Lijdensweg

a11

Vaak denk ik eraan om er iets over te schrijven op mijn weblog, maar even vlug ben ik ervan overtuigd het toch maar niet te doen. Vandaag een uitzondering.

Vorige week vroeg iemand terloops in een reactie hoe het nu is met mijn moeder. Heel goed bedoeld, een welgemeende bekommernis.

Mijn gemoed schoot even vol, net zoals het de laatste weken wel vaker gebeurt als het bewuste onderwerp maar even in mijn gedachten komt.

Het gaat absoluut niet goed met haar. De diagnose ‘kanker’ is een zevental maand geleden gesteld. Moeder had voordien iets meer dan de gemiddelde ongemakken van een dame van haar leeftijd, maar ze spartelde zich overal door met de gekende moed die haar eigen is. Ups en downs, wie heeft dit niet op de leeftijd van 86?

Ze had aangedrongen bij haar huisarts om een raming te geven van de tijd die haar nog rest. Geen enkele dokter die zich daar graag over uitspreekt, want hoe gevaarlijk is zoiets?  De huisarts had toch voorzichtig een termijn uitgesproken – die is nu ruim een maand verstreken.

Sindsdien is moeder blijven thuiswonen. Met serieus wat tegenzin moest ze beperkt hulp aanvaarden van buitenaf. Een minimum aan ‘familiehulp’, en twee keer daags een verpleegster. Ze zou haar plan wel trekken, want ‘al die hulp kost geld’. Alsof dat laatste in haar toestand nog een rol speelt. “Weet je wat? Ik zal het betalen'” zei ik haar welgemeend, maar dat bleek geen optie.

We gaan veel vaker dan voor de diagnose op bezoek, mijn broers en ik. Al haar wensen worden zonder morren uitgevoerd, in de mate van het (nog) mogelijke. Maar niet alles is  mogelijk. Eén van mijn broers nam haar tot voor kort nog mee in de auto, ik durfde het al langer niet meer.  Ze kan er amper nog in of uit, en stel dat ‘iets’ gebeurt onderweg?

Gisteren was ik nog eens bij haar op bezoek. Ze ‘hing’ in haar zetel, gans scheefgezakt. Haar blik stond op ‘leeg’. De verpleegster die twee keer daags op ronde komt zat op een stoel naast haar, notities in het verzorgingsboekje makend. Daarna sorteerde ze de medicatie per dag. “Ze raakt er niet meer aan uit…” zei ze me met een zucht. De cocktail die ze krijgt aan pijnstillers is indrukwekkend.

Hier achter mij, op de kast, staat een foto van mijn moeder. Twee jaar geleden genomen op één of ander feestje. Een trotse en verzorgde volslanke dame. De laatste zes maand lijkt ze wel gesmolten. De lege blik in haar ogen spreekt boekdelen. Ergens wil ze blijven vechten, ergens wil ze blijven leven. Voor geen geld wil ze verhuizen naar een palliatieve afdeling of elders waar ze wordt verzorgd en in het oog gehouden. Want dat zou pas haar laatste halte betekenen, dan is het voor haar helemaal  gedaan.

Soms vraag ik me af hoe ze denkt over ‘ons’ (mijn broers en ik). Of ze ons niet één en ander verwijt, of ze niet denkt dat wij…

Zelf vind ik het een mooie gedachte om elke dag het mooiste van ons leven te maken. Telkens we afscheid nemen van onze geliefden, dat we dit gewoon doen alsof het de laatste keer is dat we elkaar zien. Dan houdt iedereen mooie herinneringen aan elkaar over, en zal het minder hard zijn als op een dag ons hart het plots begeeft.

Want is het niet de mooiste dood, als je op een redelijke leeftijd plots de wereld mag verlaten zonder ‘afzien’??

(ik heb de reacties uitgeschakeld bij dit logje)

Advertenties

Over Thomas Pannenkoek

Ik ben wie ik ben, vraag mij niet waarom.
Dit bericht werd geplaatst in filosofie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.