Het Grote Pispot-trauma

a

http://www.geocaching.com/seek/cache_details.aspx?guid=f035aad5-e994-401a-8761-8c2f8137cea0

Eén keer in het jaar moet ik in de familie het over “De Pispot” hebben, jawel, Pispot met hoofdletter.  Meestal wordt ik dan neergekogeld door de ogen van de toehoorders alsof ik een onderwerp aanhaal dat nog erger is dan de Holocaust – iedereen weet dat een ding als ‘de pispot’ bestaat, maar niemand wil erover praten, niemand wil eraan herinnerd worden.

De huidige jonge generatie stelt zich bij een pispot een emmertje of een plastieken stoeltje voor, waar een peuter met z’n blote achterwerk wordt op gezet in de hoop dat hij of zijn aanleert om daar de grote of kleine boodschap op te doen.  Het positieve aan zo’n ding is dat je dit overal kan plaatsen. Een peuter in training kan op die manier in het midden van de huiskamer worden gezet, waarbij de ganse aanwezige familie kan supporteren tot de uitwerpselen in het potje terechtkomen, en niet meer in een pamper of gewoon op de grond.

Met zoiets kan ik perfect leven, het is maar een geluk dat we met z’n allen worden aangeleerd dat stoelgang en afvalwater -ahum- op een plaats worden achtergelaten waarna ze voor eeuwig kunnen verdwijnen.

a

http://www.troc.com/nl/produit-42411106238-kinder-pispotje.htm

Het kinder-pispotje, dus. Bovenstaand modellen zijn, luidens de auteur op de verkoopwebsite, inmiddels verkocht. Treur niet, er zijn er nog te vinden !

Maar dan zijn er ook ander modellen, die me in mijn jeugd een groot trauma hebben opgeleverd. Het gebruik hiervan zal zijn ontstaan in de tijd dat de meeste huishoudens nog geen toilet hadden binnenshuis. Dat men letterlijk ‘naar de koer’ moest gaan om zich te ontlasten. Ik kan me heel goed voorstellen dat het in de jaren twintig van de vorige eeuw, om maar iets te noemen, niet evident was om ’s winters, bij min twintig graden, gehuld in slaapkleed en met een slaapmuts op de knikker, bij het voelen van een plotse aandrang op de sloffen naar buiten te stappen, een (k)aars in de hand, op zoek naar de deur met het hartje, om daar het deksel op te heffen van de plank met een gat in, en daar te plassen of te kakken terwijl de plank bij wijze van spreken bijna vastvroor aan de billen. Op zo’n moment zou ik eerlijk gezegd liever het raam even hebben geopend en gewoon naar buiten hebben geplast. ’s Anderendaags het ijs opgeraapt, en klaar was Pablo. Als vrouw een delicatere opdracht, dat geef ik toe.

Daarom werden toen pispotten voor volwassenen ingevoerd, waar elk zijn pan onder het bed staan had. Er bestonden allerlei modellen, van eenvoudig tot zeer frivool. ’s Avonds werden die meegenomen toen de mensen de trap opgingen. Een zeer mooi zicht, want in de ene hand een kaars, in de andere hand de pispot.

a

’s Morgens werd, afhankelijk of de pot was gebruikt of niet, het ding achtergelaten of weer meegenomen om te ledigen en uit te wassen met de vaatdoek. Het model dat ik hier heb bijgeplaatst heeft een molentje op de zijkant. Ik ben zeer benieuwd of het molentje begon te draaien toen de gebruiker er een wind op liet, maar er zijn geen getuigen die dit kunnen bevestigen of ontkennen.

Met deze vorm van pispot kan ik ook nog leven. Principe is eenvoudig: wie de pot  vult, make hem leeg. Op Valentijn zal de vrouw de pot van de man hebben geledigd en omgekeerd, deze vorm van romantiek kan me zelfs ontroeren.

Het model dat ik het meeste haatte, en nu komt het, was de zogenaamde nachtemmer. Dit was een redelijk groot reservoir, waar de ganse familie in een gevoel van solidariteit zijn gevoeg kon op doen. Een voorbeeld vind je hieronder:

a

Het meest populaire kleur was ‘geel’, in mindere mate het ‘blauw’, maar die vond ik niet onmiddellijk terug op het internet.

Zo’n, familie-zeikemmer is blijven bestaan, lang nadat het binnenhuistoilet werd ingevoerd. ’s Avonds werd die, meestal door de eerste die naar zijn bedstede trok, meegenomen naar boven en centraal geplaatst in de hall. Er zijn ook gezinnen waar iemand werd aangesteld om dit te doen, maar hierover verder meer. Als ’s nachts dan iemand een behoefte kwijt moest, trok die naar de nachthall, hief die persoon het deksel op (liet dit al dan niet luid vallen op de grond), en deed die zijn of haar ding. In ons geval stond de emmer vlak naast mijn kamer, dus hoorde ik ’s nachts regelmatig water kletteren of scheten laten in die emmer. Zelf gebruikte ik die nooit ofte nimmer. Alleen al het idee dat elk zijn behoefte deed bovenop die van een ander, zonder dat kon worden doorgespoeld of één en ander gereinigd, vond ik verschrikkelijk. Wat zeg ik, v-e-r-s-c-h-r-i-k-k-e-l-i-j-k !

De persoon die bij ons aangesteld was om die emmer naar boven te brengen, en ’s anderendaags weer naar beneden te doen, was ondergetekende. Ondanks luid protest dat ik die nooit gebruikte, want zo ging dat vroeger. Hoe meer je protesteerde, hoe vaker je iets moest doen. Inspraak of rechtvaardigheid waren woorden die nog moesten worden uitgevonden. Protest werd vaak beloond met een paar kletsen rond je oren, en een paar bladzijden straf.

Verschrikkelijk was het om met die emmer van de trap te lopen, terwijl het water rontklutste in die emmer. Nog verschrikkelijker om het deksel van de emmer op te lichten, en te zien dat de dampdruppels zich bovenaan hadden vastgezet. Walgelijk om de zijkant van de emmer op de rand van de toiletpot te zetten, en het bruingele goedje uit te gieten, wat te spoelen met water en er een geut javel in te doen.

Tot mijn twintig jaar heb ik dit werkje moeten uitvoeren. Tot de tijd dat twee broers het huis waren uitgewaaid, en ik -in al mijn ijverigheid- de pot al eens meerdere dagen boven op de gang liet staan, de vieze dampen ten spijt. “Sorry, geen tijd gehad..” “Jamaar, doe dit EERST !” “Sorry, kan niet, moet dringend weg…” Tot ik ook eens ’s avonds, toen we thuis bezoek hadden, met de pispot in de hand langs onze bezoekers liep, en elk een hand gaf. Hun blik was goud waard…

Het trauma heb ik eraan overgehouden. Laat familieleden me maar één keer in het jaar kwaad aankijken als ik het over ‘de pispot’ heb. Hadden ze indertijd ook maar één poging gedaan om met een ruilbeurt te werken voor dit vuile klusje, of zelfs gewoon maar de trap af te gaan om hun behoefte te doen, dit artikel zou hier nooit verschenen zijn…

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het Grote Pispot-trauma

  1. Anoniem zegt:

    Een alleenstaande die in een studio woont met gemeenschappelijk toilet op de gang heeft voor de veiligheid om ’s nachts zijn woning niet uit te moeten ook een nachtemmer staan. Voor mijn part is daar niets mis mee.
    Een bejaarde die ’s nachts ergens in een koude ruimte in de winter naar toilet moet, kan dankzij een nachtstoel in de ruimte waar ze slaapt een plasje doen.
    Zulke oplossingen kan ik enkel toejuichen er niets vies of mis mee.

    • Pablo T zegt:

      Heel juist en terecht, voor die mensen in een nachtemmer inderdaad een oplossing. In de situaties die in hier beschrijf kan toch verkozen worden het gewone sanitair te gebruiken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s