Moeders Koekjestrommel

Een vrolijk kind dat huppelt op de spoorweg, zo was mijn eerste idee.

Tot ik het piepkleine fotootje eens van dichter bekeek, en zag dat er helemaal geen sporen te zien zijn.  Wat je ziet is de typische ‘lochting’ van de jaren dertig van de vorige eeuw. Mensen hadden een tuin, en gebruikten die grotendeels om te voorzien in hun primaire levensbehoeften.

De ‘bonenstaken’ staan rechtop, aan beide zijden van het tuinpad. Misschien zijn het geen bonen, maar is het tabak. Was in die tijd ook zo’n ‘primaire’ levensbehoefte, want een man die niet rookte was gewoon geen vent. Zelf ben ik dan ook geen vent, want behalve ooit eens een sigaartje van mijn vader ‘stelen’ om stiekem eens te proeven op het toilet heb ik nooit gerookt. Mijn vader en alle drie mijn broers wel.

Na weer lang nadenken werd me duidelijk wie het olijke kind was. Ik schreef al eens over de meter van mijn moeder, een dame die eigenlijk geen familie was. Toen op de doop van mijn moeder de bedoelde meter niet kwam opdagen, stond zij recht in de kerk en bood zich aan als vrijwilligster om de taak van meter op zich te nemen.

Die dame had twee dochters. Eén ervan is later mijn eigen meter geworden. Haar zus had, wat men noemde in die tijd, een ‘klompvoetje’. Vandaag zou zoiets chirurgisch kunnen worden aangepast, destijds liet men dit gewoon zoals het was. Als je goed naar de voeten van het kindje op de foto kijkt, zie je één voetje dat inderdaad wat ‘hangt’.

Zij moet Maria zijn geweest, een meisje dat, toen ze dame werd, slechts één doel had in haar leven: het geven. Ze kreeg een invalidenuitkering, maar was op haar gelukkigst als ze iedereen cadeautjes kon geven. Een formidabel mens was ze. Helaas ondertussen ook al een twintigtal jaar overleden.

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 33 reacties

“Reset”

Vakantie voor heel veel mensen. Ongelooflijk rustig, overal (in het verkeer). Rond zeven uur ’s ochtends kun je letterlijk in je bloot gat op de Brugse Ring gaan wandelen, niemand zal het merken.

Voor ons is het nog aftellen naar dat verlof. Nog vijf weken, om precies te zijn. Onze reis is geboekt, en nadien nog wat finegetuned.  Het verblijf nog wat romantischer gemaakt, ook voor nadien een hotelletje geboekt in Diegem waar we onze auto kunnen achterlaten, en nog eens kunnen uitslapen als we midden in de nacht landen op de tarmac van Zaventem. Mooi aanbod park, fly and sleep, waar we gretig gebruik van maken. En ondertussen maken dat ons ‘paleis’ tijdens onze afwezigheid goed bewaakt wordt, je weet maar nooit.

Want misbruik en gevaar voor diefstal loert overal, ook al blijkt op het eerste zicht dat er niet veel te stelen valt. Zo merkte ik bij ontvangst van de afrekening van mijn kredietkaart dat plots een negental ‘vreemde’ transacties stonden vermeld. Aankopen bij één of andere muziekstore (Pannenkoek, muziek aankopen??), een aankoop bij een obscure site uit Engeland en enkele kleinere postjes bij H&M Online. Qué?

Bij zo’n misbruik moet in België dan een procedure opgestart worden waar je via mijnkaart.be een elektronische aangifte doet. Zo ingewikkeld dat een ‘simpele’ medemens het na vijf minuten zal opgeven. De bewuste dienst is niet via mail te bereiken. Eéns het dossier elektronisch doorgegeven kun je contact nemen via de telefoon. De eerste keer hing ik vijfendertig minuten (!!) aan de telefoon voordat ik iemand hoorde. Dit met een wachtmuziekje dat tergend zagend was. Dan nog krijg je een antwoord dat uitgaven zullen teruggeboekt worden ‘onder voorbehoud’ (om de spanning er nog wat in te houden).

Ondertussen kunnen we wel genieten van de prachtigste zomer die we kregen in jaren. Door mijn overplaatsing op het werk, heb ik nu de luxe om op fietsafstand van mijn werkplaats te wonen. ’s Morgens al fluitend naar het werk, genietend van de geboorte van een nieuwe dag. ’s Avonds een spurtje inzettend naar huis. Zààlig, toch?

Om nadien, als we het beiden zien zitten een terrasje te doen op één van de ons vertrouwde locaties, genietend van het voorbij cruisende volk. “Moet je die zien, met zijn hondje…”, bijvoorbeeld. Of ietsje verder. Onlangs nog naar Lissewege gereden voor de jaarlijkse beeldententoonstelling. Prachtig, gewoon, dit dorp is onbeschrijfelijk mooi en gezellig.

Ik heb het gevoel dat mijn ‘reset’-knop is ingeduwd na de recente gebeurtenissen.

 

 

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: | 62 reacties

Moeders Koekjestrommel

Wat is me dat?

Dit is duidelijk een foto van de familie aan de kant van vader Pannenkoek. Hoogstwaarschijnlijk genomen op één of ander feestje waar gul met gerstenat werd geschonken.

Genomen achterin een tuin, alle vier de personages in feestkledij. Inclusief (toch wat de mannen betreft) van die elastieken om de mouwen van het hemd op te houden. Ik heb nooit begrepen wat de bedoeling is van die ornamenten. Die rechtse vent, die met zijn hoed, lijkt net uit een maffia-film te zijn gekropen. Die hoed zal er één zijn die enkel op zondag uit de kleerkast werd gehaald, uit een juten zak om hem te beschermen tegen de motten. Voor zover ik de mannen uit Zarren kende, liepen die allemaal met een klak op het hoofd. Mijn peter, nonkel Oscar (ook al noemde hij officieel Omer), was specialist in het draperen van die klak op een zeer komische manier. En die werd nog komischer als hij op zondag van zijn stamcafé naar huis wandelde, of dit op een rechte manier gebeurde was weer iets anders.

Eigenlijk herken ik maar één man op die foto, en het is nonkel G., die ondertussen ook al een tiental jaar zaliger is. Naast hem allicht zijn toenmalig lief. Kan even goed een nicht zijn, ik kan het hem niet meer vragen.

Feit is dat ze alle vier (nadien) heel trots zullen zijn geweest op deze foto :).

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 43 reacties

Personal Trainer

Onze W. is vorige week drie geworden.

Ondertussen loopt hij ook al school, en is het nu vakantie. Voor zijn ouders is het puzzelen om de opvang tijdens de vakantie te regelen. Zo kwam hij de voorbije drie dagen bij ‘oma en opa Brugge’ logeren.

De jongen is het laatste jaar enorm geëvolueerd. Hij kan zich perfect uitdrukken, heeft flink wat karakter gekregen (in de positieve zin), heeft geen pamper meer nodig, en er zit enorm veel ‘leven’ in.

De eerste twee dagen moest ik zelf werken, en had W. oma voor zich alleen (en vice versa). Het was een feest om na het werk thuis te komen en mijn schat te horen zeggen: “Opa is daar!” Met fonkelende oogjes kwam hij naar de woonkamer gelopen op zoek naar opa Pannenkoek die zich verstopte achter een muurtje. Zijn vraag klonk meer als een commando. “Opa spelen?” Opa werd mee in de tuin gesleurd en werd geen minuut met rust gelaten. Speelgoed kreeg een andere bestemming dan waarvoor het echt dient (je kunt namelijk met alles gooien, sjotten,…) maar geen van ons beiden die zich daar iets van aantrok. Er werd gevoetbald, gefietst, gevanallest. Tot en met een uitstapje naar een terrasje waar hij een ijsje kon eten terwijl opa en oma iets lekkers dronken. Dat ijsje als alternatief, want het kleinkind van Thomas Pannenkoek kreeg geen pannenkoek. De kok van dienst vond het te laat om zijn pan nog boven te halen. De schurk!

Maar ’s anderendaags werd dit onrecht rechtgezet. We hebben samen pannenkoekdeeg gemaakt, en bakten enkele exemplaren die veel lekkerder waren dan die van de voddenkok.

Om maar te zeggen dat we drie heerlijke dagen hebben beleefd. Dat mijn schat en ikzelf moe zijn, dat hebben we er zeer graag voor over. Zo’n personal trainer die zorgt dat we constant in beweging blijven houdt ons jong…

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 56 reacties

Moeders Koekjestrommel

Als er al eens ‘kermis’ was in Zarren, het dorp waar mijn vader opgroeide, stond er niets meer dan een draaimolen, een friet-oliebollenkraam en een plaat als hierboven, waar je je gezicht kon in een gat steken en je kon laten fotograferen door een worstendraaier.

Door een wat? Door een fotograaf, natuurlijk, maar ik had zin om eens tegendraads te doen vandaag. Wie deze ‘challenge’ al een tijdje volgt kan er zo mijn vader uitpikken. Antwoord graag op een gele briefkaart naar volgend adres:

Thomas Pannenkoek
Kinkhoeststraat 7
8000 Brugge

De kans is niet onbestaande dat de kaart onbesteld terugkeert.

Eéns per jaar mocht ik zelf als kind naar de Meifoor. Zolang wij, vier broers, niet zelfstandig met de fiets naar Brugge konden rijden ging mijn moeder mee. Mijn vader was toen al serieus aan het werk met zijn ijsjesronde. Ik heb de indruk dat de attracties toen relatief een stuk goedkoper waren dan vandaag. Ook later, toen ik mijn eigen kinderen meesleurde naar die foor, kon je met enkele Euro’s nog één en ander doen.

Lang duurde het niet vooraleer we alleen naar de kermis fietsten. Ik moet toen een jaar of negen geweest zijn. Zogezegd onder het toeziend oog van mijn oudere broers, die zich na onze straat en uit het oog van onze moeder geen fik meer van ons, jongere broers, aantrokken. Niet dat ik dit erg vond, die gasten hadden hun eigen verwachtingen van dit ‘feest’.

We kregen elk twintig frank mee, wat voldoende was om twee attracties mee te maken. Een keer op de botsauto’s en even verdwalen in het spiegelpaleis. Of eendjes vissen waarmee we een belachelijke prijs kregen, je kent het wel.

Meestal maakte ik gewoon een wandelingetje door de kermiskramen, en genoot van het zicht hoe andere kinderen genoten van al dat fraais. Ik hield de twintig frank gewoon op zak om in mijn spaarpot te draaien. Wie weet kon ik dit voor iets nuttiger gebruiken… We kregen thuis geen zakgeld, maar toch werd van ons verwacht dat elke verjaardag van ma of pa, elke moeder- of vaderdag, een cadeautje werd gekocht. Dit lukte nipt met wat oma ons af en toe toestak op zondag, maar dan had ik nooit het gevoel iets van geld van mezelf te hebben. Dit ‘foorgeld’ gaf me op dit vlak een gerustgesteld gevoel.

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 45 reacties

And life goes on…

Twee weken terug is moeder uit ons leven gerukt. Verwacht, maar ook weer niet. Ze was ziek, zeer ziek. Mentaal ging ze ook pijlsnel achteruit. Gesprekken met haar werden moeilijk en lastig. Voor haar, maar ook voor ons. En dan, de dag voordat ze moest verhuizen naar haar nieuwe kortverblijf, dan…

We zijn dus twee weken verder. Je kunt niet zomaar een knop omdraaien en het leven weer zijn gewone gang laten gaan. ‘Rouwproces’ is iets raars, iets moeilijk te vatten als je er zelf niet mee te maken hebt. Zeker niet als je weet dat moeder al jaren op de sukkel was, niet wou geholpen worden, en pas vorig jaar in juni de fatale uppercut kreeg bij de aankondiging van haar pancreas-kanker. Mijn broers en ikzelf hebben het laatste jaar het beste van onszelf gegeven om haar levenseinde zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Dit betekende van mijn kant minstens drie bezoekjes per week, naar het einde toe bijna dagelijks. Nu kan dit niet meer, en dit doet raar. Heel raar.

Is het onrespectvol tegenover mijn moeder dat ik binnen de week van haar overlijden een reisje voor ons beiden heb geboekt voor de zomervakantie? Ik hoop van niet. Een week of vier geleden zaten we nog samen in de tuin van haar kortverblijf in Assebroek. Twee broers van me waren er ook bij. Moeder vroeg waar onze reis naartoe ging. Mijn jongste broer had een reis vastgelegd, een oudere broer en ikzelf zeiden naar waarheid dat we niets hadden geboekt. Ze antwoordde er niet op, keek ons nog eens in de ogen en nam een slok van haar glas frisdrank.

Eind augustus vertrekken we voor twee weken naar Las Palmas. Vliegtickets geboekt via Brussels Airlines, een appartementje van Airbnb. Ik sta van mezelf te kijken dat ik dat laatste deed, want vorig jaar was onze eerste ervaring met Airbnb (Malaga) niet denderend (om het eufemistisch uit te drukken). Eerst legden we voor deze zomerreis een appartementje vast via Booking.com, maar we wilden zeer graag een terrasje om ’s avonds buiten te zitten, en vonden er onze gading niet. Bij het gekozen alternatief hadden we keuze zat.

Het leegtegevoel blijft, maar we moeten verder. Het potlood wordt weer geslepen om te schrijven, we nemen het fototoestel weer ter hand en we gaan op reis…

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 74 reacties

Moeders Koekjestrommel

Toen ik de foto’s digitaliseerde uit mijn moeders koekjestrommel, gaf ik ze een naam naargelang de persoon/personen die er op stonden, de plaats in de geschiedenis,…

Bij deze foto bleef ik lang stilstaan, maar het werd me niet duidelijk wie het kon zijn. Dan kreeg het portretje maar de naam: ‘oeps, scheetje gelaten!’. Waarom? Kijk naar de blik van het kind, en het aan de achterkant opwaaiende rokje.

Het beeld bleef op mijn netvlies gebrand, en mijn hersenen begonnen te graven in het verleden. De foto was er duidelijk één uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Naar bijna absolute zekerheid een meisje, of het zou een mini travestiet moeten zijn. Weinig waarschijnlijk dat zo’n verschijnsel voorkomt in de familie Pannenkoek.

Het begon te dagen. Mijn nonkel G. (zaliger) en tante J. hadden drie kinderen. De oudste zoon was hun God (net zoals dit bij mijn ouders het geval was), en dan hadden ze nog een dochter die ongeveer een jaar scheelde. Pas vijftien jaar later, toen nonkel G. en tante J. nog eens hun kunsten toonden, kwam het derde kind ter wereld. Ook een meisje, E. Een schattig kind, eigenlijk, later een zeer mooie zwaan geworden die serieus potten zou breken op een miss-verkiezing.

Met de zoon heb ik nooit veel contact gehad. Hij was nochtans ongeveer mijn leeftijd, maar vond mij (bij de karige bezoekjes die het gezin van mijn nonkel aan ons brachten) wat te min om zich mee te onderhouden. De oudste dochter daarentegen was ‘speciaal’, om het voorzichtig uit te drukken. Net zij vond mij interessant om mee om te gaan. Dit was niet wederzijds.

Om privacyredenen zal ik hier niet verder op in gaan.

Hoe meer ik de foto bekijk, hoe meer ik ervan uitga dat ‘oeps, scheetje gelaten!’ wel degelijk M. is, de nicht waarvoor ik me liever onder de tafel verstopte toen ze op bezoek kwam…

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 40 reacties