Perongelukpaskotvandalisme – ramp op zaterdag

article_17

Daar komt het gevreesde moment aan. De kalender schuift van december naar januari. Solden ! Kledij aan de helft van de prijs, en voor wie zich wat kan inhouden en een paar weken kan wachten, kan genieten van de ‘derde afprijzing’. Dan kijkt vrouwlief in de kast, en ziet dat je voorraad broeken niet meer je dat is. Dat er nodig een paar broeken moeten bijkomen. Eén die past bij die blauwe blazer, één die schitterend matcht met die zwarte schoenen, en een laatste die niet mis zou staan met haar roze handtas.

Zaterdagmorgen. Ik voel aan mijn water dat er iets in de lucht hangt, maar probeer het te verdringen. De stofzuiger wordt vastgenomen, en er wordt driftig ge… gestofgezogen. Die kraan, die al maanden druipt, wordt aangepakt. Die plank boven het aanrecht, jawel, die rotzak die al zeven keer naar beneden viel toen we net bezoek hadden, welnu, die wordt vastgevezen. De kat krijgt een leiband om en kijkt stomverbaasd als ik een blokje om ga wandelen met haar, een plastieken zakje bij de hand om haar drollen op te rapen. De takken van de bomen worden afgespoeld en proper geveegd met een zeemvel, zodat ze klaar zijn om de eerste botten te ontvangen na die smerige winter.

Dan is het kwart na elf, en ik zak moe in mijn zetel. Mijn ogen worden bedekt met de laatste Flair, klaar om een dutje te doen. Vrouwlief schudt me wakker. Ik zie dat ze klaar staat om weg te gaan. Sexy als steeds, een blik van ‘nu heb ik je beet’.

“Hewel, Thomas, we hadden toch gezegd…”

“Euh ??”

“Hewel ja, we gingen toch drie nieuwe broeken voor je kopen. Weeral vergeten, of weer ‘geen goesting’, zoals gewoonlijk ? Hup, hup,hup,  uit die zetel en in die jas !”

Morrend trek ik me recht, gooi de Flair in het leesrek, slof me naar mijn schoenen, trek die jas aan, neem onze autosleutels, laat een wind vliegen, ga naar buiten, stap in de auto, schat stapt in naast me, rij naar de stad, parkeer ons, slof naar de winkelstraat en stap binnen bij Luigi Fartero, de winkel die speciaal herenkledij ontwerpt op mannequinmaat (de mijne dus, ahum!).

Ik ken de maten van mijn broek vanbuiten, maar ben die vandaag toch wel vergeten, zeker. Mijn edele dame niet. Al vlug heeft ze zeven broeken over haar arm hangen, en trekt ze me bij de oren richting pashokje. Het is een vreemd pashokje. Een gordijntje dat maar niet volledig wil sluiten. Trek ik wat bij aan de éne kant, dan komt er een opening aan de andere kant. Aan de onderkant is er een gaping van ongeveer veertig centimeter. Nog één rukje aan de stof misschien, om die spleet te dichten. Verdorie… Krak ! Het gordijn valt volledig naar beneden. Geen winkeljuffrouw in de omtrek, ik neem plaats vier hokjes verder.

Opnieuw hetzelfde probleem. Ik trek het me niet meer aan. Dat ze dan maar kijken door die gordijnen, als ze nog nooit een purperen onderbroek met roze olifantjes hebben gezien, zal dit de eerste keer zijn.  Ik pas de eerste broek. Tja, het verwachte en gebruikelijke grapje van mijn dame, en ik blijf er in lopen. Maat zevenentachtig of zoiets. Ik hoor haar luid lachen achter het gordijntje. Er kunnen drie Pablo’s in die broek, en dan is er nog plaats om er een zak aardappelen bij te steken. Maar goed, als je het zo wil… Ik stap uit het hokje, en loop een stuk door de winkel met de broek opgehouden. Schatlief roept me terug, lichtjes rood aanlopend, nog nahikkend.

Ik zet me op het krukje, dat het ineens schielijk begeeft. Nog eens ‘krak’ in een hokje. Hoera, wat heb ik weer geluk vandaag. Samenzweerderig neemt mijn partner in crime het krukje van onder het gordijn, en wisselt het met die van het hokje ernaast. De volgende broek past wel schitterend ! Enkel nog die rits dicht trekken, en ik kan mijn sexy derrière tonen aan mijn schat. Pech… De rits blijft steken, en bij een lichte forcering breekt het lipje af. Ai. Geen probleem – het afgebroken stukje wordt in de achterzak gestoken, en broek nummer drie wordt geprobeerd.

Het lukt perfect om met de ene been in te stappen, maar de tweede voet blijft haperen aan de onderkant van de broekspijp. Per ongeluk dichtgenaaid ? Zou kunnen, maar die broek hoef ik niet. Broek vier past perfect, zonder enig probleem.

“Schat, wil je nog een blauwe en een bruine in die maat nemen? Ik ben het beu te passen…”

“tut tut tut, je moét die passen, want elke broek kan verschillend zijn”

Nog een kwartier duurt het voordat de pasgeseling eindelijk achter de rug is. De drie aan te kopen broeken worden verzameld, en ik snuit mijn neus in het gordijn van het pashok. Nu nog afrekenen aan de kassa, maar er staat een rij van hier tot ginder. Verschrikkelijk… Dan eindelijk het verlossend gepiep als de kaartverrichting is geregistreerd.

“Nog een prettige dag verder, mevrouw – en mijnheer, uiteraard!”, zegt het lieve meisje achter de kassa.

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie, Geen categorie en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.