Enkele ‘Ollanders’ of boertige types wereldwijd in het algemeen

Meest slordige winkel van Ohrid - Macedonië

Meest slordige winkel van Ohrid – Macedonië

Ik had het gisteren kort over Nederlanders die me kunnen ergeren, en kreeg een omgekeerde reactie. Henk, humoristisch Nederlands fotogenie, gaf mee dat hij zich ook af en toe eens kon ergeren aan Nederlanders. ‘Anoniem’, een Belgische kennis van ons, vond dat wij Vlamingen misschien te vaak op de kap zitten van onze bovenburen.

Nederlanders vertellen Belgenmoppen, en Belgen verkneukelen zich in de kleine kantjes van de Nederlanders. Zo gaat het al eeuwen, sinds de spijtige dag dat de Franstalige bourgeoisie beslist heeft ons land in twee te laten sleuren. Voor dat laatste kan ik niet verantwoordelijk worden gesteld, want ik zat toen nog in de grote teen van mijn over-over-overgrootvader.

Kleine kantjes hebben we allemaal, of we nu Belg zijn, Nederlander, Duitser, Schot of noem maar op. Een geciviliseerd mens probeert deze kenmerken aanvaardbaar te houden, maar sommige mensen durven al eens alle remmen los te gooien als ze zich in het buitenland bevinden.

Zo herinner ik me een achttal jaar geleden een reis die we maakten richting Turkije. Een vakantie waarbij we gepland hadden mooie wandelingen te maken, en af en toe gebruik te maken van de ‘dolmus’, een beetje te vergelijken met onze ‘belbus’. Qua grootte welteverstaan. We hadden een ferme trot gemaakt, en stonden te wachten aan een halte om zo’n busje te nemen richting hotel. Na een kwartier kwam een vijftal Duitsers afgewandeld, met hetzelfde doel. Het busje kwam eraan, twee van die Duitsers duwden mijn schat en ik opzij, en het ganse bendetje stapte in. Busje vol, wij mochten wachten op het volgende. Ik had zin om hen bij het vertrekken “Sieg heil!” toe te roepen met gestrekte arm, maar zag een pandoering niet zitten.

Duitsers kunnen me dus echt ergeren. Russen ook, trouwens. Echt waar, als sommigen in het buitenland op reis zijn gedragen ze zich als overheersers, of voelen ze zich in ‘hun’ kolonie waarbij ze de plaatselijke bevolking en toeristen uit andere landen als compleet minderwaardig beschouwen.

Macedonië krijgt heel wat Nederlandse toeristen over de vloer. Het is een compleet nieuwe reisbestemming, die de laatste jaren compleet genegeerd geworden is door de Russen en Duitsers die voordien een vaste stek hadden ginder. Het merendeel van de huidige toeristen zijn Nederlanders, waarbij 95% ervan zich fantastisch goed gedragen. Die 5% overigen doen dit niet, en bezorgen hun landgenoten een bijzonder slechte naam. Zo waren we op excursie bij een plaatselijk gezin in de bergen, waar mijn schat en ikzelf een maaltijd mochten nuttigen. Klaargemaakt door de moeder des huizes, terwijl wij een rustig praatje konden maken met de vader die in de barbecue aan het koteren was.

“I’m glad you’re Belgian, because we really hate Dutch people!” zei hij verrassend zonder dat we aanleiding gaven. Bij nadere uitleg had hij het over de arrogantie van sommigen, het hautaine gedrag, hun luidruchtigheid,… Ik heb een helm opgezet (bij gebrek eraan nam ik de soepterrine) en heb Nederlanders verdedigd. Heb hem uitgelegd dat het merendeel van de Hollanders zeer hartelijke mensen zijn, maar dat die paar azijnpissers hun naam verzuren.  Zo is het trouwens ook met Vlamingen, à propos.

Interieur van het meest rommelige winkeltje van Ohrid - gelukkig spreekt men er Hollands :)

Interieur van het meest rommelige winkeltje van Ohrid – gelukkig spreekt men er Hollands 🙂

Nochtans had ik me de dag voordien stil geërgerd aan een exemplaar van onze bovenburen. We hadden een boottochtje gemaakt naar St.Naum, een eeuwenoud klooster aan de overkant van het meer van Ohrid. De kapitein van het schip sprak verbazend goed Nederlands, en ging met niemand een gesprek uit de weg. Toen we in de heentocht op de voorkant van het schip zaten, zat tegenover ons een Hollander die een uitdrukking had alsof hij al sinds zijn geboorte azijn drinkt in plaats van melk of koffie. Hij had echt zo’n smoelwerk waar geen glimlach vanaf kon. De arrogantie droop er vanaf. Ik had zin om een dweil voor zijn voeten te leggen om één en ander op te vangen. Zijn dame zat naast hem, en zij keek al niet vrolijker. Allicht aangestoken door het feit dat al veertig jaar met hem moest optrekken, wie zal het vertellen. Ik vroeg me af of hij eventueel in de lach zou schieten mocht ik een ferme scheet lanceren, maar heb dit niet geprobeerd (er zat er ook geen klaar).

Toen we na het bezoek aan het klooster terug in de boot stapten, zat die zuurpruim te praten met de kapitein van het schip. Ik zat met één oor mee te luisteren, omdat ik wel eens benieuwd was welke praat zo’n man dan wel verkoopt. Hij had het over ‘Belgen’ en vertelde allerlei ‘negatieve’ anekdotes die ‘ons’ belachelijk maakten. Ondertussen smeerde mijn lieve schat haar gezicht in met wat zonnecrème, en duwde wat te hard op haar spuitbus. Twee slierten witte crème liepen langs mijn been naar omlaag. Ik keek omhoog, en vroeg haar welke vogel op mijn been had gescheten. Ik depte mijn vinger in de witte saus, en deed alsof ik proefde van de vogelpoep. Een normale vertoning die mijn eega ondertussen van mij gewoon is, maar de dame rechtover mij had alles gevolgd, en schoot in een luide lach. Het bleek de echtgenote van de azijnpisser te zijn. “Nou mijnheer, die gebruik je beter niet tegen de zon!” riep ze me toe. “Waarom niet, mevrouw, lekker goedkoop, toch?” allusie makend op het feit dat Nederlanders de naam hebben nogal ‘profijtig’ te zijn. Ze lachte vrolijk verder. Ik voelde me tevreden dat ik haar een glimlach had bezorgd, ééntje die ze allicht bij haar man niet mag verwachten.

Ondertussen hoorde ik de zuurpruim zijn conclusie verkopen aan de kapitein. “Jongejonge, Belgen,… ze spreken misschien ongeveer dezelfde taal als wij Nederlanders, maar het is me toch een volkje apart…”

Even had ik zin om in te grijpen in het gesprek, en de man te bedienen van een rake tegen-opmerking, maar ik heb wijselijk gezwegen. Hij ging weer naast zijn vrouw zitten met zijn arrogante zuurpruimgezicht.  Bwah !

Geef mij dan maar het koppeltje dat we tegenkwamen toen we op een vooravond gingen wandelen op de groentenmarkt van Ohrid. De Nederlandse man nam een aardappel beet, en stak die in de lucht voor de neus van de verkoper. “Nou, mijnheer, is dit een bintje?” Echt waar, hij vroeg dit gewoon in het Nederlands aan een Macedonisch sprekende patattenverkoper. Die hoorde het donderen in Keulen natuurlijk, glimlachte eens beleefd, nam de aardappel terug en legde die terug tussen zijn soortgenoten.

Ik had zin om het echtpaar te trakteren op een frisse pint, want zij hadden ons de lach van de dag bezorgd…

Trouwens, toen ik ergens in de rij stond te wachten aan de toiletten op te wateren, heb ik Freek de Jonge gezien. Echt waar (of hij moet er toch bijzonder hard op lijken). Die moest ook hoognodig, en beklaagde zich tegenover mij dat zijn dame 20 Denar (ongeveer 30 cent) had moeten betalen om haar behoefte te doen. “Heb ik nog nooit meegemaakt” zei die. “Nou,” zei ik hem (omdat ik weet dat Nederlanders nogal verkocht zijn aan het woord ‘nou’, een woord dat wij verder nooit gebruiken), “Nou” dus, “wat is 30 cent nog waard vandaag de dag?” Waarop Freek de Jonge iets gromde dat ik moeilijk begreep. Hij heeft wel de plasbak gebruikt na mij, iets wat niet veel mensen kunnen navertellen.

Freek de Jonge en de mijnheer van het bintje, ik blijf ze meedragen in mijn hart. De Nederlandse azijnpisser van op de boot, die kan wat mij betreft…

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

11 reacties op Enkele ‘Ollanders’ of boertige types wereldwijd in het algemeen

  1. Nou, Thomas, je hebt er weer een prachtig verhaal van gemaakt! 🙂 Ik weet inmiddels ook zeker dat we op dezelfde golflengte zitten. Mocht je ooit weer een Hollandse azijnpisser ontmoeten, dan moet je hem vragen om aan je vinger te trekken, om vervolgens een geweldige wind los te laten. Ik weet zeker dat ie gaat lachen, want bij iedereen waar ik het tot nu toe heb geprobeerd (al mijn kleinkinderen) is het een daverend succes.

    Gr. Henk

    • Een ‘daverend’ succes,zeg je 😉 ? Laat me toe een kleine anekdote te vertellen. Als kind had ik een oom, nogal aan de zeer corpulente kant, die mij dit geintje wilde lappen. Ik moest aan zijn vinger trekken, en hij deed een vreselijk harde poging een wind te lanceren. Dit lukte uiteindelijk, maar van de inspanning was niet alleen wind meegekomen, als je begrijpt wat ik bedoel. Om de één of andere reden moest die oom dringend naar huis toe…

  2. magz zegt:

    Verrassend milde mening nog Thomas, een gemiddelde Nederlander zou een stuk venijniger over ‘anderen’ zijn schat ik 😉

  3. Billy zegt:

    je hebt er van soorten hé… 😛

  4. HansDeZwans zegt:

    Je hebt er een mooi verslag van gemaakt wat lekker weg leest. De Nederlandse boven de Moerdijk zijn in het algemeen ook luidruchtiger, zeggen ze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s