hoe ze heel lang werd gepest. Van in de kleuterklas tot het moment dat ze haar beroepsactiviteit moest stopzetten, zeg maar.  Bij het lezen van het stukje ging het haar op mijn armen recht staan, en kwam een zuur gevoel van herkenning naar boven.

Het is niet moeilijk om een waslijst neer te pennen van zaken waarbij ik ‘anders’ was dan de middenmoot van de gastjes die me omringden in mijn jeugd.  Neem nu gewoon mijn niet modieuze kledij, mijn krakende tweedehandsfiets, mijn niet-roken, mijn aversie tegen sport (actief/passief), mijn zeer graag boeken lezen, mijn niet-mee-op-café-willen-gaan, mijn niet-willen-brossen (voor de Nederlanders: spijbelen). Elke reden was goed bij mijn leeftijdsgenoten om medeplichtigen te zoeken om me in het belachelijke te trekken. Hoe meer openbaar, hoe liever. Hoe ‘grappig’ was het om herhaaldelijk mijn fietsbanden leeg te laten lopen, boekentas te verstoppen of sportkledij in een plas water te gooien, om maar enkele voorbeelden te geven. Leraren en opzichters zagen het, en keken nadien de andere kant uit. Bang om zelf in te boeten aan populariteit?

In mijn middelbare studies werd ik pas geacht nadat ik een medeleerling die me pestte tijdens een lespauze letterlijk uit zijn bank sleurde, op de grond trok en klop gaf waar hij een bloedneus aan overhield. Dat moment bezat ik een fysieke kracht die ik nooit in mezelf had vermoed. De klas had die reactie van mij (de stille introverte) niet verwacht, en men keek toe met open mond. Zelf hield ik er een uur strafstudie aan over waar ik een opstel moest schrijven over Cassius Clay🙂. Maar belangrijker was dat na het feitje medeleerlingen mijn hand kwamen schudden en plots ‘vriend’ werden (inclusief de pestkop).

Neem van mij aan dat ik niet trots ben op dit feitje, want het kan niet dat enkel door het toepassen van de wet van de jungle gerechtigheid geschiedt.

Ik mag trots in de spiegel kijken naar mezelf en hoe mijn leven is georganiseerd, en neem dan graag mijn schat in een liefdevolle wurggreep naast me om hetzelfde te doen. Niemand pest me nog, en wie wel kritiek heeft op wat we doen is vaak gewoon jaloers omdat die het zelf niet kan of durft. Losers potverdorie!

Marion, ik vind het zeer moedig dat je het stukje vorige week hebt geplaatst. Meer mensen zouden dit moeten aan de kaak stellen, want het is een sociale pest die moet aangepakt worden !

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 78 reacties

Reisfotochallenge 2016 – Aflevering 43

D egypte kameel

Egypte, in de tijd dat de dieren nog spraken🙂.

Je hebt het al gelezen, of je zult het nog zien. Deze plek was één van onze meest griezelige reizen die we ooit ondernamen. Op de foto hierboven zie je mijn schat, op de woestijntaxi ernaast zit ikzelf. slechte kwaliteit van foto, ik weet het, de dia lag onbeschermd bovenop een kast een heeft de tand des tijds slecht doorstaan.

Vlak ervoor had ik bij de verkoper van de kameeltochten nog een ”deal’ aan me laten voorbijgaan. Hij bood vijftig kamelen voor mijn vrouw. Het aanbod werd afgeslagen, want wat ben ik met zo’n bende kamelen, en mijn schat zou ik voor geen duizend kamelen ruilen. Iemand die zijn vrouw beu is zou ik het ook niet aanraden, want de vrouwenrechten in Egypte stellen niks voor.

De dia is genomen voor een meisje van hooguit zeven. Zij, waarschijnlijk omwille van haar leeftijd, mocht haar hoofd onbedekt houden. In tegenstelling tot de andere dames kameelmenners die heel ‘zedig’ gesluierd waren. Mannelijke menners zag je amper.

Dan slofte dat meisje met ons en de kamelen een kleine halve kilometer door het zand. De ganse dag datzelfde toertje met verwende toeristen, die amper zagen of beseften dat die kinderarbeid een levende schande is. Meisjes van zeven moeten op school zitten, moeten spelen met hun leeftijdsgenootjes, moeten liefde ondervinden van thuis. Het hoort niet dat ze, zo lang het licht is, toeristen tonen hoe ze op een kameel moeten klimmen en er dan mee door het zand stappen. Zo’n kind geef je als toerist wat extra zakgeld, dat spreekt, maar in wiens zakken zou dit verdwijnen?

Het hoort echt niet, maar toch zijn we op dat dier gestapt. Als wij het niet deden, zaten een half minuutje later twee andere toeristen op dat beest.

Voor wie het nog niet wist: zo’n kameel kan verschrikkelijk stinken🙂. Na de uitstap hebben we onze kleren een paar keer opnieuw moeten wassen omdat we kameel bleven ruiken🙂.

(ps: de man op de foto was de vader van het meisje – dochterlief mocht niet op de foto)

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 42 reacties

Licht tijdens de donkere winterdagen

a1

De vorige week was er weerkundig gezien geen om lang te onthouden. Met enige tegenzin trok ik naar het werk. Weliswaar lekker knus in de auto, maar het was koud, donker, regenachtig en heel wat drukker dan tijdens de vakantieweek voordien.

Dinsdag was ik met het verkeerde been uit bed gestapt. Ik gooide mijn twee boterhammen met beleg verstrooid op de zetel naast me en trok mijn automobiel op gang richting een gemeente ten zuiden van Brugge waar een kantoorstoel op mij wachtte.

Op de afslag van de Brugse Ring, ter hoogte van de Maalse Steenweg, stond ik te wachten aan de lichten. Twee auto’s voor me, een donkere Dacia en een bestelwagen van PostNL.  Achter mij een hele rij wagens die net als ik wilden inslaan. Het was leuk om zien hoe al die pinklichten vrolijk naar dezelfde kant flikkerden in het pikdonker. Van de straatverlichting kregen we amper licht cadeau, het leek alsof ze nog niet wakker waren.

Op die hoogte van de Ring staan een aantal woningen in het verlengde van de Maalse Steenweg. Oude huizen eigenlijk die al hun diensten hebben bewezen en die ooit zullen moeten wijken voor halfhoge appartementsgebouwen, zoals die tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond schieten buiten het centrum van onze stad.

Plots ging bij één van die woningen, op de eerste verdieping, een licht aan. Er was geen rolluik, er hingen geen gordijnen. Iedereen had dus vrij zicht op wat zich binnenin afspeelde. De afstand tussen de straat waar ik stond te wachten en dat huis moet ongeveer een veertigtal meter geweest zijn. Ik zag in de verlichte kamer plots het figuur opduiken van een (jonge)dame. Ze moet zich richting spiegel hebben begeven, waar ze op een sensuele manier haar haren kamde. Het was duidelijk dat de dame naakt was. Ik moet bekennen: een lelijk zicht was het niet.

Twee seconden zag ik het beeld, puur aangetrokken door het feit dat dit licht aanschoot in het donker. Vlug overviel mij het gevoel ‘gluurder’ te zijn, waarna ik heel vlug weer voor me keek. Het was ondertussen groen geworden, maar de auto’s voor me bleven stilstaan. Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel en zag dat de vrouwelijke chauffeur naar links aan het kijken was, recht naar dit verlichte raam.

De lichten veranderden weer naar oranje, daarna rood. Echt waar, geen enkele auto was doorgereden. Niemand had de claxon gebruikt zoals dit anders het geval is in zo’n situatie. Ik keek nog even naar links en zag het licht van de badkamer gedoofd worden. Twee minuten later kon ik verder rijden, mijn werkdag tegemoet…

(waargebeurd feitje…)

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 56 reacties