Reisblues en ode aan mijn grootmoeder

Ik heb daarnet in een hondendrol getrapt. Vanaf morgen draag ik geen open sandalen meer !

Dedju, staat de Pannenkoek daar  met z’n kodak om een weerloos etalagemeisje te vereeuwigen (psst..  tussen ons… is mijn gat niet te dik in deze rok? Eerlijk zijn, hé! )

We zijn pas een drietal weken terug uit vakantie, en ons gat jeukt opnieuw om onze volgende trip te boeken. Mijn lieve grootmoeder zaliger zou er niks van begrijpen. “Of er een ezel staat in onze tuin die geld schijt, misschien?” Nee, ‘meme’, zo’n dier hebben we niet staan, maar mijn schoane tallore en ikzelf werken fulltime, en soms moeten we er eens uit.

‘Schoane tallore?’ hoor ik jullie vragen. Je merkt dat niets me ontgaat, beste lezer. Ik zie alles, hoor alles, ruik alles en voel ook alles. Dus ook het feit dat jullie zich afvragen wat de betekenis is van een ‘schoane tallore’. Welnu, toen ik veertien was of zo, was ik net klaar met het lappen van de ramen bij mijn oma (door ons ‘meme’ genoemd). Op die momenten werden leuke gesprekken gevoerd onder ons tweetjes. Ze had best wel een goed gevoel voor humor of kon van mijn gezicht aflezen als er eens iets foutliep thuis. “En, Thomas, wat is er gebeurd?” vroeg ze dan, welgemeend, klaar om morele steun te geven.

Maar deze keer ging het gesprek ergens anders over. “Thomas, hoe zit het met de meisjes in je leven?” vroeg ze me ernstig.

In die tijd was in de katholieke scholen nog geen gemengd onderwijs. Er waren jongensscholen en er waren meisjesscholen.  De uurregelingen in de sporthal en het zwembad waren zodanig georganiseerd dat jongens en meisjes elkaar niet zouden ontmoeten. Stel je voor dat we blote meisjesbenen zouden hebben gezien onder het obligate turnbroekje…  Gelukzakken die naar een ‘staatsschool’ mochten gaan. Gemengd onderwijs, en de meisjes moesten niet opletten welke kledij ze droegen. Sommigen droegen zeer weinig, wist ik van horen zeggen. Zelf moést ik katholiek onderwijs volgen, dat ‘andere’ scholen leidden alleen maar tot verderf.  Ik had geen zussen, dus brachten deze ontbrekenden geen vriendinnen mee. Ik had wel enkele nichten, waarvan de mooiste maar heel zelden op bezoek kwamen, en doordat mijn vader zelfstandig was en zeven dagen op zeven werkte, gingen we ook nergens naartoe. Nergens, nowhere.

“De meisjes in mijn leven, meme? Pfft, wanneer zou ik die ontmoeten? Op school zie ik er geen, in mijn straat woont er maar éne, en die is dan nog spuuglelijk, en…”

“Och ja, de dag komt dat er ineens een ‘schoon’ meisje in je leven komt, en dan zul je wel zien. Zoiets kun je niet forceren, het komt echt vanzelf. Maar pas voor één ding op. Er zijn veel mooie meisjes, maar kies er eentje dat ook inhoud heeft. Eéntje met verstand, iemand tegen wie je kunt ‘klappen’ (voor de Nederlanders: ‘spreken’). Iemand die… (en toen gaf ze nog wel tien positieve kenmerken). Als je enkel en alleen kiest op basis van haar uiterlijk, kun je echt bedrogen uitkomen.”

En toen kwam de fameuze zin: “Wa ziejje medde schoane tallore, ast der nietent up ligt?” Vrij vertaald: “Wat ben je met een mooi bord als er geen eten op ligt?”. Ik lachte bij het horen van die zin. Dit gezegde was gebaseerd op hetgeen mijn oma in haar leven had meegemaakt. Ze had zelf twee wereldoorlogen meegemaakt en wist wat ‘honger hebben’ betekent.  Ze heeft zeker situaties meegemaakt waar geen brood op de plank lag.

Zelf had ze in haar leven ook nooit gereisd. Ik vraag me af of ze ooit de Noordzee heeft gezien, niettegenstaande ze op slechts twintig kilometer afstand ervan woonde, en ze door het beroep van mijn grootvader gratis treintickets kreeg. Zelf heeft ze nooit een job gehad, maar ze slaagde er wel in om met het inkomen van mijn grootvader vijf kinderen groot te brengen en hen allen de kans te geven te studeren tot hun achttiende. Zeker niet vanzelfsprekend in die tijd.

En moest ze vandaag terugkeren en horen hoeveel een winterreis ons kost, ze zou me eens goed haar mening hebben gezegd. Ze zou me zelfs Paul hebben genoemd, stel je voor…

Ik zou haar antwoorden: “Meme, ik begrijp je bezorgdheid, maar de tijden zijn veranderd. Wij hebben maar twee kinderen, en die zijn al uitgevlogen. Mijn ‘schoane tallore me veele up’ en ikzelf werken beiden de hele week (termen als ‘fulltime’ zou ze niet begrijpen wegens nooit van gehoord). We hebben een spaarcentje en kunnen ons die reis echt veroorloven. Ik wenste echt dat jij dit ook had kunnen doen in je leven; ik zou haar heel trots mijn eega hebben voorgesteld.

Daarna zou ze zich informeren wat allemaal is veranderd in de wereld in die pakweg veertig jaar dat ze ons heeft verlaten. Het was een zeer verstandige en leergierige vrouw, weet je. En ze zou me gelijk geven. “Thomas, groat geliek!” zou ze zeggen. En ik zou aan haar ogen zien dat ze het meent.

Verdikke, ik zou er de tegenwaarde van meer dan honderd reizen voor over hebben om nog één keer met mijn grootmoeder een diepgaand gesprek te hebben, zoals dit vroeger het geval was.

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Reisblues en ode aan mijn grootmoeder

  1. Mijn grootmoeder leeft nog, ondertussen 87 en ze heeft heel mijn leven al veel betekent voor me,..en ik mag er niet aan denken wanneer ze er morgen niet meer is,…..dan ga ik het gevoel hebben dat ik mijn moeder verloren heb en mijn ruggegraat,……en ook al gaat ze achteruit, man ze was haar tijd ver vooruit!!!!

  2. Oh en btw, reizen gewoon doen!!!! Er is geen grotere rijkdom dan fantastische herinneringen!!

  3. madrina zegt:

    Ik ging vroeger zelden op reis. Vanaf mijn 21ste ben ik dat beginnen doen, nu ga ik regelmatig. Omdat het mij ontspant, omdat het mij interesseert, om mijn energielevel op te laden, … Ik vind reizen belangrijk, ik wil daar ook mijn geld aan besteden. Wat andere mensen ook zeggen of vinden. Gewoon doen dus!
    Ik ken de uitdrukking van uw oma niet, maar het woord ‘talloor’ gebruiken wij ook wel. En ik heb ook een sterke band met mijn grootmoeder (en grootvader), ik kus mijn pollekkes da’k ze allebei nog heb.

    • Tof dat je ze nog hebt, en hopelijk blijft dit nog een tijdje zo. Ik schrijf naar waarheid dat ik er een fortuin voor over zou hebben om nog één keer met mijn oma te kunnen praten.
      Ik ben geen roker, geen caféganger, geen … Mijn leven krijgt pas zin als ik me kan inleven in andere culturen, in andere denkwijzen, en om dit te doen biedt reizen de ideale grondstof…

  4. Anoniem zegt:

    Een oude, lelijke tallore is iets dat ik nog uit de mond van de generatie voor mij heb horen komen, meestal van afgunstige vrouwen. Op die manier zullen vrouwen nooit hoge functies krijgen, oude lelijke venten gaan er mee aan de haal.

  5. Je had een oma die liet zien dat wijsheid niet in kennis of in bereisd zijn is gelegen, Thomas.

  6. wieke zegt:

    “Wa ziejje medde schoane tallore, ast der nietent up ligt?”
    Op z’n Hollands: Van een mooi bord alleen kan men niet eten! 😉

    Wat betreft het kapitaal wat je over hebt om je oma nog éénmaal te spreken, dat is hier hetzelfde. Wat heet, ik zou er een moord voor plegen! Oma’s, er zitten mooie exemplaren tussen..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s