“Je zult me haten!”, zei ze

1

Wat een weer, de laatste dagen. Ik heb van elk vrij moment genoten met gulzige teugen. Zomer, I love it!

Mijn voeten zullen het geweten hebben. De laatste maand heb ik al veertien keer rond de Brugse Vesten gewandeld, vertrekkend van bij me thuis. Een wandeltocht van toch om en bij de twaalf kilometer. S-c-h-i-t-t-e-r-e-n-d, wat ik je brom.

Wat ik donderdag meemaakte is toch wel heel speciaal. Ik moest een dag vrij nemen omdat mijn lieve eega een heelkundige ingreep had ondergaan, en minstens 24 u na verlaten van het ziekenhuis moest in het oog gehouden worden. Die dag nam ik met veel plezier, uiteraard. Maar vooraleer naar dat hospitaal te trekken, vertrok ik ietsje voor zeven uur ’s morgens voor de zoveelste wandeling rond Brugge.

Grappig zicht, eigenlijk. Net voor het vertrek had het nog ferm geregend en was het amper zestien graden. Ik had een lichte pull bovenop mijn T-shirt aangetrokken, en liep met de plu in de hand richting Vesten. Halfweg reeds kon ik mijn pull uitdoen en bond ik die als een vlag over de plu om zo verder te stappen. Aan de Dampoort toegekomen stond de brug over het kanaal open. Traditie. ‘Bruggenleed’ is een woord dat in Brugge ontstaan is door de talrijke brugophalingen, te pas en te onpas. Soms om een onnozel toeristenbootje te laten passeren vindt men het nodig om soms tientallen auto’s te laten wachten.

Het zij zo. Ik stond dus te wachten aan die brug, en er kwam een jongedame naast me staan met haar fiets. “Jawadde!” zei ze. Vind ik een schitterend West-Vlaams woord. “Jawadde” valt bij mij in de categorie van woorden als “Sowse”, “Movintog”, “Keèrdekiweere”. Schilderachtige woorden waar ik trots op ben.

De jongedame was me onbekend, en had zo’n gezicht van twaalf in een dozijn. Heel vriendelijk, dat wel. Zeer sociaal ook, want zelf zal ik nooit een onbekende aanspreken op straat.

“Ferme boat, ee! ‘k Peizden dat ie te langk was vo die sluuze, mo ’t goat olgliek !”

Zo’n vriendelijke jongedame moet je wel antwoorden. Ik zei haar:

“‘k En gezien dat ie z’n stèèrt u bitje eet ingetrokkn, anders zoet inderdoad nie gegoan en!”

Ze lachte naar me, en stelde zich waarschijnlijk een boot voor die zijn staart intrekt.

Was de boot een meter langer, hij zou inderdaad niet gepast hebben tussen de twee Dampoorten. Een schip moet op die plaats altijd wachten tot de sluis haar werk heeft gedaan, want er is een redelijk niveauverschil op die plaats van het kanaal.

De brug ging opnieuw open, en ik spoedde me naar de verkeerslichten voordat ik de richting Koolkerke kon inwandelen. Het meisje was er als een speer vandoor gegaan met haar fiets.

Thuisgekomen meldde ik me aan op de laptop en zocht het telefoonnummer van mijn tandarts. Een  paar dagen voordien had ik beginnen last krijgen van een absces op mijn tandvlees, en de pijn begon zich uit te breiden naar mijn hersenen. Maar hoe gaat dat? Tijd tekort op het werk, in het privéleven van hospitaal naar hospitaal koersen, het werk in het huishouden, de tuin,… De telefoon van mijn tandarts gaf niet thuis. Verlof tot één augustus. Mijn schat had me gisteren nog bevolen een afspraak vast te leggen of het zou donderen. Dus maar een ander adres gezocht in de buurt. Gezocht en gevonden. Getelefoneerd. “Sorry mijnheer, maar onze agenda zit tjokvol vandaag, het zal écht niet gaan. Echt niet, sorry, mijnheer. Of toch. Wacht. Euh.. Ik heb hier één klein gaatje, maar dat is al over een half uurtje. Absces, mijnheer, ah ja, dat kan ik toch maar alleen beginnen met antibiotica voor te schrijven. Goed zo? Dan zie ik je over een halfuurtje”.

Ik zat in de wachtzaal, en had zicht op vier deuren van de praktijk. In het roze geschilderd. Jakkes! Wie schildert nu zijn binnendeuren in het roze? Ik hoorde muziek. Geen rustige, klassieke muziek, zoals bij mijn eigen tandarts, maar van het genre hardrock, volumeknop op tien. En ja, geboor tussendoor. Hier huist een sadist!

Een dame komt in het deurgat staan. “Ja! Het is de beurt aan de meneer met tandpijn die daarnet heeft gebeld!” We zaten met vier in de wachtzaal, en ik dacht ‘tja, we zullen wel alle vier tandpijn hebben, zeker?’, maar de anderen keken in mijn richting. Ik volgde de dame, en herkende haar broek. Vreemd, maar ik herkende de jeans kniebroek van het meisje van daarnet op de fiets, wachtend aan de Dampoort. Ze had nu een witte stofjas aan. En ja, ze had dezelfde bril op.

“Mevrouw, heb ik je daarnet niet gezien aan de Dampoort?” Ze keek me goed aan, en moest ook eens denken. Mijn short en T-shirt hadden plaatsgemaakt voor een witte lange broek en een hemd met korte mouwen.

“Maar enfin, de man op wandel met de plu in een zonovergoten landschap!” lachte ze. We lachten eigenlijk beiden, want zo’n toeval is euh… niet meer toevallig.

“Plof je maar neer in mijn zetel!” zei ze uitnodigend, op een manier waarop je enkel in West-Vlaanderen kunt uitgenodigd worden.

“Waar was dat abces, opnieuw?” vroeg ze. Ik wees het aan.. Haar reactie was vermanend. “Maar mijnheer, waarom heb je zo lang gewacht, het ziet er wel zeer…”

“Geen tijd, sorry,” stamelde ik, niet echt een ander excuus vindend. Ik zei dat ik het ding vanmorgen eerst zelf wilde doorprikken met een keukenmes, maar dat dit ding niet goed manoeuvreerde in min mond.

“Je lacht, mijnheer, maar in alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik van plan ben dit onmiddellijk zelf open te prikken, want… Maar eerst een foto.”

Foto genomen.

“Tja, mijnheer, het moment is gekomen. Je zult me haten, want ik kan je niet verdoven, maar twee minuten later zul je me dankbaar zijn…”

“Drie, twee, één, nu komt het!” Ik voel een lichte prik in mijn tandvlees, maar vooral een enorme ontlading als de jongedame nadien met haar vingers de pus uit het abces perst.  Die mensen hebben niet altijd de properste job, nietwaar?

Ik heb haar niet gehaat, want ben zeer blij verlost te zijn van die smerige etterbuil…

Eigenlijk ben ik heel dom geweest door per sé te wachten. Zeker als ik nadien las op het Internet welke gevolgen zo’n dom abces kan veroorzaken…

http://plusmagazine.knack.be/nl/011-2059-Klein-abces-grote-gevolgen.html

Hoe zwaar je job ook is, soms moet je eens voorrang geven aan je eigen gezondheid…

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op “Je zult me haten!”, zei ze

  1. Anoniem zegt:

    Ik hoop dat dit verhaal helemaal fictief is, anders wens ik je vrouw veel beterschap toe. Voor je gezondheid moet je tijd maken gelukkig had je een vriendelijke tandarts, die je vlug kon helpen. Soms vraag ik me af of toeval bestaat ? 🙂

    • Neen, niet fictief, maar alles gaat de goeie kant uit. Ik maak haar je wensen over !
      Die tandarts was een engel uit de hemel. Zo’n toeval was (en is nog steeds) niet te begrijpen.

      Groeten,

      Thomas

  2. Gelukkig maar dat ik mijn Spaans benauwde foto na je bezoek heb geplaatst Thomas :-). Doe je vrouw de groeten van me en zeg maar dat ze snel moet opknappen.

    Gr. en een fijn weekend,

    Henk

    • Ik heb mijn vrouw bevolen vlug op te knappen (orders van Henk), wat ze terstond deed.
      Met die Spaans benauwde foto heb ik zeer smakelijk gelachen…
      Ook voor jullie een fijn weekend. Vergeet vooral de hond niet uit te laten !

      Thomas

  3. Wat een verhaal, ik voelde de pijn zelf bijna,…….ik ben zo blij dat ik niet in jouw plaats was,….het angstzweet breekt me uit bij elk tandarts bezoek en waarom weet ik eigenlijk niet :-), bang van pijn vrees ik 🙂

  4. Pingback: Det lugter lidt underligt her. Hvem prutter? | Thomas Pannenkoek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s