Een stukje vlees…

aaa1

Foto van een mooie muurschildering in het centrum van Malaga

Bovenstaande illustratie heeft niks met de inhoud van dit logje te maken. Het is gewoon een muurschildering in het toeristische hart van Malaga. Eén waar honderden mensen dagelijks voorbijlopen, en waar amper iemand naar op kijkt.

Waar het wel over gaat is onze woning. Eénentwintig jaar geleden ‘sleutel op de deur’ gebouwd. Een grote bouwonderneming uit Kortemark had het grootste deel van onze verkaveling opgekocht. We waren één van de laatste kopers van ons stukje grond. Een beetje afgelegen in een hoekje, op het eind van wat wij noemen een ‘pijpenkop’.

We bouwden heel bescheiden, een beetje naar onze financiële toestand van toen. Als je kiest voor kinderen is er zo’n periode waar de kosten de pan uit swingen. Dit in combinatie met de zware aflossing voor een woningkrediet was aan ons niet besteed.  Geen kast van een villa dus, maar een eerder klein handig huisje met alles erop en eraan.

Na 21 jaar begint één en ander te slijten. Onze CV-ketel kreunt onder zijn leeftijd, onze sanitaire stoelen🙂 zijn aan vervanging toe, onze keuken moet worden opgefrist. Mijn handen staan niet beide links, maar toch, ik heb niet de kennis in huis om dit allemaal zelf af te werken.

Een aannemer gebeld, dus. Zomaar, gevonden op het Internet. Hij had een familienaam die bij mij een belletje deed rinkelen.  Van…aerde.  Ik had ooit zo’n jongen in mijn klas, het laatste jaar van mijn middelbaar. Dirk noemde hij. Hij was niet van de meest intelligente, want had ooit in de klas van een bijna drie jaar oudere broer van me gezeten. Een meervoudige zittenblijver, dus. Hij had me als vriend ‘gekozen’. Ik was zo’n strevertje dat me enkel goed voelde toen ik in de top 3 van mijn klas zat bij het uitdelen van de punten. Dan kwam Dirk regelmatig bij me thuis aanbellen als hij weer eens een huistaak niet begreep. Hij kon het zeer goed uitleggen. Als kind van een gekend zaakvoerder in Sint Michiels Brugge (waar ik toen woonde) was hij grootsprakerig, en vond mijn vader het interessant eerst een kwartiertje met hem te spreken voordat ik op het toneel werd geroepen. Vervelend vond ik dit…

Ergerlijk ook dat hij letterlijk mijn taken wou afschrijven, hij zelfs wou dat ik opstellen en verhandelingen voor hem schreef, want ‘dat kun jij zo goed’. Op den duur maakte ik kladjes voor hem waar opzettelijk een paar fouten in werden gezet, zodat zijn huiswerk niet te veel op dat van mij leek.

Dit laatste jaar van de middelbare school was hij alweer niet geslaagd. Ik ben hem nog één keer thuis gaan opzoeken om aan te dringen dat hij toch herexamens zou doen zodat hij niet wéér zou blijven zitten. “We zien wel…” zei hij toen. Al wat ik weet is dat hij later via de ‘middenjury’ (bestaat dit nog?) een laatste keer zou proberen een diploma te halen.

De aannemer die ik had binnengelaten voor die kleine verbouwingen thuis was een jongere kerel. Zo rond de dertig, met licht golvend haar. Net als bij Dirk Van….aerde destijds.

“Ben jij familie van de Van…aerdes van Sint Michiels?”

“Jawel…”

Ik dacht misschien een zoon van Dirk voor me te zien staan. Was perfect mogelijk geweest.

“Je kent Dirk Van…aerde toch?”

“Ja, dat is mijn nonkel. Maar je weet toch…?”

“Wat bedoel je?”

“Twee weken terug is hij gestorven. Hij woonde de laatste paar jaar in Gent, in een complex voor begeleid wonen. Twee weken terug is hij gestikt in een stukje vlees…”

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 33 reacties

De Thomas Pannenkoek Reisfotochallenge 2016 – Aflevering 35

D Egypte straat

Hurghada, 1993.

Met voorsprong één van de meest griezelige reizen die we hebben meegemaakt. We wilden wel eens Noord Afrika bezoeken, maar wisten echt niet waar te beginnen. Toen hadden we bouwplannen, en hielden wat de vinger op de knip voor onze reiskosten. Niets om ons over te schamen.

Hurghada was een bestemming die toen echt goedkoop was. Gegarandeerd mooi weer ook, en mooie excursies te ondernemen. Waarom dus niet?

We hadden voordien nog nooit kennisgemaakt met de Islam. Dit was echt een cultuurshock. Ons hotel lag vlak buiten de ‘stad’, op vijfhonderd meter wandelen stonden we in het centrum. Het was winter in België. Op de kamer ruilden we na onze aankomst  winterkledij voor een T-shirt en een short, mijn dame trok een fris rokje aan (tot net boven de knie) en een topje.

Wij op stap, hand in hand, zoals we dat door de jaren gewoon zijn geraakt en nog steeds graag doen.

Het was bijzonder rustig. Heel weinig, om niet te zeggen geen vrouwen te zien op straat. Als we al eens een dame zagen, was ze zodanig gewikkeld in stoffen dat we amper haar ogen konden zien. De straten waren zeer slecht van kwaliteit en uitermate stoffig. Geiten liepen langs de weg en aten alles op wat ze tegenkwamen, tot plastic zakken toe. Een putje in de straat werd opgevuld door een tiental ‘arbeiders’ die alle tijd van de wereld leken te hebben om het werkje te voltooien.

Heel veel venten zaten ook gewoon op de stoep te niksen. Dit op wat wij een gewone werkdag zouden noemen. Er was buiten ons geen enkele toerist te zien, echt niemand. Nadien zal blijken dat toeristen met een bus werden afgehaald aan het hotel, naar de toeristische bezienswaardigheden werden gevoerd en dan weer netjes werden afgezet aan hun slaapplaats. Niemand, maar dan ook niemand bezocht het stadje Hurghada.

Spelende kinderen liepen een triestig kruidenierszaakje binnen, openden een fles cola, dronken ervan en zetten die terug in de rekken.

Het ergst van al was dat waar we ook passeerden, de ogen van de mannen uit hun kassen vielen bij een blik op mijn vrouw. Niet dat ze zo uitdagend was gekleed, maar een rokje tot net boven de knie en een topje zonder mouwen jaagde hun testosteron de hoogte in. Ze is, en was toen uiteraard ook een knappe vrouw met een leuk figuurtje, maar dan nog. Kwijlend zaten ze haar te begluren op een griezelige manier. Had ik  niet naast haar gewandeld, ze zou heel zeker zijn aangerand.

Ik ben absoluut geen racist, zal iedereen die zich racist opstelt lik op stuk geven, maar we voelden ons daar allesbehalve veilig. Eén keer zijn we nog naar dat stadje teruggewandeld. Beiden in jeans en met lange mouwen. En nog werd R. aangekeken alsof ze een beroep uitoefende dat ik hier niet wil uitspreken.

Cultuurverschillen kunnen groot zijn, maar in Hurghada liep het de spuitgaten uit. Die luie mannen op hun hurken op het voetpad. Het was not done dat hun vrouwen  zich kleedden naar het klimaat (zonde, o, zonde), maar als ze een ander ‘sexy’ geklede dame zagen werden ze dierlijk en hadden geen controle meer over zichzelf.

Het werd een reis waar we vooral veel aan het zwembad van het hotel zaten, een drankje in de hand, een boek binnen handbereik. Niet echt ons ideaal beeld van een vakantie, maar ons tussen de plaatselijke bevolking mengen was absoluut geen optie. Het hotelpersoneel was gewoon een vrouw in bikini te zien, en maakte zich er niet druk in…

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 45 reacties

Dit goede nieuws zal de pers niet halen…

a1

Beste lezer,

Ik was zondag karig met mijn (tegen)reacties. Reden: een vreselijke diarree was mij overvallen. Misselijkheid, het vliegend schijt, ik zal er geen verdere details over geven.

Maandag misselijk naar het werk getrokken (‘ziek zijn’ kunnen we ons niet permitteren), gisteren ging het iets beter, en vanmorgen…

Of beter gezegd daarnet, heb ik mijn eerste echte kwalitatieve Thomas Pannenkoeken bruine duikboten gelanceerd.

Als dit niet in de krant mag komen, dan toch tenminste op mijn weblog.

Ik ben trots !

(op de foto zie je hoe op onze vorige reis de vissoep van mijn lieverd door een onhandige kelner werd geserveerd (en net niet in mijn nek terechtkwam) – op zich heeft dit niets met mijn prestatie van daarnet te maken, of toch niet veel…)

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 36 reacties

Twi keuns in een pot

DSC_0603

Ik ben een dikke week geleden achtenvijftig geworden. Jawel, de tijd tikt onverbiddelijk en de kunst is om ondertussen iets te maken van mijn leven.

Af en toe eten we iets tussenin. Moet wel, want moesten we niet eten of drinken zou bij de bouw van onze woning destijds onze investering in twee toiletten zinloos zijn geweest. Wat het klaarmaken van het eten betreft is dit een beetje gelijk verdeeld tussen mijn schat en ikzelf. Met dat verschil dat R. de ‘speciallekes’ klaarmaakt, en ik me beperk tot de meer dagelijkse (boeren)kost.

We eten niet vaak vlees ten huize Pannenkoek. Hooguit één, maximaal twee keer per week. En als we dit doen, is het meestal een eenvoudige steak of de magerste stukjes van een kip. Vis en vegetarische alternatieven komen hier meer op tafel.

Gisteren stond ‘parkkonijn’ in reclame in de Lidl. Ongeveer vijf Euro voor een konijn, spotgoedkoop. In Brugge (én de rest van West Vlaanderen) heet dit dier een ‘keun’. Prachtig woord, als je het mij vraagt. Het was zeker al twee jaar geleden dat ik nog eens keun had gegeten, vandaar dat ik even stilstond met mijn wandelkarretje toen ik de aanbieding zag liggen.

“Wa peis je?” vroeg ik mijn lieve dame, die naast me wandelde. “Meepakken!” antwoordde ze, en in al mijn enthousiasme nam ik twee konijnen beet. Waarom, als we dan toch zo weinig vlees eten? Het klaarmaken ervan is nogal arbeidsintensief, en als we twee stuks doen pruttelen in de potten kunnen we onze diepvries vullen.

Aan mijn goddelijke leeftijd van meer dan een halve eeuw heb ik tot mijn schande nog nooit ‘keun’ klaargemaakt. Daar moest dringend iets aan worden gedaan. Even opgezocht op Hoehhel hoe ik aan de slag moest. De handen werden gewassen, de pot op het vuur gezet. Niet in boter werden de stukken een eerste keer ‘gekleurd’, maar in olijfolie. Eén voor één werden de onderdelen uit de verpakking gehaald. Nu weet ik ook dat konijnen niet aan een boom groeien, maar één en ander was toch redelijk confronterend. Zo nam ik sexy billetjes vast, waarbij mijn brein die onmiddellijk weer liet begroeien met van dat donzig vel. Huppeldehup poezelige pootjes die aan het schattig dier moeten hebben gehangen toen dit met grote zielige oogjes naar de slachter keek die zijn werk ging doen.

En het was nog niet genoeg, want onder die twee achterpoten zat het karkas van het hoofd van het diertje. De schattige lange oren waren er niet meer, de oogkassen waren leeg, en in de mondholte zag ik twee konijnentandjes (welke anders?) die gisteren nog in het park kauwden op wat groen.

Noem mij een pussy, maar, eerlijk gezegd, het deed mij toch wel iets. Potverdikke, welke wreedaard steekt nu het hoofd van die diertjes bij de rest van het vlees?

Opeens moest ik denken aan de grappige foto die je bovenaan dit logje ziet en die werd genomen op één september in Malaga, daags na de laatste dag van de solden. Hoe gruwelijk wreed zijn die Spanjaarden? Net als die schattige konijntjes zijn de dames in stukken gehakt. Billetjes om apart te braden, een lekker borststuk. De armen lagen allicht al te pruttelen in de pot toen ik die foto nam.

Het klaarmaken van de twee keuns is prima gelukt. Lekker mals, absoluut niet aangebrand (wat denken jullie wel van Thomas Pannenkoek?), het vlees valt van de beentjes. Mijn schat heeft al voorgeproefd, en ik zag meteen aan haar gezicht dat het zeer lekker was.

Maar toch… vandaag geen ‘keun’ op het menu. De twee diertjes zitten in enkele plastieken dozen in de diepvries met vermelding ‘keun – 17/09/2016″ op. We zullen die verorberen als de gedachte aan de schedels van die diertjes naar de achtergrond van onze gedachten in verdrongen…

(eerlijk: we eten vandaag geen konijn omdat al iets anders was voorzien…)

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , | 73 reacties

De Thomas Pannenkoek Reisfotochallenge 2016 – aflevering 34

D

Hanoi 2014.

Het meisje op de foto had Lan kunnen zijn, vierentwintig jaar oud. Ze heeft een relatie met Lahn, negenendertig. Ze leerden elkaar drie jaar geleden kennen in een kapsalon.
Momenteel verkoopt ze nootjes met haar ‘mobiele winkel’. Elke dag fietst ze zo’n twintig kilometer door Hanoi.

‘Gezellig’ zul je denken, maar dan moet je jezelf inbeelden dat op de straten van Hanoi tienduizenden bromfietsen dag en nacht door elkaar in de straat snorren, soms aan een snelheid waarbij men zich afvraagt hoe er niet meer ongevallen gebeuren. Levensgevaarlijk om de straat over te steken…

Lan verkoopt dus nootjes die ‘lekker’ gemarineerd zijn door de dampen van het rondrijdend gevaarte en de honderden mensen die op het voetpad hun eten klaarmaken. Je leest het goed: een grootstad, waar mensen op straat hun eten klaarmaken en dit er even later ook verorberen, zittend op een soort omgekeerde plastieken emmer. Meestal in familie- of kennissenverband, een sociaal gebeuren.

Toen Lahn naar leerde kennen was ze geen klant van het kapsalon, maar ze werkte daar. Niet als kapster, neen. In de kapsalons van Hanoi zitten de ‘bedienden’ op een lange rij achter een pakweg vijftal van die ouderwetse staande haardrogers zoals je ze vaak ziet in een kapsalon. Ze zijn meestal zeer knap, karig gekleed en overmatig geschminkt. Ik ben er nooit binnengestapt, maar je ziet vanop afstand met je ogen dicht dat hun opdracht er niet in bestaat om kapsels te bewerken, maar eerder mannen. Kapsalons zijn in veel gevallen een dekmantel voor ongebreidelde prostitutie.

Mannen worden binnengelokt en krijgen een ‘massage’ aangeboden, waarbij de aandacht vooral gaat naar specifieke lichaamsdelen. Een ‘behandeling’ die thuishoort in een liefdesrelatie, maar waarbij blijkbaar een ruim cliënteel vindt dat dit net zo goed in een ‘kapsalon’ kan gebeuren. Veel toeristen blijkbaar ook, er is duidelijk een markt voor.

Het zag ernaar uit dat Lan nog een aantal jaar dit werk zou doen, en later een totaal onderbetaalde job zou krijgen als arbeidster in één of andere fabriek. Ze heeft het zover niet laten komen. Cupido schoot een pijl op beiden af terwijl ze in het kapsalon elkaars lichaam exploreerden en van het één kwam het ander. Nu zijn ze gehuwd. Lan is twee maand zwanger, maar dat zie je niet op de foto. Hopen maar dat hun kind een mooiere start kan maken in het leven…

(verhaal geeft bestaande toestanden weer, maar is gefantaseerd)

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , | 18 reacties

Terug naar de mallemolen…

war0

Het is buiten verwachting mooi geweest. Een reis waarop we tevreden terugkijken. Drie weken niet aan het werk moeten denken en eindelijk die mantel van vermoeidheid en stress van onze schouders kunnen afleggen.

De week na onze terugkomst nog kunnen nagenieten – heerlijk. Lange wandelingen langs de waterlijn, waar de zon een totaal ander licht en gevoel schept dan op dezelfde plaats in juni-juli.

Ik voel het bloed nu al door mijn aderen jagen als ik alleen maar aan morgen denk. Meer nog: mijn humeur kreeg de laatste uren een deuk. Ik ben de enige op mijn dienst die mijn functie uitvoert. Er was vervanging voorzien, maar dat voor een heel beperkt aantal dagen. Dat betekent dat mijn mailbox weer eens zal op ontploffen staan, dat mijn afsprakenboek zal kreunen en er een pak administratie zal liggen om ‘u’ tegen te zeggen. ‘Nu nog niet aan denken…’ zegt mijn lieve dame dan, maar het is sterker dan mezelf.

Wat mijn job is hebben jullie het raden naar, en dat hou ik liever zo. Werk en privé gescheiden houden is de enige manier om beide leefbaar te houden.

Gisteren een klein feestje thuis met de kinderen. Schitterend, altijd… Spilfiguur was onze W., de eeuwig vrolijke Benjamin van de familie. Een tafereeltje ervan vind je hierboven. Om jullie niet teveel te laten schrikken, tekende ik er twee brilletjes op.

Nu nog een dagje genieten van het verlof. Vanaf volgende week hetzelfde ritme van twee logjes per week. Op zaterdag de reisfotochallenge, op zondag wat gezever. Elke dag een logje schrijven, neen, niks voor mij…

Mijn blog-challenge voor volgend kalenderjaar is aan het rijpen in mijn hersenen. Mijn enige twijfel is of ik er een vijftigtal postjes mee zal kunnen vullen. We zien wel.

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | 48 reacties

De Thomas Pannenkoek Reisfotochallenge – aflevering 33

b1

Meer dan acht maand reisfoto-challenge heb ik al achter de rug. Normaalgezien stond voor vandaag een ander fotootje gepland, maar het zou niet gepast zijn dit vandaag te posten. Vandaar een interim-foto…

Wat is reizen? Betekent dit dat je automatisch dat vliegtuig in moet, dat je met de sleurhut de Route du Soleil onveilig moet maken, dat sowieso honderden kilometers moeten worden afgelegd?

Neen. Toch niet wat ons betreft. Gewoon eens een dagje over de grens trekken richting Nederland is al een leuk ‘reisje’. En voor ons, Bruggelingen, is die grens zeer dichtbij. Gisteren kozen we voor Breskens, waar we een zeetochtje zouden maken met de bedoeling zeehondjes te spotten.

Dan is wat ons betreft altijd één zekerheid. Als we in het buitenland een boottocht maken waar ‘normaalgezien’ dolfijnen te zien zijn, mag je er een weddenschap op doen dat we die dieren niet zullen zien. Dus: als we op zoek gaan naar zeehondjes…

En zo geschiedde. Of toch bijna. Ik had ons fototoestel meegenomen in de hoop hier een foto te plaatsen van een breedlachende zeehond, pint in de hand, krant binnen handbereik. Bleek dat we niet te dicht bij de zandbanken konden naderen (logisch), en we niet meer zagen dat wat stippen in het zand. Wie een verrekijker bij had, kon wel iets meer zien. Bij een uitvergroting later op de foto’s zagen we wazige zeehonden.  Al bij al een zeer ontspannend boottochtje.

b2

Nadien een terrasje gedaan en een lange wandeling op ons favoriete strand van Groede. Bij laag water kun je rechts van het strand, weg van de ‘mensen op handdoek’, een heel eind door wandelen tussen de strandpalen, waar je zo goed als geen mens tegenkomt en je jezelf één met de zee en de natuur kunt voelen. Schitterend… Enkel opletten dat je tijdig terug bent, of het wordt zwemmen🙂.

b3

En nadien, hoe kan het ook anders, een lekker glas witte wijn op ‘ons’ Drie Koningen-terras op het marktpleintje van Groede. Eén en al gezelligheid.

Ik denk dat jullie na deze bijdrage een beetje Pannenkoek-moe geworden zijn. Morgen nog een laatste zondagsbijdrage, en dan weer op naar het ‘gewone’ leven…

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , | 37 reacties